U bent hier

Gewijzigde onderzoekskaders gelden sinds 1 augustus: Bezwaren van Verus deels weggenomen

Met ingang van 1 augustus jl. gelden de gewijzigde Onderzoekskaders voor het inspectietoezicht. Eerder maakte Verus met name op twee punten bezwaar gemaakt tegen het concept van de gewijzigde onderzoekskaders. Aan deze twee punten is in het overleg met de Inspectie en door de Minister in belangrijke mate tegemoet gekomen.

De belangrijkste bezwaren van Verus betroffen

  1. de waardering ‘goed’
  2. het kwaliteitsgebied Financieel Beheer

1.         Normering waardering goed van de standaarden (par. 4 Onderzoekskader)

Naar aanleiding van onze kritiek werden er Kamervragen gesteld over de conceptkaders. In haar reactie daarop schrijft de Minister dat de inspectie de teksten van de onderzoekskaders op desbetreffende punten verduidelijkt heeft.

Verus is inderdaad van mening dat het onderscheid tussen deugdelijkheidseisen en eigen aspecten van de scholen (besturen) in de kaders is gehandhaafd. Het is dus niet mogelijk dat de Inspectie zelf aspecten van kwaliteit gaat opstellen waarop zij de scholen actiever gaat aanspreken.

Des te verwarrender is de voetnoot die is toegevoegd. De voetnoot luidt: Een eigen aspect van kwaliteit kan ook zijn: de ambitie om uit te stijgen boven de basiskwaliteit zoals die is vastgelegd in een wettelijk kwaliteitsaspect. Verus heeft de inspectie erop gewezen dat de term wettelijk kwaliteitsaspect verwarrend is en non existent. Er zijn immers slechts bekostigingsvoorwaarden in de wet. De term kwaliteitsaspecten is enkele jaren geleden uit de wet geschrapt.

Verus heeft dan ook in het overleg met de Inspectie aangegeven de herintroductie van de term ‘wettelijke kwaliteitsaspecten’ niet als een verheldering te zien.

2) Beoordeling doelmatigheid en continuïteit

Ons tweede bezwaar betrof het ontbreken van een wettelijke grondslag voor de standaarden continuïteit en doelmatigheid in de sectorwetten en de oordelen daarover. Volgens ons kan de inspectie op basis van de wet niet tot het oordeel onvoldoende over deze twee financiële standaarden komen. Dit bezwaar van Verus is weggenomen.

De minister schrijft dat zij onderkent dat de tekst in het conceptonderzoekskader verwarring kon oproepen over de verhouding tussen de beoordelende taak (oordelen) en de stimulerende taak (bevindingen) van de inspectie. Deze tekst is aangepast in de onderzoekskaders om die verwarring weg te nemen. Ook schrijft ze dat de regering voornemens is om dit verder te expliciteren in de sectorwetten voor wat betreft de specifieke bevoegdheid om de bekostiging te corrigeren bij evidente ondoelmatige besteding. Daarmee worden deze wetten ook in lijn gebracht met de WHW en WEB die al wel een dergelijke bepaling bevatten, aldus de minister.

Te open norm

Vorig jaar uitten wij in de internetconsultatie bezwaren tegen het opnemen van de doelmatigheid en continuïteit als deugdelijkheidseisen in de onderwijswetten, omdat deze een te open norm creëert. Daardoor wordt de eigen vrijheid van schoolbesturen in het kader van de lumpsumbekostiging beperkt.

Een voorbeeld is dat de te open geformuleerde bekostigingsvoorwaarde over doelmatigheid de wetgever een te grote vrijheid geeft om de norm in te vullen in lagere regelgeving met controle van naleving door de inspectie van het onderwijs. Het argument van de minister in haar antwoord aan de Tweede Kamer dat de wetten in lijn worden gebracht met de WHW en WEB, overtuigt niet. Bovendien gelden voor het gehele funderend onderwijs andere normen met de daarbij behorende grondwettelijke bescherming. 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Thérèse Penders  

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs