U bent hier

Het roer omgooien na de lockdown? Deze schoolleider deed ‘het gewoon.’ 

Veel scholen zijn het erover eens: de lockdown heeft aangetoond dat dingen anders kunnen en eigenlijk ook moeten. Maar hoe pak je dat vervolgens aan? Heel simpel, zegt schoolleider Kristel Klokke. “Gewoon een kwestie van doén.” Meteen na de herstart in mei gooide zij met haar team het roer om op de Prins Mauritsschool.   

“We waren de schoolvisie al aan het herzien,” zegt de schoolleider van de christelijke basisschool, filiaal West, in Tiel. “We wilden toe naar meer kindgericht onderwijs. En toen kwam de lockdown.” Wat Klokke met haar team opviel, was hoe snel ze bleken te kunnen schakelen en improviseren met het afstandsonderwijs. “Maar minstens even mooi om te zien was, dat de kinderen veel zelfstandiger waren dan we ons altijd gerealiseerd hadden. Dat was een eyeopener, zeker ook voor ons zelf. Kennelijk waren wíj het die hen te lang wilden vasthouden. Maar was dat ook goed voor de leerlingen, of deden we het meer voor onszelf? Uit gewoonte, maar ook omdat wij dan het gevoel van controle hadden misschien?”

Dat soort bespiegelingen bracht ze meteen nadat de scholen weer opengingen in mei voor het voetlicht met haar team. “We vonden allemaal dat we onze ogen niet konden sluiten voor wat we ervaren hadden. Dus zomaar teruggaan naar het oude was geen optie meer. Ons onderwijs moest kindgerichter worden, dat stond vast. Tijdens een studiedag hebben we besproken wat er anders kon. Maar nog belangrijker: we hebben het vooral ook onze leerlingen gevraagd. In een vraaggesprek, dat we georganiseerd hebben, gaven zij heel duidelijk aan wat ze prettig vonden aan het thuiswerken en wat zij aangepast wilden zien in ons onderwijs.” 

Zelf dag indelen

Voorbeelden? Ze lieten weten dat ze het fijn vonden zelf hun dag in te delen, zegt Klokke. “Ze kregen tijdens het thuisonderwijs ’s ochtends alle instructies en konden daarna zelf bepalen wanneer ze wat deden. Wel mochten ze in tijdsblokken steeds vragen stellen aan de leerkracht. Zo konden ze bijvoorbeeld eerst de makkelijke lessen doen en dan de moeilijke, of andersom. Ook hoefden ze niet per se een uur te rekenen en dan drie kwartier aan taal te besteden, bijvoorbeeld. En ze vonden het fijn dat als ze klaar waren met een opdracht ze niet hoefden te wachten op de rest.” 

Hoe Klokke met haar team deze input van meer vrijheden vertaalde naar de dagelijkse praktijk? “We hebben er allereerst metéén werk van gemaakt. Onder het mom van: gewoon doen. Alles is winst. Daar komt het op neer. We hebben onze traditionele manier van lesgeven omgegooid naar een vorm waarbij we op vaste momenten korte instructies geven. Vervolgens mogen leerlingen zelf hun tijd indelen. Doen ze liever taal ’s ochtends, dan mogen ze daar eerst mee aan de slag. Of juist rekenen? Ook goed.”  

Ouders niet meer naar binnen

“We zijn er verder van afgestapt dat ze allemaal altijd in het klaslokaal moeten werken. In de gang hebben we leerplekken gecreëerd, waar ze ook mogen gaan zitten, als daar behoefte aan is voor een betere concentratie bijvoorbeeld. We zijn nog aan het ontdekken of er nog andere plekken binnen de school zijn waar ze op sommige momenten beter tot leren komen. Dat zou bijvoorbeeld ook het schoolplein kunnen zijn voor sommige vakken, sommige momenten en sommige leerlingen. Waar het om gaat, is dat elk kind anders is en op een andere manier leert. Aan die behoefte willen we zo veel mogelijk tegemoet komen. Daarom zijn we er ook mee bezig om onze onderwijsassistenten anders in te zetten. Vanaf volgend schooljaar gaan zij rondlopen en hun aandacht meer richten op waar het echt nodig is.”

Na de herstart in mei toen ouders de school niet meer in mochten voor het halen en brengen, werd er nog meer duidelijk, vervolgt Klokke. “Het gaf altijd veel spanning: getrek en gepluk aan de kinderen met de jassen uitdoen en gehuil en drama bij het afscheid nemen. Toen de ouders nog maar tot het hek mochten, vanwege de anderhalve-meter-maatregelen, en een leerkracht de kinderen daar ophaalde, kwam er veel meer rust. En we zagen ook nog eens, tot onze verbazing, dat zelfs de peuters en kleuters prima zelf hun jasjes konden aan- en uitrekken en ophangen aan de kapstok.” 

Geen enkele negatieve reactie

Klokke aarzelde daarop niet, na overleg met haar team, en trok meteen de stoute schoenen aan. Ze liet de ouders in een brief weten dat zij, los van de Coronamaatregelen, voortaan op het schoolplein afscheid moeten nemen. “Als we dat voor Corona hadden gedaan, zou het raar geweest zijn voor hen en was het lastig geworden. Maar nu waren ze het al gewend. Het was dus nu of nooit, want als ze weer eenmaal in de school zouden komen, kun je het bijna niet meer terug draaien,” aldus de moedige schoolleider. “We hebben geen enkele negatieve reactie gekregen.”

Dat Klokke en haar team de goede weg zijn ingeslagen met de onderwijsvernieuwing is klip en klaar voor haar. “We merken dat leerlingen blij worden van deze kindgerichte aanpak. Ze voelen zich veel meer uitgedaagd. We willen hen laten leren vanuit hun eigen nieuwsgierigheid, en die wordt nu geprikkeld. Zodat ze kunnen gaan ontdekken wat bij hen past en waar ze staan ten opzichte van de wereld. Dat kan alleen vanuit zelfstandigheid en vertrouwen.”

Uit het keurslijf

Het is eigenlijk heel simpel, als je erover nadenkt, zegt Klokke. “Volwassenen vinden het prettig om vrijheid te hebben in keuzes en de manier van werken, waarom zou dat voor kinderen anders zijn? Het feit dat we zij gaan dénken dat we die keuzes voor hen moeten maken, is vooral een gewoonte geworden, waarmee we elkaar allemaal in de tang houden. Maar die mindset hebben we nu doorbroken als team.”    

De schoolleider heeft de smaak inmiddels te pakken zegt ze. “Volgende stap is de administratieve last terugbrengen naar een minimum. Ook daar kijken we steeds meer: is dit echt nodig? Zo willen we alsmaar verder uit het keurslijf kruipen waarin we, onbewust, zaten opgesloten.”

PO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs