U bent hier

Hoger onderwijs: meer docenten, minder rendementsdenken

Er komen zeer veel nieuwe docenten bij in het hoger onderwijs de komende jaren, zo meldde minister Jet Bussemaker van Onderwijs zondag in Buitenhof. Die extra impuls moet leiden tot meer kleinschaligheid en aandacht voor Bildung. Albert Cornelissen (Windesheim) en een woordvoerder van de VU reageren. Voor de Marnix Academie kwam Bussemakers boodschap op een ongelukkig moment: deze pabo had haar personeel juist meegedeeld dat een aantal contracten niet zou worden verlengd. 

Minder pabostudenten

‘‘Alle pabo’s zien momenteel het studentenaantal teruglopen,’’ zegt Joke Snippe, waarnemend voorzitter van de Marnix Academie. ‘‘Dat heeft deels te maken met het teruglopen van de werkgelegenheid door krimp. Maar nog belangrijker is dat studenten sinds dit jaar drie extra toetsen moeten doen voordat ze worden toegelaten: aardrijkskunde, geschiedenis en natuur en techniek. Alle mbo’ers moeten die toetsen doen en de havisten voor zover ze in deze vakken geen eindexamen hebben gedaan. Dat schrikt veel aankomende studenten af.’’
Snippe hoopt dat ook de pabo’s extra formatiegeld zullen krijgen. ‘‘En ik hoop dat de minister wat coulant naar de verminderde instroom in de lerarenopleidingen gaat kijken, zeker gedurende deze overgangsperiode nu studenten zich moeten instellen op de nieuwe toelatingstoetsen.’’

Kleinschaligheid

Albert Cornelissen van Windesheim is met de minister eens dat kleinschaligheid goed is voor het studiesucces. ‘‘De sociale cohesie onder studenten neemt toe en ook de verbondenheid tussen studenten en docenten.’’ Windesheim is een grote hogeschool met zo’n 60 bacheloropleidingen, maar volgens Cornelissen lukt het toch aardig om de opleidingen overzichtelijk te houden. ‘‘Studenten en stafleden van de afzonderlijke opleidingen zitten bij elkaar en kennen elkaar. Je merkt dat die sociale structuur studenten ook beter ‘bij de les’ houdt.’’ 

Ook de Vrije Universiteit kan zich vinden in Bussemakers roep om kleinschaligheid. ‘‘De afgelopen jaren is de verhouding tussen het aantal docenten en studenten onder druk komen te staan. Wij hebben, net als de andere universiteiten, aangegeven dat bij de besteding van middelen uit het studievoorschot  een van de prioriteiten ligt bij het investeren in kleinschaligheid’’, meldt een woordvoerder. ‘‘Dat betekent ook meer docenten  en een intensievere begeleiding van studenten. Wij zijn dan ook benieuwd naar het aantal extra docenten dat Bussemaker aankondigt.’’

‘Meer Bildung’

Bussemaker wil ‘leren van de huidige discussie over rendementsdenken, waar de universiteit wordt gezien als leerfabriek die studenten er zo snel mogelijk doorheen moet jagen’. De minister onderstreepte zondag dat het hoger onderwijs niet alleen maar een toeleverancier is  voor het bedrijfsleven. Zij wil ‘‘iets meer Bildung, betrokkenheid, burgerschap.’’ Bussemaker: ‘‘Het hoger onderwijs is nu teveel gericht op kennisoverdracht. Ook persoonsvorming en je rol in de samenleving zijn belangrijk. We zijn het idealisme een beetje vergeten.’’ Zij vindt dat studenten een brede blik moeten meekrijgen en betreurt het dat universitair studenten nauwelijks stage lopen. ‘‘Het kan helemaal geen kwaad als een student commerciële economie, die bijvoorbeeld bankier wil worden,  kennismaakt met de schuldhulpverlening en eens meeloopt met een deurwaarder.’’

Wereldburgerschap

Snippe is blij met deze boodschap. ‘‘Wij geven onze opleiding vorm in nauwe samenwerking met onze 330 partnerscholen. Leerlingen worden in de praktijk opgeleid en beoordeeld. Wij doen zelf ook veel aan persoonsvorming. ’’ Zo koppelt de Marnix Academie  ‘wereldburgerschap’ aan internationalisering. De studenten gaan als onderdeel daarvan een periode naar het buitenland om hun blik te verruimen. Snippe: ‘‘De betrokkenheid bij de wereld om ons heen vinden wij een logisch onderdeel van onze christelijke identiteit.’’ 

De bestuurder wijst in dit verband op een voordeel van de toelatingstoetsen: ‘‘Doordat veel onderwerpen aan de poort al zijn afgecheckt, hebben wij ruimte over om een extra module te wijden aan Bildung. Voor die module gaan studenten bijvoorbeeld werken aan een concreet maatschappelijk vraagstuk, waarvoor ze naar andere instellingen moeten om antwoord te krijgen’’
Snippe is met de minister eens dat kleinschaligheid goed uitpakt. ‘‘Kijk naar de accreditaties: van de zeven pabo’s die onlangs als ‘goed’ werden beoordeeld, zijn er vier, waaronder die van ons, kleine zelfstandige pabo’s.’’

‘Niet langer one size fits all’

Al loopt de instroom op veel pabo’s terug; in het hoger onderwijs als geheel is het aantal studenten de afgelopen jaren flink gegroeid. Hoeveel docenten er precies bij komen maakt de minister bekend wanneer zij binnenkort haar 'strategische agenda' presenteert met de hoofdlijnen voor de komende vier jaar. ‘‘Ik heb het niet over tientallen of honderdtallen, maar echt over fundamentele aantallen'’, aldus Bussemaker.

De minister is niet tegen ‘rendement’; tot voor kort haalde slechts zo’n 50% van de studenten z’n diploma in de tijd die daarvoor staat en dat percentage moet beslist omhoog. Bussemaker wil dat studenten meer worden uitgedaagd en gemotiveerd. ‘‘Het onderwijs was teveel one size fits all.‘’ 
Zij kan de nieuwe docenten straks betalen door de komst van het sociaal leenstelsel, waardoor er jaarlijks 1 miljard euro extra vrijkomt. 
De minister wil niet te directief zijn bij het aangeven van de nieuwe richting. ‘‘We moeten leren van de huidige discussie over rendementsdenken. Maar ik wil alles niet helemaal dicteren. De docent moet de ruimte hebben  om daar zelf dingen in aan te geven.’’ 

 

HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs