U bent hier

Ga onderwijsachterstanden tegen door thuisbezoek

Het onderwijsachterstandenbeleid concentreert zich nu vooral op het kind. Maar zijn omgeving is net zo belangrijk voor het creëren van kansengelijkheid. Zorg daarom voor afstemming met álle betrokken partijen. Dat zegt het interdepartementaal beleidsonderzoek over dit thema. Het advies is kortom: ken de thuissituatie van de leerling. Daarvoor is thuisbezoek wat Verus betreft hét middel.

Alle kinderen moeten dezelfde kansen krijgen, ongeacht hun achtergrondkenmerken. Dat is het doel van het onderwijsachterstandenbeleid. Een ambitieus doel, schrijven onderzoekers in een vorige maand verschenen beleidsonderzoek. Met name omdat dat niet alleen bereikt kan worden door onderwijs: kansengelijkheid vraagt ook een aanpak gericht op risico’s buiten het onderwijs. 

De overige conclusies van het beleidsonderzoek op een rij:

  • Het doel van het onderwijsachterstandenbeleid is ambitieus. Kansengelijkheid is niet alleen te bereiken door onderwijs, maar vraagt ook een aanpak gericht op risico’s buiten het onderwijs.
  • De doelgroepdefinities van het onderwijsachterstandenbeleid verschillen tussen gemeenten en sectoren. De doelgroepdefinities op voorscholen en in het po en vo verschillen. Daardoor is er geen doorlopende lijn in de ondersteuning van kinderen. Gemeenten hanteren voor de voorschool een bredere definitie dan de gewichtenregeling in het po. 
  • Het budget voor de onderwijsachterstandenbeleid-regelingen is de afgelopen jaren afgenomen en versnipperd. De voorschool ontvangt de meeste middelen en vo de minste. Vo scholen kunnen met de beschikbare middelen weinig effectieve interventies doen. 
  • De verdelingssystematiek sluit niet aan bij het risico op onderwijsachterstanden. De gewichtenregeling ligt al langer onder vuur. Dit onderzoek bevestigt dat daar wat aan verbeterd moet worden. Want alleen het opleidingsniveau van de ouders is relevant, maar ook andere kenmerken van de gezinssituatie. 
  • De sturing door het Rijk en de verantwoording op het onderwijsachterstandenbeleid is beperkt. De achterstandsgelden komen via Rijk, de gemeente én lumpsum binnen. Scholen en schoolbesturen mogen zelf bepalen aan welke onderwijsactiviteiten zij de middelen besteden en leggen daarover nu geen specifieke verantwoording af. 
  • Het inzicht in de (kosten) effectiviteit van het onderwijsachterstandenbeleid en interventies is beperkt. Wat het onderwijsachterstandenbeleid oplevert, is nooit gemonitord. En door de versnipperde bekostiging en sturing, is moeilijk te bepalen of geboekte resultaten op achterstanden te danken zijn aan de inzet van onderwijsachterstandenbeleid middelen. De onderzoekers raden aan verder uit te zoeken welke interventies écht werken. “Scholen in het po en vo lijken middelen voor onderwijsachterstandenbeleid te besteden aan relatief dure maatregelen met een middelmatige tot lage impact, zoals klassenverkleining en onderwijsassistenten”, schrijven ze. “Daarbij zijn de interventies vaak gericht op het kind en weinig op de omgeving en ouders van het kind.” Want één ding is duidelijk: een effectief onderwijsachterstandenbeleid vraagt om goede afstemming tussen betrokken partijen. 
  • De overgangen zijn kwetsbaar en kunnen verbeterd worden. Leerlingen ontvangen niet doorlopend ondersteuning op het gebied van onderwijsachterstanden, onder andere omdat de afstemming tussen bijvoorbeeld po en vo beperkt is. Ook zijn volgens de onderzoekers de achtergrondkenmerken van een kind bij het eindadvies in het po een grotere rol gaan spelen. De oplossing is volgens hen een grotere invloed van een objectieve eindtoets. “In de beoordelingssystematiek van de Inspectie zitten prikkels, waardoor scholen geneigd zijn om leerlingen op een lager niveau in te laten stromen en behouden. Een deel hiervan is weggenomen, maar dit is bij veel scholen niet bekend.”
  • De kwaliteit, vooral van professionals, moet verbeterd worden. Op scholen met veel achterstandskinderen zijn nu relatief veel jonge leerkrachten, is er een hoger ziekte verzuim, is er minder animo om daar te werken en wordt er in het vo meer onbevoegd lesgegeven. In de opleiding van pedagogisch medewerkers en leerkrachten ontbreekt het aan aandacht voor onderwijsachterstanden en benodigde vaardigheden als differentiatie.
PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs