U bent hier

Helen Adriani (CNV-O) over de WWZ: vloek of zegen voor invalkrachten?

Ze krijgen sneller een vast contract, maar kunnen minder invalwerk krijgen, zo is de voorspelling. Is de WWZ een vloek of een zegen voor invalkrachten in het bijzonder onderwijs? Verus vroeg het Helen Adriani, voorzitter CNV Onderwijs.

Veel schoolbestuurders en -directeuren menen dat invallers niet blij zijn met de ketenbepaling. Ze willen flexibel kunnen blijven invallen op een school in de buurt en de ketenbepaling maakt dat onmogelijk. Is de ketenbepaling nu een vloek of een zegen voor invallers? 
Adriani: “De vraag of voor invallers de ketenbepaling een vloek of een zegen is te simpel. Er moet gekeken worden naar het doel van de WWZ: het vergroten van de werkzekerheid en inkomenszekerheid van werknemers die afhankelijk zijn van flexibele contracten. 

Voor invallers die niet méér willen dan hun ‘eigen’ school in tijden van nood uit de brand helpen, kan de ketenbepaling als een vloek worden gevoeld. Zij zijn immers niet op zoek naar werkzekerheid of inkomenszekerheid, maar willen alleen maar helpen. 

Voor de net afgestudeerde pabo-student, die alleen via invalwerk ervaring kan opdoen en inkomen kan verkrijgen, is de WWZ een zegen. Zij komen eerder in aanmerking voor een vaste baan en krijgen daardoor ook buiten het directe werk om meer zekerheid en kansen. Dat zorgt er bovendien voor dat deze potentiële leerkrachten voor de sector behouden blijven. Dat is, ook voor de kwaliteit van het onderwijs, een goede zaak. We hebben ze straks hard nodig.”

U gaf eerder aan een oplossing te zien in boven bestuurlijke invalpools met invallers met een vast contract. Voor veel schoolbesturen is dat financieel niet haalbaar. Maar zij geven bovendien aan dat invallers niet zo’n eind willen rijden. 
"Juist door de grotere omvang van vervangingspools worden de kosten lager, mits één en ander op een juiste manier georganiseerd wordt. Het geld moet in invallers geïnvesteerd worden en niet in de overhead. Als daarin de juiste keuzes gemaakt worden kunnen financiën niet de oorzaak zijn om van een gemeenschappelijke pool af te zien.

Zeker bij de grotere pools zijn de reisafstanden een probleem. Dat is ook de reden waarom CNV Onderwijs probeert in de cao bijvoorbeeld een betere reiskostenregeling af te spreken voor invallers. Binnen de pools kan er worden nagedacht over een beperking van de reisafstand voor invallers. 

Bovendien hoeft zo’n pool niet per sé op het niveau van de provincie. Er zijn ook uitstekende voorbeelden van pools binnen één bestuur. Ook dan zijn er mogelijkheden om invallers een vaste baan te geven.”

U zit aan de cao-tafel. Wordt daar een oplossing gevonden voor incidentele vervanging, zoals bij een griepgolf?
“In de cao moeten afspraken gemaakt worden die het hele beleid rondom vervangingen raken, met als oogmerk recht te doen aan de uitgangspunten van de WWZ. Binnen de grenzen van de wet kunnen oplossingen gevonden worden die ook in situaties die niet voorzien zijn vervanging mogelijk maken. 

Over hoe dat moet lopen de meningen soms ver uiteen. Niet voor niets ging het cao-conflict van eind maart voor een belangrijk deel om het wel of niet in kunnen zetten van nul-urencontracten. Gelukkig praten we nu weer met de PO-Raad en zijn we het er over eens dat de oplossingen gevonden moeten worden binnen de grenzen van de wet en binnen de cao.”
 
Scholen vrezen met de ingang van de ketenbepaling wisselende gezichten voor de klas te moeten zetten en soms zelfs klassen te moeten opsplitsen. Wat gelooft u dat de ketenbepaling doet het met de kwaliteit van onderwijs?
“We moeten er voor uitkijken dat we de WWZ niet overal de schuld van gaan geven. Wisselende gezichten voor de klas, het splitsen van klassen, zelfs het naar huis sturen van klassen komt nu ook al voor. 

Het is niet de ketenbepaling, maar het wegvallen van een vaste kracht dat invloed heeft op de kwaliteit van het onderwijs. Daarom is het ook zo van belang dat invallers uiteindelijk een vast contract krijgen en ondertussen in staat gesteld worden om hun professionele ontwikkeling op peil te houden. 
En zou er alleen maar een WWZ gelden, dan zullen er eerder problemen ontstaan. Daarom praten we met de PO-Raad ook over het oprekken van de ketenbepaling. Nog belangrijker is dat dit oprekken onderdeel moet zijn van een weloverwogen vervangingsbeleid, waarin eerder gezocht wordt naar meer structurele oplossingen voor de vervanging, die ook recht doen aan het behoud van kwaliteit.”

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs