U bent hier

Hoeveel procent van de docenten godsdienst/levensbeschouwing ziet zichzelf als religieus?

Wat is godsdienst/levensbeschouwing toch voor een schoolvak? Welke doelen, inhouden en activiteiten komen veel voor in de les? Wie is de docent die dit vak doceert in de middelbare school? Naar dit soort vragen heeft Verus recent onderzoek gedaan. 

Vanmiddag presenteren dr. Gerdien Bertram-Troost, onderzoeker van de VU en van Verus, en drs. Taco Visser, adviseur van Verus en voorzitter van de vereniging voor docenten levensbeschouwing en godsdienst (VDLG) de resultaten van grootschalig empirisch onderzoek uit 2016 op het VDLG-congres

In de presentatie en het onderzoek geven zij antwoord op vragen als:

  • Wat is de meest gebruikte naam voor dit vak in het protestants-christelijk onderwijs: godsdienst of levensbeschouwing?
  • Welke doelen en inhouden komen het meest voor in dit vak: kennis of vorming?
  • Hoeveel docenten godsdienst/levensbeschouwing op katholieke scholen is zelf katholiek?
  • Hoeveel procent van deze vakdocenten ziet zichzelf eigenlijk als religieus?
  • Hoeveel procent van deze vakdocenten wil een verplicht vak godsdienst/levensbeschouwing op alle scholen in Nederland, bijzonder en openbaar?
  • Hoeveel procent van deze vakdocenten wil landelijke eindtermen voor dit verplichte vak?
  • Hoeveel procent eigen ruimte en onderwijsvrijheid willen deze vakdocenten daarnaast?

Heb je zelf al een beeld van jouw antwoorden en schattingen? Of wat zou je willen antwoorden?

Een heel breed vak

Een belangrijke conclusie is dat dit schoolvak in de ogen van de vakdocenten, dus vanuit hun ‘eigen vakvisies’, een heel breed vak is. De top drie’s van waar het vak volgens de docenten over gaat, zijn zeer divers. Er zijn maar enkele opties die bij 10 tot 20% van de vakdocenten in hun top drie ‘eigen vakvisie’ voorkomen:

  • 'Kennis van de in Nederland bekende religies en levensbeschouwingen’ komt het vaakst voor in de gemiddelde top drie, maar slechts bij nog geen 20% van de vakdocenten. 
  • Verder plaatsen docenten zowel kennisgerelateerde zaken als vormingselementen in hun top drie. Het vak heeft voor veel docenten dus betrekking op zowel kennis als vorming. 

Het element ‘geloofsonderwijs’ vindt ten slotte bij de groep docenten als geheel nauwelijks weerklank. In combinatie met de bevinding dat ‘bidden’ als activiteit binnen de vaklessen nauwelijks een rol speelt, is de conclusie dat dit schoolvak in de regel zeker geen confessioneel vak is. 

Verschillen katholiek en protestant

Er zijn grote verschillen tussen katholieke en protestantse scholen als het gaat om de inhoud en de naam van het vak. Er is vrijwel geen katholieke school waar het vak ‘godsdienst’ heet. Men kiest daar voor de bredere vakterm ‘levensbeschouwing’ als een ‘kijk op het leven’. Protestantse scholen kiezen veel meer voor de naam en de inhoud ‘godsdienst’, al dan niet samen met levensbeschouwing. 

Ook de gebruikte lesmethoden zijn duidelijk anders, in lijn van de historie en inhoud van het vak. Op katholieke scholen wordt het vak verder minder aangeboden, zeker in de bovenbouw. Docenten in het katholiek onderwijs zijn ook duidelijk minder tevreden over de beschikbare lesuren dan hun collega’s op protestantse scholen. 

Wat ook opvalt is dat veel vakdocenten die op protestantse scholen werken zichzelf protestant noemen, terwijl ongeveer de helft van de vakdocenten op katholieke scholen zichzelf tot het katholicisme rekent. Jongere docenten rekenen zich nog minder tot het katholicisme dan oudere docenten. 

Ten slotte denken vakdocenten die op protestantse scholen werken vaker dan hun collega’s in het katholieke onderwijs dat religie over vijf jaar een rol speelt op hun school.

Toekomstig landelijk vak?

Met het oog op de toekomst van het vak is het merendeel van de docenten van mening dat dit vak in de toekomst op alle scholen in Nederland op het rooster moet staan, zowel openbaar als bijzonder. 

Een minderheid (41,4%) vindt echter dat er nationale eindtermen moeten komen voor dit verplichte vak. Het lijkt er dus op dat de docenten het belangrijk vinden dat hun vak breed aangeboden wordt op Nederlandse scholen, maar dat dit niet noodzakelijk langs de lijn van nationale eindtermen en/of een examenvak hoeft te gaan. In de ogen van redelijk wat docenten zelfs liever niet. Ruim 90% van de vakdocenten hecht aan eigen invullingsruimte, naast de eventueel toekomstige nationale eindtermen. 

Als er eventuele nationale eindtermen komen, waar zouden die dan op gericht moeten zijn? Net als bij de ‘eigen vakvisies’ komt ook hier ‘kennis over religies en levensbeschouwing’ naar voren. Maar ook het ‘leren omgaan met levensbeschouwelijke diversiteit’ wordt relatief vaak genoemd, en daarna levensbeschouwelijke vaardigheden als ‘leren reflecteren op zichzelf en de eigen keuzen’ en ‘leren luisteren naar en openstaan voor anderen’. Bovendien geldt hier net als bij de ‘eigen vakvisies’ dat de top drie’s van individuele docenten zeer verschillend zijn. Dus ook met het oog op de toekomst zijn er onder de vakdocenten zeer uiteenlopende vakvisies, maar in elk geval zowel met kennis als met vorming.

Grasduin verder

Benieuwd naar alle antwoorden op de inleidende vragen? Download hier het onderzoeksrapport en grasduin zelf verder en zoek naar de resultaten die jij zelf interessant vindt.

Op het VDLG-congres van vandaag ontvangen de aanwezigen een ‘schriftje’ met de belangrijkste opbrengsten uit dit onderzoek. Later deze maand zal dat naar de scholen worden gestuurd. De inhoud van dit schriftje is ook erg geschikt om in te grasduinen en biedt aanknopingspunten om eens in en samen met de vaksectie godsdienst/levensbeschouwing over van gedachten te wisselen.

VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs