U bent hier

Hoe omgaan met levensbeschouwelijke kwesties? ‘Je moet de werelden niet verder uit elkaar drijven’

De onderwijswereld is de afgelopen tijd flink opgeschrikt door meerdere incidenten. Ook in ons eigen land werden twee docenten van het Pierson College in Den Bosch en Emmauscollege in Rotterdam bedreigd vanwege het tonen van religieuze cartoons. Geschiedenisdocent Wim Hoogendijk van het Griftland College in Soest en docent levensbeschouwing Bill Banning van het d’Oultremontcollege in Drunen vertellen over hoe zij omgaan met levensbeschouwelijke kwesties.

Iemand bedreigen? Daar is hij faliekant op tegen. "Zeker als het gaat om mensen in het onderwijs, de theater-, of muziekwereld. Dan ben je extra kwetsbaar." De docent geschiedenis gebruikt zelf ook weleens cartoons, maar absoluut niet à la Charlie Hebdo. ''Ik zou dat soort cartoons in een lessituatie met een bepaalde populatie leerlingen ook niet laten zien'', zegt hij.

Hij meent dat het niet om zelfcensuur gaat, maar juist die verbinding die hij met zijn leerlingen wil maken. ''Je wil leerlingen een stapje verder helpen op het gebied van burgerschap en historisch bewustzijn. Dat doe ik niet door zulke cartoons te laten zien'', vindt Hoogendijk. Zo breek je volgens hem het kleine beetje verbinding dat je met leerlingen wil maken, bij voorbaat al af. ''En dat geldt ook voor cartoons over het christendom, jodendom of boeddhisme.''

Uitleg

Hoe hij deze gevoelige punten dan wel aan de kaak stelt? Door diepgang en uitleg te bieden. ''Zo gaf ik deze week les aan een havo 4-klas over de Inquisitie en hoe dit functioneerde in de 13e, 14e en 15e eeuw. Dit heb ik als voorbeeld gebruikt in de trant van: kijk, dit is het gevaar van een ideologie'',  legt hij uit. ''Een ideologie stelt een bepaalde waarheid boven de mens, waarin alles is toegestaan. Zo heeft ook elke godsdienst zijn eigen ideologen. Maar zodra zij het voor het zeggen krijgen, wordt het gevaarlijker.''

''Je moet een andere ideologie in zekere zin wel in zijn waarde laten en tegelijkertijd de uitwassen aan de kaak stellen.''

Een ideologie mag dus zeker wel benoemd worden, vindt Hoogendijk. Zolang het wel respectvol blijft. ''Je kunt een heel botte cartoon laten zien. Maar je moet een andere ideologie in zekere zin wel in zijn waarde laten en tegelijkertijd de uitwassen aan de kaak stellen. Leerlingen moeten zich in het verhaal kunnen herkennen, maar het moet geen persiflage worden of een andere ideologische achtergrond demoniseren.'' Zo bouw je namelijk geen bruggen, aldus de geschiedenisdocent.

En als er dan wel aandacht wordt besteed aan cartoons in de les, dan ziet hij dit het liefst in een grotere context. Eentje waarbij anders naar het materiaal wordt gekeken, zonder olie op het vuur te gooien. ''Je kunt bijvoorbeeld eerst wat lessen besteden aan wat er cartoon nu echt is, wat de werkelijkheid erachter is en hoe je dit moet beoordelen.''

Angst

Hij merkt dat sommige docenten het lastig vinden om dit soort gevoeligheden ter sprake te brengen en het daarom liever vermijden. ''Het komt voor uit een stukje angst, dat zij als docenten straks ook moeten onderduiken.''

Maar hoe kan deze angst worden weggenomen en welke hulp moeten leerkrachten hierbij krijgen? In elk geval denkt Hoogendijk dat een specifieke scholing op wat wel en niet mag niet nodig is. Want: in principe mag alles. Dat is de kern van de democratie. ''Maar de discussie die je moet voeren is: wat is wijsheid? Hoe bouw je bruggen tussen al deze verschillende werelden die je in de klas hebt zitten? En hoe bereik je het doel om die werelden met elkaar te verbinden?'' Situaties al deze ziet hij ook als nuttige leermomenten voor leerkrachten, waarbij nog meer wordt nagedacht over de impact op een klas. ''Want je wil verbinding behouden, en niet werelden van leerlingen verder uit elkaar drijven.''

Individuele beleving

Ook docent levensbeschouwing Bill Banning van het d’Oultremontcollege in Drunen heeft een heldere visie op hoe om te gaan met levensbeschouwelijke kwesties in de klas. ''Ik kies er in de klas nadrukkelijk voor om níet de actualiteit te volgen, want dan word je te erg gegijzeld door deze actualiteit'', zegt Banning. Hij meent dat geloofskwesties altijd vragen om een brede insteek, waarin je levensbeschouwelijk leert denken, waar ruimte is voor verschil en waar je in vertrouwen kunt spreken over een individuele beleving.

''Ik zal dan ook nooit een spotprent in mijn lokaal ophangen'', zegt hij resoluut. ''Niet over iemands hobby, en al helemaal niet over iemands geloof. Vroeger maakte ik nog weleens een grapje over leerlingen, maar ook daarbij weet je helemaal niet hoe het binnenkomt. Je moet niet de spot met iemand drijven, maar juist behoedzaam met elkaar omgaan.''

Niet belachelijk maken

Daarom probeert hij als docent levensbeschouwing een breed programma op te zetten waar elke vorm van religie aan bod komt. ''En binnen deze kaders probeer ik het zo positief in te steken, dat een katholiek of moslim die in de klas zit, zich niet belachelijk gemaakt voelt.'' Dialogiserend van elkaar leren en met respect naar andermans beleving kijken, zijn voor hem de belangrijkste waarden.

Zo haalt hij in de les bijvoorbeeld de ontmoeting tussen Sint Franciscus en sultan Malek al Kamil in 1219 aan en bespreekt hij de beroemde dialoog tussen de voormalige paus Benedictus XVI en filosoof/atheïst Jürgen Habermans.

Banning laat zich dus niet leiden door de actuele berichtgeving door de media. ''Dit roept juist heftigere emoties op en als je te erg in de actualiteit meegaat, kun je het brede achtergrondkader niet meer zien.'' Dit betekent overigens niet dat hij geen gevoeligheden aan de kaak stelt, maar hij op langere termijn en met een brede visie hieraan aandacht wil besteden. Zo bespreekt hij onder meer wel waarom moslims zo boos worden als de Koran belachelijk wordt gemaakt en waarom christenen juist vrij laks reageren als dit bij de Bijbel gebeurt.

'Ik krijg ook regelmatig van leerlingen te horen: meneer, wat fijn dat u zo respectvol over onze godsdienst praat.'

Levensvisie

Het belangrijkste voor Banning is ieder kind, ongeacht achtergrond of religie, in zijn waarde laten. ''Ik krijg ook regelmatig van leerlingen te horen: ‘Meneer, wat fijn dat u zo respectvol over onze godsdienst praat’. Dat leerlingen weten: mijn visie is in deze klas veilig.'' In de vierde klas schrijven leerlingen bij hem een praktische opdracht voor het vak. Dit kan variëren van een wetenschappelijk onderzoek, ethisch analyse-onderzoek of een levensvisiewerkstuk. Dit laatste wordt in de meeste gevallen gekozen.

''Vaak komen in deze levensvisiewerkstukken verhalen naar boven die nog nooit eerder door die leerlingen zijn verteld. Daarom is geheimhouding hierbij heel belangrijk. Dus wat leerlingen ook schrijven: ik weet niets. Het is net als het biechtgeheim. Maar het is altijd mogelijk om een afspraak te maken als een leerling erover wil spreken. Ze weten hoe ze mij kunnen vinden. Zo blijft de school een veilige haven. Dat is het kader waarbinnen ik wil werken.''

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs