U bent hier

Het goede leren

prof. dr. Cok Bakker hield dinsdag een dubbeloratie in het kader van de start van het lectoraat ‘normatieve professionalisering’ aan de Hogeschool Utrecht en de leerstoel ‘didactiek van levensbeschouwelijke vorming’ aan de Universiteit Utrecht. De komende jaren gaat Bakker zich samen met zijn onderzoeksgroep ‘The Good Learning Project’ richten op het verbinden van normatieve professionalisering aan levensbeschouwelijke vorming.

In zijn rede, een combinatie van een openbare les als start van het lectoraat en een oratie als start van de universitaire leerstoel, ging Bakker zelf ook in op hoe hij de relatie ziet tussen normatieve professionalisering (van leraren) en levensbeschouwelijke vorming.

Normatieve professionalisering ís levensbeschouwelijke vorming
Zijn stelling is dat normatieve professionalisering een vorm is van levensbeschouwelijke vorming. Levensbeschouwing verstaat hij namelijk niet primair als een systeem van (seculiere of religieuze) overtuigingen, waarden, normen, rituelen en praktijken van een groep mensen, maar als de manier waarop een individu zijn levenshouding richt en beoordeelt op basis van een bepaalde grondovertuiging en een min of meer consistent complex van normen, idealen en verwachtingen.

Ook zijn standpunt ten aanzien van vorming is primair gericht op individuatie, de persoonsvorming, en veel minder op enculturatie, het leren van kennis en vaardigheden voor de beroepsuitoefening, en socialisatie, de sociale en maatschappelijke vorming. Kortom: het individu bepaalt voor Bakker de grondtoon van levensbeschouwelijke vorming.

Meer dan instrument
Maar wat is normatieve professionalisering? Bakker maakte dit begrip duidelijk door het af te zetten tegen instrumentele professionaliteit. Leraren leren in hun opleiding een instrumentarium van vakkennis en vakvaardigheden. In het werk in de klas is de leraar bovendien instrument van het onderwijssysteem van wet- en regelgeving, competentie-eisen, schoolbeleid, kwaliteitsstandaards, Cito-normen, eindtermen enzovoorts.

Toch beslist een leraar geregeld in een ‘split-second’ hoe in een bepaald moment goed te handelen. Geef ik straf of ga ik in gesprek met deze leerling? En ook in de interpretatie en de toepassing van elementen uit het onderwijssysteem maakt de leraar eigen subjectieve keuzes. Wat versta ik onder goede leeropbrengsten als de overheid mij vraagt om meer opbrengstgericht te werken? Kortom: een leraar is meer dan een instrumentele leraar. Hij heeft ook normatieve opvattingen over wat goed leren en wat onderwijs is.

Bakker pleit er met zijn rede en het instellen van zijn onderzoeksgroep voor dat er in opleidingen en in scholen meer ruimte gemaakt wordt voor normatieve professionalisering en levensbeschouwelijke vorming, en de onderlinge dialoog daarover. Het is belangrijk dat leraren niet alleen instrumenteel maar ook normatief en levensbeschouwelijk leren reflecteren op hun professionele handelen. Een leraar moet niet alleen gesocialiseerd worden in een bestaand (beroeps)systeem, maar mag een eigen beroepsidentiteit ontwikkelen, inclusief de moed naar de eigen identiteit en opvattingen over goed leren te handelen. In deze identiteitsontwikkeling tot normatief professional kunnen volgens Bakker uiteindelijk ook levensbeschouwelijke en religieuze opvattingen aan bod komen.

Relatie met christelijke identiteit
Zijn pleidooi voor ruimte voor reflectie op het goede leren richt Bakker in principe op alle scholen. Zowel leraren op openbare scholen als op christelijke scholen zijn normatieve professionals. Dit is geheel in lijn met zijn definiëring van levensbeschouwing als een individuele levenshouding en grondovertuiging. Het gaat hem primair om de individuele reflectie.

Bakker stelt vervolgens dat christelijke scholen de gesprekken over de identiteit van de school aan moeten haken bij de normatieve professionaliseringsreflectie van leraren. Daar waar leraren met elkaar reflecteren over hoe goed te handelen en het goede leren te realiseren, daar kunnen volgens hem ook opvattingen over het goede leven vanuit de levensbeschouwelijke schoolidentiteit ter sprake komen. Sterker nog, hij waarschuwt er in dit kader voor niet te beginnen bij de formele christelijke identiteit. Leraren krijgen dan snel het gevoel dat hun iets van buitenaf opgelegd wordt.

Levensbeschouwing leren
De waarschuwing van Bakker is begrijpelijk – leraren hechten aan hun professionele ruimte, ook normatief gezien – maar of zijn (normatieve) opvatting ook goed te noemen is, valt te betwisten. Het is immers de vraag of levensbeschouwing zo individueel werkt.

Levensbeschouwing leer je als mens eerst in verbanden, zoals de school, waar andere mensen opvattingen over het goede leven met je delen, alvorens je jouw levensbeschouwelijke identiteit ontwikkelt. Jouw individuele identiteit is dus mede resultaat van een proces in een gemeenschap met een bepaalde identiteit. Die identiteit wordt niet opgelegd, maar is wel voorgegeven.

Zo ook met de christelijke identiteit van een school. Deze is niet pas resultaat van individuele reflecties van leraren over hun eigen opvattingen over het goede leren en het goede leven, maar is primair voorgegeven. Deze identiteit is bijvoorbeeld beschreven in de missie van de school en tot cultuur geworden door het gedrag van de mensen die eerder op de school werkten.

De christelijke schoolidentiteit
De Besturenraad deelt uiteindelijk met Bakker het belang van normatieve professionalisering en levensbeschouwelijke vorming van leraren. We vragen ons echter wel af waarom de christelijke schoolidentiteit niet eerder ter sprake zou kunnen worden gebracht in processen van normatieve professionalisering. Natuurlijk als een open aanbod, maar wel een aanbod waaraan leraren hun visie op goed leren en goed leven kunnen schuren. In het christelijk geloof worden mensen immers juist opgeroepen tot het doen van het goede? Bovendien zorgt zo’n aanbod in onze ogen voor een zekere mate van samenhang in het levensbeschouwelijke schoolprofiel.

WO | HBO | MBO | PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs