U bent hier

Hoger onderwijs: Vergaande individualisering van studieroutes én aandacht voor persoonsvorming in relatie tot anderen

Zeven uur, zo lang debatteerden de Kamerleden van de Onderwijscommissie afgelopen maandag met minister Jet Bussemaker over haar Strategische Agenda voor het Hoger Onderwijs. Veel aandacht ging naar een onderwerp dat niet in die Agenda stond, maar ‘s ochtends in de Volkskrant: het plan om studenten collegegeld per vak te laten betalen. Maar gelukkig was er ook aandacht voor persoonsvorming.

De Kamerleden hadden zich dan ook grondig voorbereid, onder meer door een aantal hoorzittingen te organiseren. Veel aandacht ging tijdens het debat naar een onderwerp dat niet in de Strategische Agenda stond, maar ‘s ochtends in de Volkskrant: het plan van Mohammed Mohandis (PvdA) en Pieter Duisenberg (VVD), de Landelijke Studentenvakbond (LSVb), de Universiteit en Hogeschool van Amsterdam om studenten collegegeld per vak te laten betalen. 

Volgens de indieners zeer wenselijk om studenten tegemoet te komen die naast hun studie bijvoorbeeld zorgtaken, een bestuursfunctie of een onderneming hebben. Zij kunnen met de beoogde ‘studiepuntenbekostiging’ veel flexibeler studeren. 

Een zeer slecht plan

Volgens de complete aanwezige oppositie een zeer slecht plan, dat leidt tot privatisering van het hoger onderwijs (Michel Rog, CDA), shoppende studenten (Jasper van Dijk, SP), “instellingen als afhaalchinees” en “het summum van rendementsdenken” (Paul van Meenen, D66). Roelof Bisschop (SGP) wees erop dat het volgen van een studie meer is dan “het aftikken van vakjes” en Eppo Bruins (ChristenUnie) vroeg welk probleem er met plan precies wordt opgelost. 

Verschillende partijen wezen op de onzekerheid die het plan voor instellingen oplevert met betrekking tot de bekostiging. Een flexibel collegegeld sprak de meeste Kamerleden wel aan, maar de bekostigingsconsequenties van het coalitieplan gaan volgens hen veel te ver.

Geen nieuw bekostigingsstelsel

Minister Bussemaker voelde wel wat voor het plan, maar stelde ook randvoorwaarden. Zo zou de beoogde flexibiliteit alleen voor een beperkte groep studenten moeten gaan gelden en was zij niet van plan om het hele bekostigingsstelsel te veranderen. Bovendien kan het plan volgens de minister niet zomaar bij alle universiteiten en hogescholen worden ingevoerd, maar alleen bij die instellingen die intern al een studiepuntenbekostiging hanteren (zoals de UvA en HvA). 

Uitvoering is volgens haar mogelijk binnen de huidige regels, maar instellingen zullen wel ondersteuning nodig hebben. De minister zegde een brief toe over de materie. Mohandis diende samen met Duisenberg een motie in die hun plan bekrachtigt.

Studenten als waardedragers

Wat wèl in de Strategische Agenda wordt beschreven is het belang van vorming en Bildung. De minister wees er in het debat nog een keer op dat in het hoger onderwijs nu te veel aandacht gaat naar kwalificatie in plaats van naar socialisatie en persoonsvorming. Dat moet anders volgens haar. 

Rog complimenteerde de bewindsvrouw met deze benadering maar vroeg zich wel af wat dit in de praktijk betekent. Bruins benadrukte dat vorming ook gaat over het aanleren van normen en waarden. Dit beaamde Bussemaker. Volgens haar zijn de studenten van nu de waardedragers van de toekomst. Bildung is niet alleen individuele ontwikkeling, maar ook verantwoordelijkheid nemen voor de samenleving.

Verus is blij met de nadruk die de Strategische Agenda legt op persoonlijke vorming. Daartoe hoort wat ons betreft uitdrukkelijk de ontwikkeling van studenten in relatie tot anderen. Over de plannen gericht op een vergaande individualisering van studieroutes zijn wij daarom minder enthousiast. Ook over het gepresenteerde idee rond ‘studiepuntbekostiging’ zijn wij in dit licht kritisch.

Kwaliteitsafspraken 

De minister wil haar ambities met het hoger onderwijs vastleggen in kwaliteitsafspraken met de individuele instellingen. Die moeten de huidige prestatieafspraken opvolgen. De Kamerleden hadden hier wel ideeën over. 

Rog pleitte voor minder kwantitatieve en administratieve afspraken. De eigen visie van de instellingen komt wat hem betreft centraal staan met daarbij een “narratieve verantwoording”. De minister zei dat dit idee zal worden meegenomen bij het opstellen van de kwaliteitsafspraken. 

Mohandis benadrukte het belang van een breed kwaliteitsbegrip en vond samen met Duisenberg dat er voor de kwaliteitsafspraken een groot draagvlak van interne en externe betrokkenen moet zijn. Dat vond Van Meenen ook. Wat hem betreft maken de instellingen afspraken met hun directe omgeving en niet met de minister. Diens rol zou beperkt moeten blijven tot het toezien op de kwaliteit en samenhang van de afspraken. De Strategische Agenda kan daarbij het kader zijn. 

Bussemaker was dit laatste met Van Meenen eens: de kwaliteitsafspraken moeten in principe een link hebben met de Strategische Agenda. Maar zij wil wel een grotere vinger in de pap hebben dan het D66-Kamerlid suggereerde. Al was het maar om zich te kunnen verantwoorden over de besteding van de beide afspraken horende middelen. 

Verder wilde de bewindsvrouw de evaluatie van de huidige prestatieafspraken afwachten alvorens verder door te spreken over het vervolg. Wel gaf ze aan dat bij de kwaliteitsafspraken de medezeggenschap beter in stelling zal moeten worden gebracht. Voor Van Meenen was dit niet voldoende. Hij diende een motie in met het oog op een kleinere rol voor de minister bij de kwaliteitsafspraken.

Spaghetti van controlesystemen

Met name de SGP hekelde de “spaghetti van controlesystemen” die het hoger onderwijsomgeving: Inspectie, NVAO, Reviewcommissie (RC), Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs en dan ook nog de topsectoren, wetenschapsagenda en kwaliteitsafspraken. Kan dat niet wat minder? Bisschop vroeg om een plan waarmee geborgd wordt dat instellingen enkelvoudig gecontroleerd worden. 

De minister zag niets in een soort ‘hoger onderwijsautoriteit’, maar vond dat het voor de instellingen wel zo moest voelen. Betere samenwerking tussen de controlerende instanties is daarom wel nodig. Bussemaker heeft om die reden de Inspectie, NVAO en RC al bij elkaar gezet om hun werkzaamheden af te stemmen. Dat vond Bisschop niet genoeg: hij diende met Bruins een motie in om te komen tot een meer eenduidige controlesysteem.

Meer focus in de Agenda

Tijdens de hoorzittingen kwam het al aan de orde: de Strategische Agenda bevat wel heel veel maatregelen, waardoor het beschikbare budget versnipperd wordt. Oftewel: hagelslag, volgens inspreker Cees Veerman. In het debat kwamen onder meer Rog en Duisenberg op dit punt terug. 

Wat Rog betreft komt er meer focus: geen grote inzet op flexibeler en individuele leerroutes, maar net als op bijvoorbeeld Engelse topuniversiteiten meer nadruk op kleinschaligheid, mentoraten en tutoraten. Hij vertaalde deze wens in een motie. 

Ook wat Duisenberg betreft zijn er scherpe keuzes nodig, zodat de investeringen een merkbaar effect zullen hebben. Wat hem betreft worden die gemaakt door de instellingen. Hij diende een motie in die daartoe opriep. Rogs idee om de overheid scherper te laten bepalen waar het geld heen moet deed hij af als communistisch.

Stemmingen 

Naast de bovengenoemde kwam in het overleg een grote hoeveelheid andere thema’s langs waaronder internationalisering, de overgang mbo-hbo, selectie aan de poort, het gebruik van Engels in het onderwijs, de positie van chronisch zieke studenten en de plannen van de Rijksuniversiteit Groningen om een dependance in China te beginnen. In totaal dienden de Kamerleden 16 moties in om hun punten te onderstrepen. Over deze moties zal vanavond gestemd worden.

HBO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs