U bent hier

‘Geld geeft niet de doorslag bij passend onderwijs aan leerling’

Leerlingen worden sinds de invoering van passend onderwijs vaker dan voorheen te laat doorverwezen naar het speciaal onderwijs, constateerde so-directeur Natalie Schotanus vorige week in onze nieuwsbrief. En dat is een centenkwestie. Herkent het reguliere onderwijs dat? “Soms komt een late doorverwijzing door goede bedoelingen, soms kan die ook financieel gedreven zijn.”

Hoe meer leerlingen naar het speciaal- en speciaal basisonderwijs (so en sbo) gaan, hoe minder geld er naar de reguliere scholen gaat, legt Nico de Haas uit. Maar dat verklaart volgens hem niet waarom leerlingen weleens te laat verwezen worden. 

De opdracht van passend onderwijs

De collegevoorzitter van PCPO Capelle-Krimpen (met één sbo-school) heeft zitting in het samenwerkingsverband Aan den IJssel. Dat heeft een toelaatbaarheidscommissie die op basis van dossiers en vastgestelde criteria beoordeelt of een kind op zijn plek is in het so. “Daarbij is het dus niet zo dat na twintig verwijzingen, nummer eenentwintig niet verder mag. Maar we kijken wel of leerlingen die voorheen naar het so gingen, toch op de basisschool kunnen blijven. Dat is de opdracht van passend onderwijs.”

Communicerende vaten

De Haas vindt het “financiële hek” van het samenwerkingsverband zo gek nog niet. “We moeten het met elkaar oplossen, in plaats van de blanco cheque van de rijksoverheid die we vroeger met de rugzakjes kregen.”

S(b)o en regulier onderwijs zijn zo communicerende vaten geworden. “Als iemand veel uit de pot haalt, blijft er minder over voor de basisondersteuning.”

Kind kan lijden onder goede bedoelingen 

Worden kinderen dan om financiële overwegingen binnengehouden? “Je kunt ook zeggen: de basisschool heeft alles geprobeerd voordat men ziet dat het hem toch niet gaat worden. Maar dat is van alle tijden. En ja: dat kan tot gevolg hebben dat een kind vastloopt. Soms met goede bedoelingen, maar soms kan het ook financieel gedreven zijn.”

Scholen doen te lang hun best

Ook Henk Diemer (directeur-bestuurder van SPCO Hillegersberg-Schiebroek) ziet kinderen soms te lang in binnen het regulier onderwijs blijven. “Scholen doen over het algemeen weleens te lang hun best. Je moet je eigen grenzen onderkennen.” 

Houden basisscholen kinderen binnen vanwege het geld? Niet in het Rotterdamse samenwerkingsverband waar Hillegersberg-Schiebroek onder valt, zegt Diemer. “Individuele basisscholen hebben geen last van de geldstromen, die zien ze niet. Ze zullen hooguit merken dat er op een gegeven moment minder geld is voor passend onderwijs.”

Om hulp vragen

Een school heeft er volgens Diemer in elk geval geen baat bij om een specifieke leerling het so te ontzeggen. En dat geldt ook voor het vragen om hulp bij het so, waarvan Schotanus zei dat het te weinig gebeurt. “We hebben hier een expertisemodel: het samenwerkingsverband heeft de deskundigen zelf in dienst. Dus met vragen kunnen we direct bij eigen experts terecht. Als je in Rotterdam te laat om hulp vraagt, doe je dat jezelf aan.”

Overigens heeft Diemer zeker ook kritiek op dat expertisemodel: de deskundigen geven advies, ze leveren geen extra handen in de klas. “Leerkrachten moeten die goede adviezen ook kunnen uitvoeren.”  Een herschikking op dit punt zou Diemer welkom zijn.

Afbeelding Flickr

PO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs