U bent hier

Geïnspireerd goed onderwijs begint bij wat de school voor ogen heeft

Deze laatste weken voor de zomer zijn besturen en scholen, naast de normale hectiek, druk met de plannen die zij deze maand moeten indienen om in aanmerking te komen voor de NPO-gelden. Hoe slagen scholen erin hun interventies zo te kiezen en onderbouwen, dat ze niet alleen passen binnen de ‘menukaart’ van het ministerie, maar ook de eigen visie op goed onderwijs versterken en verduurzamen? We spraken met Danny Arends en Agnes van Haeren, beiden intern begeleider bij IKC BinnensteBuiten in Huissen, en penvoerders van het NPO-plan voor deze IKC.

IKC BinnensteBuiten in Huissen werkt vanuit een pedagogische visie waarin de ontwikkeling van het kind centraal staat. Het onderwijs richt zich niet primair op meetbaar, prestatiegericht resultaat, maar vooral op het vermogen van kinderen om met fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in hun leven om te gaan. En waar mogelijk zelf regie te voeren. Er wordt gewerkt vanuit het principe van Ontwikkelingsgericht Onderwijs (OGO) dat door het team als een ‘way of life’ wordt omarmd. En dat zie je terug in de NPO-aanpak van het IKC.

Eigen visie als uitgangspunt

Van verschillende kanten werd informatie aangereikt om het plan te kunnen schrijven. Het bestuur stuurde een interne notitie rond met kaders waarbinnen de scholen hun plannen konden vormgeven. Tussen schooldirecteuren werden mogelijkheden en inzichten uitgewisseld. Er meldden zich diverse externe bureaus die ondersteuning aanboden. De intern begeleiders zochten hun eigen weg.

Danny Arends: “Het NPO spreekt van een herstelplan, maar dat is niet hoe wij ernaar kijken en erover spreken. Wat ons betreft is er een nieuwe beginsituatie ontstaan door Corona. We hebben dus een nulmeting gemaakt, waarbij onze eigen doelstellingen van het onderwijs het uitgangspunt vormden.”

Analyse van meetbare en niet-meetbare resultaten

Voor het cognitieve leren hanteert BinnensteBuiten eigen doelstellingen gekoppeld aan de CITO-toets, IEP-testen, AVI-resultaten en eindtoets groep 8. Deze doelen zijn meetbaar. Niet goed meetbaar zijn doelstellingen op het gebied van de sociaal-emotionele ontwikkeling en de ontwikkeling van executieve functies, zoals motivatie en zelfstandigheid. Doelstellingen op deze terreinen werden omschreven in een gewenste praktijksituatie en bevraagd aan de hand van enquêtes onder leerkrachten, ouders en leerlingen. Bovendien werd gesproken met de orthopedagoog van het samenwerkingsverband, de jeugdarts en de maatschappelijk werkster over hun waarnemingen.

De analyse van de merkbare aspecten spreekt klare taal. Door de lockdown hebben kinderen het groepsproces van samen spelen en werken gemist. De gevolgen zijn merkbaar in zelfbepalend gedrag en hoe rekening te houden met een ander. Daarnaast rapporteren leerkrachten aandachtspunten waar het gaat om doorzettingsvermogen en zelfstandigheid bij de kinderen. Ook zijn er zorgen over het concentratie- en prikkelverwerkingsvermogen. Merkbare indicaties dat de sociaal-emotionele ontwikkeling en de ontwikkeling van de executieve functies een pas op de plaats hebben gemaakt.

Keuzemenu

Loopt een school die de eigen visie als vertrekpunt kiest voor analyse van de situatie (nulmeting) en interpretatie van de uitkomsten, wellicht kans de aansluiting met het NPO-keuzemenu te missen? Volgens de intern begeleiders van BinnensteBuiten valt dat wel mee. De onderwijskwaliteit wordt al jaren nauwgezet gemonitord, en op het gebied van spelling, technisch lezen en rekenen werden al eerder verbeterplannen in werking gesteld. Op dit gebied zijn geen aanvullingen nodig. Hetzelfde geldt voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen, waarvoor een SEO-plan 2020-2021 werd geïmplementeerd. Voor de ontwikkeling van executieve vaardigheden kan grotendeels worden teruggevallen op bestaande expertise in de school.

Ingezet wordt op extra handen in de klas om als leerkracht de kinderen echt te kunnen zien en zodat de kinderen in wisselende samenstellingen kunnen leren en werken. Agnes van Haeren: “Uit de enquêtes blijkt dat de kinderen maar ook de leerkrachten zich er meer bewust van zijn hoe fijn het is om deel uit te maken van een groep of een team. Tegelijkertijd merk je dat sommige kinderen het erg druk vinden in de klas. Door ruimtegebrek hebben we enkele klassen met rond de dertig leerlingen. Om kinderen goed te kunnen observeren en ondersteunen op alle terreinen zijn er extra handen nodig, zodat ook in kleine groepjes of zelfs individueel kan worden gewerkt. Dit sluit uitstekend aan bij de mogelijkheden van het NPO.”

Door de heldere schoolscan met zowel meetbare als merkbare aspecten, de samenhangende interventies die voortkomen uit de analyse en de expertise die in de school aanwezig is werkt de school met de inzet van de NPO-gelden aan versterking en verduurzaming van de eigen visie op goed onderwijs. De school zet in op het stimuleren van persoon-willen-zijn van het kind en heeft aandacht voor de vaardigheden die nodig zijn voor kinderen om zichzelf te leren kennen: Wie ben ik? Wat kan ik? Wat wil ik? Daarmee bereidt de school de kinderen voor op een leven als lid van onze samenleving van de toekomst.

Dit artikel is geschreven door Sandra van Groningen en Marijn van den Berg.

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs