U bent hier

Geen twijfel meer over afdracht huurinkomsten

Het is velen al jaren een doorn in het oog: een gemeentebestuur wil dat een schoolbestuur de huurinkomsten uit de verhuur van onderwijsruimte afstaat. Schoolbesturen zijn het daar meestal niet mee eens maar gaan vaak tegen hun zin akkoord, omdat zij anders geen toestemming voor de verhuur krijgen en de gemeente volhoudt dat zij in haar recht staat. Toch is er een juridische basis om met succes een besluit aan te vechten waarmee de gemeente huurinkomsten wil afromen.

Op grond van artikel 108 WPO/76s WVO/106 WEC is toestemming van B en W vereist om onderwijsruimte te mogen verhuren. De Raad van State heeft echter al in 2009 bepaald dat B en W slechts een financiële voorwaarde mogen stellen indien: a. de bijdrage aantoonbaar ten goede komt aan onderwijshuisvesting, én b. de hoogte van het gevraagde bedrag rechtstreeks is gerelateerd aan de extra kosten of derving van inkomsten voor de gemeente die de toestemming voor het verhuren van onderwijsruimte met zich brengt. 

De door veel gemeenten genoemde ‘stichtingskosten’ voldoen in ieder geval niet aan deze voorwaarden, aldus de Raad van State. Ondanks deze uitspraak bleken er nadien nog steeds gemeentebesturen te zijn die huurpenningen vorderen. Zij voeren bijvoorbeeld aan dat die inning gebeurt op basis van gemeentelijk beleid. En, zo redeneren die gemeenten, met dat beleid hebben schoolbesturen ingestemd in het OOGO, al dan niet onder protest. 

De Raad van State heeft zich onlangs opnieuw gebogen over deze gevoelige kwestie en nogmaals bevestigd dat een gemeente gemotiveerd moet voldoen aan beide voorwaarden. Een gemeente kan de huurafdracht dus niet vorderen door enkel te verwijzen naar gemeentelijk beleid. 

Indien B en W een financiële voorwaarde aan het toestemmingsbesluit verbinden, is het altijd aan te raden te onderzoeken of bezwaar zinvol is en zo ja, bezwaar te maken. Overigens kan het ook zo zijn dat er sprake is van een bestaand besluit waartegen niet (tijdig) bezwaar is gemaakt. Zo’n besluit is helaas niet zomaar open te breken. Wel kan het schoolbestuur B en W altijd verzoeken om op grond van de jurisprudentie de hoogte van de huurafdracht te herzien.

Indien de gemeente inderdaad overgaat tot herziening, is bezwaar maken tegen dit ‘nieuwe bedrag’ zeker zinvol. Daarnaast is er een nieuwe kans om bezwaar te maken indien er sprake is van een nieuwe huurovereenkomst. Er moet dan immers opnieuw toestemming worden gevraagd. 

Andere veelgebruikte argumenten om de huurinkomsten toch te blijven vorderen, zijn ‘oneerlijke concurrentie’ of ‘ongerechtvaardigde staatssteun’. Maar daarvan is volgens de Raad van State geen sprake, omdat een gemeente wél de bevoegdheid heeft om kosten in rekening te brengen, zij het alleen onder de hiervoor genoemde voorwaarden. 

Al met al kunnen we stellen dat er met de uitspraken van de Raad van State geen twijfel meer is over de afdracht van huurinkomsten.

Vragen?

Met vragen kunt u terecht bij onze juridische helpdesk.

PO | VO | MBO | HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs