U bent hier

Hoe het Roelof van Echten College van 7 naar 2 directeuren ging

Men vindt dat de organisatie topdown wordt bestuurd, waardoor er geen eigen verantwoordelijkheden zijn en nauwelijks ruimte om het eigen werk te organiseren. Medewerkers zijn ontevreden over hun baan. De uitslag van het medewerkerstevredenheidsonderzoek in 2010 was aanleiding om de organisatie op het Roelof van Echten College drastisch om te gooien. De docenten beslisten hoe.

Directeur-bestuurder Albert Weishaupt van de scholengemeenschap in Hoogeveen nodigde zijn medewerkers acht jaar geleden uit om zelf na te denken over hoe zij hun werk willen organiseren. Ze vormden een Denktank en adviseerden Weishaupt een matrixorganisatie op te zetten. Nu, zes jaar later, staat die.

Clusters en afdelingen

De matrix werkt zo dat er teams georganiseerd zijn rond aanverwante vakken. Het cluster exact bijvoorbeeld bestaat uit docenten wiskunde, biologie, scheikunde, natuurkunde en rekenen. Het cluster heeft een meewerkend voorman: een docent met als taak clusterleider. Daarnaast zijn er afdelingsleiders: zij gaan over het welzijn van de leerlingen per afdeling (praktijkonderwijs, vmbo, havo, vwo).

Gedeelde verantwoordelijkheden

Het voordeel, legt Weishaupt uit, is dat de verantwoordelijkheden voor docentontwikkeling en leerlijn gescheiden zijn. Wil een collega op cursus, dan betekent dat lesuitval. Vroeger moest een teamleider daarover alleen de knoop doorhakken. Nu overleggen cluster- en afdelingsleider met elkaar.

Theo Zeinstra, docent scheikunde en clusterleider exact, bevestigt dat. In de aanloop naar het nieuwe jaar bespreekt hij met zijn collega’s hoe hun takenpakket eruit ziet. Om vervolgens met de afdelingseider door te nemen of het haalbaar is of iemand mentor wordt. “Bovendien kunnen teams binnen kaders hun eigen invulling geven: spullen moderniseren, afspreken hoe we omgaan met mobieltjes in de klas, nieuwe apps gebruiken. Maar ook: afspreken hoe we omgaan met meldingen van ouders.”

De attitude is het belangrijkst

Het allerbelangrijkst bij het invoeren van een nieuw organisatiemodel, zeggen zowel directeur-bestuurder als clusterleider, is de attitude van mensen. “Wij hebben in het onderwijs mensen ook op een bepaalde manier opgevoed”, stelt Weishaupt, die sinds 2015 ook lector Professionele Onderwijsorganisaties is bij Stenden Hogeschool. “Want de eerste onderwijsinnovatie is half afgerond of daar is de volgende weer. Toen ik docenten vroeg zelf uit te zoeken hoe ze hun werk willen organiseren drong op een gegeven moment door: Hij meent het! Hij meent het echt! Toen ontstond er een dynamiek en energie!”

‘Ik wil niet terug’

“Docenten leren initiatief te nemen in plaats van te wachten wat er naar hen toekomt”, merkt Zeinstra. “Dit is ons niet opgelegd, maar bedacht vanuit het team. Wij zelf kunnen het onderwijs beter en ook leuker maken. Ik zou niet terug willen.”

Doen wat je belooft

De directie moet natuurlijk ook doen wat ze beloofd heeft: ruimte geven. Zo heeft deze organisatie consequenties voor de lesroosters. “De vrijheid van een schoolleider neemt af. Je moet weten dat als mensen een stap zetten, die stap gezet is. Je kunt niet na een maand zeggen: ik heb me bedacht. Want dan zeggen je medewerkers: zie je wel?”

Een beperkte hoeveelheid leiderschap

Weishaupt is misschien een vreemde eend in de bijt, zegt hij, maar hij heeft daar dus helemaal geen moeite mee: leiderschap uit handen geven. “Ik heb vertrouwen in de mensen dat ze het goede gaan doen. Je moet het mensen ook gunnen, dat ze niet bang zijn, maar vertrouwen hebben. Als ik mijn mensen niet kan vertrouwen, heb ikzelf iets fout gedaan. Want dan ben ik niet in staat geweest de juiste mensen om mij heen te verzamelen.”

Er is overigens maar een beperkte hoeveelheid leiderschap in een school. “Dus gedeeld leiderschap betekent dat er minder leidinggevenden aan de top nodig zijn: wij gingen van 7 naar 2 directeuren. Het geld dat dat oplevert, zit weer in de onderwijsorganisatie.”

Het is een lang proces, zeggen zowel Weishaupt als Zeinstra. Hoewel, zegt de laatste: Lang is een subjectief woord. Je kunt je ook afvragen hoe lang we gewoon voor het bord hebben gestaan met een krijtje, ’s middags onze tas dichtritsten en naar huis gingen om ’s avonds een stapel nakijkwerk te pakken. Nu zijn we flexibeler. Piekmoment blijven in het onderwijs, maar je kunt zelf beslissen hoe je ermee omgaat.”

Volgend jaar hoopt een onderzoeker te promoveren op onderzoek naar de casus van het Roelof van Echten. Zo hoopt de school te leren wat zij anders had kunnen doen en wat dit organisatiemodel betekent voor het onderwijs.

fotograaf: Ben Vulkers

VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs