U bent hier

Governance van passend onderwijs? Een non-discussie

Binnenkort verschijnt de twaalfde voortgangsrapportage passend onderwijs. De discussie daarna moet niet over de governance gaan, vinden de leden van Verus’ expertgroep passend onderwijs. Zij wezen vorige week vier hordes aan die genomen moeten worden om passend onderwijs tot een succes te maken.

Eric Rietkerk, voorzitter CvB CBO Meilân en bestuurslid van samenwerkingsverband passend onderwijs Friesland, is één van de deelnemers aan de expertgroep passend onderwijs. Daarin voeren leden van Verus die betrokken zijn bij het speciaal onderwijs, de constructieve dialoog over passend onderwijs. Met een voortgangsrapportage en rondetafelgesprek in Den Haag in het vooruitzicht, kwam de groep vorige week bij elkaar.

Governance

Over de governance van samenwerkingsverbanden, die het afgelopen jaar centraal leek te staan in het gesprek over passend onderwijs (de regering wil verplicht onafhankelijk toezicht op samenwerkingsverbanden), was de expertgroep snel uitgepraat. “Dat onafhankelijke toezicht lijkt een voorwaarde voor transparantie over de besteding van middelen”, zegt Rietkerk, “maar die is er allang.” Een samenwerkingsverband is immers een hulpstructuur van de besturen. Als een samenwerkingsbestuur een bedrag op de bank heeft staan, is dat een verantwoord bedrag, benadrukt hij. “Laat deskundigen beslissen over het moment dat het geld naar de leerling gaat. Waarom zou je in deze context verplichte governance voor samenwerkingsverbanden optuigen?”

Bevries de verevening

Met ‘deze context’ doelt Rietkerk op de verbeteringen die de expertgroep ziet. Allereerst pleit de groep voor bevriezing van de verevening. De afgelopen twee jaar werd de verevening ingezet en de komende twee jaar wordt die in negatieve vereveningsgebieden versterkt voelbaar. Het laaghangende fruit is intussen geplukt. De gevolgen van de verevening worden, zo vrezen de bestuurders en schoolleiders, dus voelbaar in de klassen. De regering zou pas op de plaats moeten maken en onderzoeken wat de verevening voor passend onderwijs aan kinderen met name in de regio betekent.   

Verminder de bureaucratie

Samenwerkingsverbanden zelf kunnen de bureaucratie verminderen door harmonisering van de indicatiestellingen. Vereenvoudigde bureaucratie was een van de doelen van passend onderwijs, maar sommige samenwerkingsverbanden hebben dat doel nog niet bereikt.

“Het kan heel eenvoudig”, stelt Rietkerk, “bijvoorbeeld door de looptijd van de indicatie te verlengen.” Hij noemt het voorbeeld van jongeren die weinig ontwikkelingsperspectief meer hebben en als ze 18 zijn geen toelaatbaarheidsverklaring meer krijgen. “Dit soort kinderen wordt leerrecht onthouden, dat is onrecht.”

 

Ja, je moet met elkaar het geld verdelen in een samenwerkingsverband. En ja, je bent concullega’s van elkaar “maar je moet vanuit daar niet terugvallen naar concurrentie, je moet doorgroeien naar een situatie waarin je partners van elkaar bent.”

Jeugdzorg via school

Passend onderwijs zou ook beter kunnen door gebruik te maken van de decentralisatie van de Jeugdwet. “Onderwijs moet vind- en handelingsplaats worden van alles wat we met kinderen doen”, bepleit Rietkerk. Als de randvoorwaarden voor kinderen niet kloppen, komen ze immers ook niet tot leren. En alle kinderen hebben leerplicht dus de school is dé plaats om het vangnet te organiseren.

Harmoniseer regulier- en speciaal onderwijs

Tot slot, zegt Rietkerk, hopen de leden van de expertgroep op harmonisatie van regulier- en speciaal onderwijs. Er is al experimenteerruimte voor scholen om samen te gaan, maar de regelgeving zou op dit punt verder versoepeld moeten worden. Het funderend onderwijs kent dan daarbij de “specialistische school”

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs