U bent hier

Gemiddelde Nederlandse klas daalt naar 23 leerlingen

De klassen in het Nederlandse primair onderwijs worden iets kleiner. In een gemiddelde klas zitten 23 leerlingen. En ook de leerling-leraarratio (hoeveel leraren er zijn per hoeveel leerlingen) daalt. Behalve in het speciaal basisonderwijs. Daar stijgt die ratio.

Lichte daling

De meeste Nederlandse basisschoolklassen (bijna 70%) tellen minder dan 26 leerlingen, zo’n 27% van de klassen heeft tussen de 26 en 30 leerlingen en ruim 4% van de Nederlandse basisschoolgroepen telt meer dan 30 leerlingen. Geen enkele school heeft een gemiddelde groepsgrootte van meer dan 30 leerlingen.
Daarmee was er vorig jaar een lichte daling van de gemiddelde groepsgrootte, schrijft minister Slob in de jaarlijkse brief over de groepsgrootte aan de Tweede Kamer.

Leerling-leraarratio daalt

Ook de leerling-leraarratio is berekend. Daaruit blijkt dat de ratio voor het hele primair onderwijs aan het dalen is en dat die in het speciaal onderwijs juist is gestegen. Was de verhouding leraar-leerling in het basisonderwijs in 2016 18,4, in 2017 was die 18 en vorig jaar 17,8. Maar voor het speciaal basisonderwijs geldt dat de verhouding leraar-leerling steeg van 9,2 in 2016 en 2017 naar 9,4 vorig jaar.

Minister Slob onderzoekt waarom de ratio in het speciaal basisonderwijs is gestegen en ook wat er gedaan kan worden om in die sector tot een dalende trend te komen.

PO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs