U bent hier

Het Hof verwacht geduld en begrip van werkgever bij re-integratie

Is uw werknemer aan het re-integreren? Dan moet u zich ervan bewust zijn dat zo’n re-integratietraject mogelijk niet (direct) vlekkeloos verloopt én dat van u verwacht wordt de werknemer als goed werkgever te begeleiden. Een uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden over een tijdens haar re-integratie ontslagen docente maakt dat duidelijk.

Uit een uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden blijkt dat een werkgever de juiste timing in acht dient te nemen bij het aanspreken van een werknemer op diens functioneren. In deze zaak ging het over een docente die al enige tijd arbeidsongeschikt was. Door een regulier begeleidingsgesprek aan te grijpen om werkneemster tijdens de re-integratie te confronteren met haar functioneren en haar vervolgens te schorsen, zette de school de arbeidsverhouding zwaar onder druk. Dit getuigt niet van goed werkgeverschap en was in de gegeven omstandigheden ook disproportioneel.

De feiten

Werkneemster, sinds 2007 in dienst als docente bij een school voor bijzonder onderwijs, is sinds 2017 arbeidsongeschikt. Tot dat moment heeft zij, inmiddels 10 jaar in dienst, altijd naar behoren gefunctioneerd. In het kader van de re-integratie is de bedrijfsarts begin 2018 van oordeel dat werkneemster werkzaamheden kan verrichten met een overzichtelijk takenpakket en zonder piekmomenten en deadlines. Werkneemster is daarom enkele uren per week ingeroosterd voor het geven van steun-/bijlessen.
In een voortgangsgesprek van 9 februari 2018 geeft de docente aan dat zij weliswaar voor de lessen is ingeroosterd, maar dat meermaals geen leerlingen zijn verschenen. Hierdoor wordt zij onzeker en dit werkt demotiverend. De week daarna verneemt de school van verschillende personen en leerlingen dat werkneemster bij twee ingeroosterde lessen niet is verschenen. De school grijpt het begeleidingsgesprek van 16 februari 2018 aan om de docente met haar (dis)functioneren te confronteren en schorst haar daarbij per direct wegens het wegblijven van de lessen en het niet surveilleren. Per 28 december 2018 wordt werkneemster door de bedrijfsarts volledig hersteld verklaard.

Geen goed werkgeverschap

De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 januari 2019 ontbonden, wegens een duurzaam en onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding. Op basis van de verklaringen die de school in de procedure bij de kantonrechter heeft overgelegd, kan niet worden uitgesloten dat werkneemster wél op school aanwezig is geweest. Bovendien had de school, als begeleider bij de re-integratie, direct contact met haar kunnen opnemen bij haar afwezigheid.
Dat de school voor de confrontatie het reguliere begeleidingsgesprek heeft aangegrepen getuigt, gelet op de medische situatie van werkneemster, volgens de kantonrechter niet van goed werkgeverschap. Ook is dit niet proportioneel, mede gelet op de duur van het dienstverband, de re-integratie en de zeer moeilijke privé-situatie van werkneemster. De school had haar juist meer begeleiding moeten bieden en deze nalatigheid kan de school ernstig worden verweten. De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst daarom ontbonden en aan werkneemster, naast de transitievergoeding van €45.182,- bruto, ook een billijke vergoeding van € 19.000,- toegekend.

Schorsen was disproportioneel

In hoger beroep oordeelt ook het hof dat sprake was van ernstig verwijtbaar handelen door de school. Ook als partijen ervanuit zouden gaan dat werkneemster niet (tijdig) bij de bijles aanwezig was, rechtvaardigt dit het handelen van de school niet.
Volgens het hof blijkt uit het gespreksverslag van 16 februari 2018 dat het de insteek van de school is geweest om tijdens het begeleidingsgesprek de confrontatie op te zoeken en tot een beëindiging van de arbeidsovereenkomst te komen. De verklaringen van werkneemster werden tijdens het gesprek niet geaccepteerd en haar werd werkweigering verweten. Volgens het hof heeft de school prematuur gehandeld door werkneemster (zonder nader onderzoek) direct te schorsen en bovendien is dit optreden – ten opzichte van een re-integrerende, nog arbeidsongeschikte werkneemster – disproportioneel. De school had er rekening mee moeten houden dat de re-integratie, zeker aan het begin van het traject, niet vlekkeloos verloopt en had werkneemster hulp en begeleiding moeten bieden. Het handelen van de school is volgens het hof ernstig verwijtbaar en daarom is een billijke vergoeding op zijn plaats. De hoogte van de vergoeding zoals die door de kantonrechter is toegekend, laat het hof in stand.

Re-integratie verloopt niet altijd vlekkeloos

Uit deze uitspraak volgt dat een werkgever zich ervan bewust moet zijn dat een re-integratietraject mogelijk niet (direct) vlekkeloos verloopt en dat zij de werknemer hierbij als goed werkgever moet begeleiden. Eventueel te nemen maatregelen moeten proportioneel zijn en in ieder geval mag niet te snel op een beëindiging worden aangestuurd, een en ander op straffe van een mogelijke billijke vergoeding.

mr. Marco De Vita, jurist Verus

PO | VO | MBO | HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs