U bent hier

‘Ik ben echt geen revolutionair, maar dit moet een plekje in ons onderwijs kunnen krijgen’

Maker education. ’t Is precies wat het woord zegt: leren door te maken. Op De Populier in Den Haag (gymnasium, atheneum, havo en mavo) doen ze het in hun FABklas. “Als je iets maakt met een microchip, leer je misschien iets anders dan in de vastgestelde doelen staat. Is dat nou zo erg?” 

Arjan van der Meij is docent natuurkunde op De Populier. Samen met collega’s Marten, Per-Ivar, en Rolf doet hij aan wat ze zelf noemen: Plakken en Knippen.

Ze gaven al ‘vrolijk bèta-onderwijs’, vertelt Van der Meij, toen een jaar of tien geleden de maker movement ontstond. Het idee: door nieuwe technieken wordt de afstand tussen wat je bedenkt en kunt maken steeds kleiner. “En het is heel gaaf iets te maken wat niet is opgegeven door de docent, maar wat je wílt maken. Zo wilden we onze leerlingen meer bijbrengen.” Ze zetten de FABklas op.  

Leuke dingen maken

FAB staat voor fabulous en fabrication. Leerlingen van 2-mavo tot 6-vwo kunnen zich opgeven en komen 12 keer in een schooljaar bij elkaar om ‘leuke dingen te maken’. Het zijn er zo’n 25. En nee, niet alleen maar nerd-jongens: een kwart is meisje.

Omdat je het wilt maken, krijg je het voor mekaar

“Doordat je iets maakt, leer je. Er zitten allerlei wetenschappelijke gedachtes achter”, vertelt Van der Meij. “Van Montessori tot de goeroe van het makeronderwijs Papert. Die laatste bedacht het constructionisme: als je dingen maakt, ligt daar heel veel leren aan ten grondslag. Omdat je het wilt maken, krijg je het voor mekaar.” 

Hij is een beetje vies van de term 21st century skills, maar Van der Meij ziet dat zijn leerlingen door makeronderwijs leren samenwerken, met de computer omgaan en hun talen spreken. Omdat ze wíllen. 

Vrijwillig 

De FABklas is nu extracurriculair, zoals dat zo mooi heet. Want het past nog niet in het curriculum. De klas kan bekostigd worden uit twee vorig jaar gewonnen prijzen, een subsidie en geld van de school. Van der Meij en zijn collega’s werken de FAB-uren vrijwillig. “We vinden het leuk en zien het ook als een experiment.” 

Een houten fiets

De leerlingen maken een houten fiets, een opvouwbaar drumstel dat je kunt oprollen en in je zak stoppen, een discolamp voor op je fiets, een mes en vork die uit je mouw tevoorschijn schieten... “Wij bieden wat houvast en helpen hen een idee te krijgen door de apparatuur waarmee ze mogen werken.”

Leerlingen raken enthousiast 

Natuurlijk zijn er leerlingen die hier helemaal geen zin in hebben. Die zeggen dat ze knutselen op de kleuterschool al stom vonden. “We zijn nog aan het zoeken naar de juiste didactiek. Mijn ervaring is dat als ze bijvoorbeeld voor de eindmodule van NLT, de meesterproef, iets moeten maken, leerlingen toch enthousiast raken en aan de slag gaan.” 

De docent is niet meer bang dat maker education blijft steken op het niveau van knippen en plakken. “Ik zie dat het werkt. Maar het is lastig dat het nog niet past in ons huidige onderwijssysteem. Als je iets maakt met een microchip, leer je misschien iets anders dan in de vastgestelde doelen staat. Is dat nou zo erg? Ik ben echt geen revolutionair, maar we moeten dit een plekje in ons onderwijs kunnen geven. Ik weet namelijk zeker dat ze hier van leren.” 

Voor iedereen

De initiatiefnemers reisden vorige week af naar San Fransisco: bakermat van de maker movement. Uit Amerika nam Van der Meij twee dingen mee. Allereerst zorgen dat maker education voor alle kinderen beschikbaar komt, en niet alleen voor degenen die al enthousiast zijn. Daarnaast wordt didactiek een actiepunt: de kinderen meekrijgen. “En ik heb geleerd dat er nog heel veel geleerd moet worden. Maker education is ontzettend nieuw. We zijn het DNA nog pas aan het ontwerpen.”

VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs