U bent hier

Geen buitensporig geweld door leraar

Het op fysieke wijze corrigeren van een leerling is een gevoelig onderwerp, dat vaak ook leidt tot beroering in het onderwijs en tot ruime aandacht in de media. 

Vierkant achter de adjunct

Zo was er in 2011 het geval in Nieuwegein, waarbij een adjunct-directeur door de politie werd aangehouden, na een aangifte door de ouders vanwege mishandeling van hun kind. Korte tijd later bood de politie haar verontschuldigingen aan, want de adjunct had de leerling weliswaar op fysieke wijze tot de orde geroepen, maar had daarbij geen grenzen overschreden. De schoolleiding stond al die tijd vierkant achter de adjunct.

Uiterst hardhandig

Dat lag anders bij een kwestie die onlangs speelde op een vmbo-school in Ottoland. Daar was het een leerkracht die een leerling corrigeerde door hem vast te pakken. Volgens de school was de ingreep van de leerkracht in die situatie buitenproportioneel en ontsloeg de man daarom op staande voet. De leraar stapte naar de kantonrechter met de eis dat zijn werkgever hem in de gelegenheid zou stellen om zijn werkzaamheden op school te hervatten. En dat met terugwerkende kracht salaris zou worden uitbetaald vanaf het moment van de ontslagdatum.

Het incident deed zich voor tijdens een excursie met 32 leerlingen naar een chocolaterie. Op de terugweg naar school was het onrustig in de bus. Een groepje leerlingen achterin de bus bonkte met de vuisten op de ramen. De leraar maande de leerlingen tot drie keer toe om daarmee te stoppen en rustig op de stoel te gaan zitten. Ook een interventie door de buschauffeur had niet het gewenste effect. De leraar richtte zich toen tot de leerling die hij zag als de aanstichter van het rumoer. Tot vier keer toe gebood hij de leerling om voorin de bus te komen zitten. De leerling weigerde. Nogmaals maande de leraar de betreffende leerling, en nu indringender, om voor in de bus plaats te nemen. Toen hij bleef weigeren heeft de docent de leerling – die tegenstribbelde – mee naar voren genomen. 

Aangekomen op school neemt de leraar de leerling mee naar een kamer, en gaat zelf vervolgens op zoek naar een collega. De leerling begeeft zich intussen zich naar de aula, waar hij door de leraar wordt vastgepakt en teruggeleid naar de kamer. Drie dagen later volgt er een gesprek tussen docent en teamleider over het incident. Een dag later krijgt de docent een brief waarin hij op staande voet ontslag krijgt aangezegd. In de brief staat onder meer dat een aantal leerlingen een verklaring heeft afgelegd over wat er volgens hen gebeurd is. De leraar zou de leerling in de bus uiterst hardhandig hebben beetgepakt en later, in de aula, bij de nek hebben gegrepen. 

Op staande voet ontslagen

De docent wordt verweten dat hij geen berouw heeft getoond over zijn gedrag, noch zelfinzicht heeft getoond, of enig rechtvaardiging voor zijn handelen heeft gegeven. Citaat: ‘De wijze waarop u buitenproportioneel geweld hebt gebruikt tegen een leerling is ontoelaatbaar.’ De leraar heeft zich volgens de school onprofessioneel gedragen en had in de situatie op een andere wijze corrigerend moeten optreden.

Conform artikel H.45 CAO-BVE onder verwijzing naar artikel 7:677 BW wordt de arbeidsovereenkomst op staande voet beëindigd wegens een dringende reden. 

De leerling stribbelde tegen

In kort geding stelt een rechter zich, op basis van het principe van marginale toetsing, terughoudend op. Hij beoordeelt of al dan niet aannemelijk is dat de rechter in een bodemprocedure het ontslag op staande voet in stand houdt en dat een vordering tot herstel van de dienstbetrekking zal slagen.  

Uit hetgeen aan verklaringen omtrent het gebeuren aan de kantonrechter is voorgelegd kan niet de conclusie worden getrokken dat er sprake is geweest van buitensporig geweld door de leraar en dat er dus geen dringende reden is die een ontslag op staande voet rechtvaardigde. 

De rechter in zijn uitspraak: “Bij een stevige grip, bedoeld om de leerling te laten meewerken, gecombineerd met tegenstribbelende bewegingen van de leerling, kunnen drukplekken op het lijf van de leerling ontstaan. Het voorgaande maakt echter niet dat er sprake is van buitensporig geweld door [eiser]. Dit was overigens anders geweest indien de leerling geen weerstand had geboden en er vervolgens blauwe plekken zichtbaar zouden zijn.”

Met andere woorden, de rechter bepaalt de proportionaliteit aan de hand van de houding van de leerling. Een leerling die gewillig meegaat, mag niet fysiek bejegend worden.

Wordt vervolgd

Daarmee is de kous overigens niet af in deze kwestie. De docent heeft tegen zijn ontslag ook beroep aangetekend bij de Commissie van Beroep BVE. De zaak dient eind september. De leraar mag van de kantonrechter in afwachting van de behandeling zijn normale werkzaamheden verrichten en hij kan aanspraak maken op het niet-uitbetaalde salaris.

Vragen?

Met vragen kunt u terecht bij onze juridische helpdesk.

 

PO | VO | MBO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs