U bent hier

Helft van ingediende moties begroting OCW aangenomen

De Tweede Kamer heeft deze week de helft van de moties aanvaard die waren ingediend bij de behandeling van de begroting 2013 van OCW. Opvallende moties die steun kregen van een meerderheid in de Kamer waren die over de Citotoets en over de 1040 urennorm. Van de ingediende 23 moties haalden er elf, al dan niet gewijzigd, een meerderheid. Eén motie is aangehouden.

Motie niet-differentiëren Cito-toets
Cito werkt al een aantal jaren met twee versies van de Eindtoets in het primair onderwijs (een toets voor leerlingen op een laag niveau en een toets voor overige leerlingen). De meerderheid van de Kamer vindt dat deze differentiatie segregatie versterkt en sociale ongelijkheid tussen leerlingen bevordert.

Het is voor het vervolgonderwijs van cruciaal belang te beschikken over een eenduidig beeld van de leerling en daar draagt een toets met twee versies niet aan bij, aldus een Kamermeerderheid. De Kamer wil dat staatssecretaris Dekker voorkomt dat er door deze neventoetsen onduidelijkheid ontstaat over de toekomstige centrale eindtoets. Volgens de huidige plannen is deze eindtoets op alle scholen straks verplicht. (Indiener Beertema van de PVV. Steun van PVV, SGP, ChristenUnie, VVD en PvdA.)

Staatssecretaris Dekker toonde eerder in het debat zijn bedenkingen tegen de wens van de Kamer om de (huidige) Citotoets aan te laten passen. “De Citotoets is om te beginnen een product van de markt. Op dit moment ga ik niet over de Citotoets en de keuzes die Cito maakt. Wel komen we begin volgend jaar te spreken over een wetsvoorstel betreffende een centrale eindtoets, die zal plaatsvinden onder verantwoordelijkheid van het Rijk”, aldus Dekker.

Motie herziening van 1040-urennorm
Leerlingen in het voortgezet onderwijs krijgen nu in de eerste leerjaren verplicht 1040 klokuren per jaar les. De motie verwijst naar de parlementaire commissie-Dijsselbloem die heeft gesteld dat de overheid zich bezig zou moet houden met het ‘wat’ en niet met het ‘hoe’ van het onderwijs.

Volgens de partijen die de motie hebben ondersteund leidt de 1040 urennorm niet tot een verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. Het beperkt wel de ruimte om aan te sluiten op de verschillen tussen leerlingen, terwijl deze verschillen met de nieuwe maatregelen rond passend onderwijs alleen maar groter worden.

Scholen moeten volgens een meerderheid van de Kamer meer ruimte krijgen om te beslissen over het aantal uren onderwijstijd, waarbij zij over de invulling van deze urennorm verantwoording afleggen aan ouders en leerlingen. Het kabinet moet uiterlijk 1 mei met een voorstel komen om de urennorm te herzien. (Indiener Van Meenen van D66. Steun van D66, SGP, CDA, ChristenUnie, 50Plus, GroenLinks, PvdA, PvdD en SP.)

Staatssecretaris Dekker heeft overigens tijdens het debat over de begroting van OCW aangegeven in het kader van het af te sluiten nationaal onderwijsakkoord dit onderwerp te willen agenderen.

Overige aangenomen moties:

  • de motie-Duisenberg c.s. over het aflopen van het convenant Tweede Studies
  • de motie-Jasper van Dijk/Beertema over onderzoekscholen
  • de motie-Jadnanansing/Smits over een stageoffensief voor het mbo
  • de motie-Jadnanansing/Ypma over overleg met koepels over een uniforme rapportage van uitgaven
  • de motie-Van Meenen over uitdagend onderwijs voor getalenteerde leerlingen
  • de motie-Voordewind/Ypma over de bezuiniging op het lwoo en pro
  • de motie-Klaver c.s. over aanscherping van richtlijnen voor jaarrekeningen van onderwijsinstellingen
  • de motie-Klaver over overleg met de banken over de financiële problemen in het onderwijs
  • de motie-Klein c.s. over een notitie over arbeidsparticipatie van ouderen in het onderwijs

Aangehouden:

  • de motie-Klaver c.s. over een analyse van huisvestingssituatie en financieringspositie in het mbo

 

WO | HBO | MBO | PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs