U bent hier

Hoge Raad: Gedeeltelijke transitievergoeding bij vermindering arbeidsduur wegens ziekte

Op 14 september jl. deed de Hoge Raad uitspraak in een langlopende zaak over de verplichting tot betaling van de transitievergoeding na een ontslag en herbenoeming bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.

De casus

Een lerares is gedeeltelijk (voor 48,83%) arbeidsongeschikt verklaard door UWV. Zij is nog wel geschikt voor het werk als lerares maar voor een minder aantal uur. Om deze reden beëindigt het schoolbestuur haar dienstverband en herbenoemt haar aansluitend voor haar restverdiencapaciteit.

Dit gebeurt door het toesturen van een akte van ontslag en een nieuwe akte van benoeming.

De lerares tekent de nieuwe akte van benoeming en vordert vervolgens de transitievergoeding (€ 76.000) gebaseerd op haar volledige betrekkingsomvang. Het schoolbestuur is van mening dat de lerares geen recht heeft op een transitievergoeding nu zij voor haar restverdiencapaciteit herbenoemd is. De verplichting om de lerares eerst te ontslaan voordat herbenoeming mogelijk is, is een cao-verplichting. Het schoolbestuur ziet het feitelijk niet als een ontslag maar als een aanpassing van de arbeidsduur.

De procedure

Partijen komen eerst bij de kantonrechter die in het voordeel van de lerares oordeelt. De kantonrechter vindt dat er wel sprake is van een opzegging van het dienstverband maar oordeelt dat een gedeeltelijke transitievergoeding op zijn plaats is nu de lerares ook weer gedeeltelijk herbenoemd is.

Vervolgens komen partijen bij het hof. Anders dan de kantonrechter oordeelt het hof dat de omzetting van het dienstverband naar een dienstverband met een lagere werktijdfactor niet moet worden gezien als een (gedeeltelijke) opzegging. De bedoeling van partijen was immers niet om het dienstverband te beëindigen. Het hof oordeelt dan ook dat het schoolbestuur geen transitievergoeding verschuldigd is.

Cassatie

De lerares legt zich er niet bij neer en gaat in cassatie bij de Hoge Raad. De Hoge raad overweegt het volgende.

Volgens het wettelijk stelsel kan een arbeidsovereenkomst alleen in haar geheel worden opgezegd of ontbonden. Voor de regeling omtrent de transitievergoeding is hierbij aangesloten. De wet voorziet dan ook niet in de mogelijkheid van een gedeeltelijke transitievergoeding in het geval van een vermindering van de arbeidsduur. 

Desalniettemin moet de mogelijkheid van gedeeltelijk ontslag en daaraan gekoppeld aanspraak op een gedeeltelijke transitievergoeding wel worden aanvaard voor het bijzondere geval dat, door omstandigheden gedwongen, wordt overgegaan tot een substantiële en structurele vermindering van de arbeidstijd van de werknemer. Dit kan aan de orde zijn bij het gedeeltelijk vervallen van arbeidsplaatsen wegens bedrijfseconomische omstandigheden en bij blijvende gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van een werknemer.

Want, zo beredeneert de Hoge Raad, zou aanspraak op een gedeeltelijke transitievergoeding in de hierboven benoemde gevallen niet worden aanvaard, dan zou de werknemer door een substantiële en structurele vermindering van de arbeidsduur een deel van de transitievergoeding mislopen. Mocht het dienstverband namelijk na verloop van tijd volledig beëindigd worden dan wordt de transitievergoeding gebaseerd op de nieuwe, lagere, arbeidsduur.

De lerares heeft volgens de uitspraak van de Hoge raad dus recht op een gedeeltelijke transitievergoeding gebaseerd op haar urenverlies. Voor deze lerares komt dit neer op € 33.394,40.

In de casus van de lerares en het schoolbestuur is het dienstverband eerst volledig beëindigd en is de lerares daarna weer gedeeltelijk herbenoemd. De Hoge Raad geeft aan dat het recht op de gedeeltelijke transitievergoeding niet afhankelijk is van de wijze waarop de urenvermindering heeft plaatsgevonden. Zowel bij een gedeeltelijke beëindiging, een algeheel ontslag gevolgd door een nieuwe, aangepaste arbeidsovereenkomst, dan wel aanpassing van de arbeidsovereenkomst is een gedeeltelijke transitievergoeding verschuldigd.

Als laatste gaat de Hoge Raad nog in op de begrippen substantiële vermindering en structurele vermindering. Van een substantiële vermindering is sprake wanneer de arbeidsduur met ten minste twintig procent wordt verlaagd. Van een structurele vermindering is sprake als de vermindering naar redelijke verwachting blijvend zal zijn.

Betekenis voor de praktijk

Gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers waarvan de arbeidsduur wordt aangepast hebben recht op een gedeeltelijke transitievergoeding. De hoogte van de vergoeding wordt gebaseerd op het urenverlies. Wel moet er sprake zijn van een urenverlies van minimaal 20% en dient de vermindering naar verwachting blijvend te zijn.

mr. Kicky van Bavel

PO | VO | MBO | HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs