U bent hier

Fusiecompensatieregeling: Hoeveel leerlingen moeten er over na de fusie?

Een regeling bijzondere bekostiging bij samenvoeging van scholen in het primair onderwijs bestaat al heel lang. Per 1 augustus 2015 werd de regeling veel rianter. Na controle van de inspectie bleek dat in veel situaties er geen of onvoldoende leerlingen van de opgeheven school naar de fusieschool waren overgegaan. DUO eiste de subsidie terug. Hiertegen lopen inmiddels diverse procedures.

Drie rechtbanken, twee uitspraken

Voor zover bij ons bekend zijn er inmiddels drie rechtbanken die een uitspraak hierover deden: Noord-Nederland, Oost-Brabant en Gelderland. De rechtbank Noord-Nederland heeft de minister in het gelijk gesteld, de rechtbanken Oost-Brabant en Gelderland zijn een andere mening toegedaan.

De rechtbank Noord-Nederland ondersteunt het standpunt van de minister: bij een fusie van twee scholen moet een substantieel deel van de leerlingen mee naar de fusieschool. Heel anders denken de rechtbanken in Oost-Brabant en Gelderland.

Kleinescholentoeslag remt fusies

De rechtbank Gelderland citeerde de brief van de (toenmalige) staatssecretaris uit 2014. Daarin staat dat de bekostiging van kleine scholen in het primair onderwijs werkt als een belemmering om tot oplossingen te komen voor de gevolgen van leerlingendaling.

Als kleine scholen samengaan zien zij de bekostiging per leerling dalen tot een bedrag dat past bij een grotere school. En hoewel een fusie vanuit kwaliteitsoogpunt noodzakelijk kan zijn, ontstaat er op zo’n moment tegelijkertijd een personeelsprobleem voor het bestuur. Dit werkt remmend op de keuze voor een fusie als passende oplossing voor leerlingendaling.

Daarvoor kwam een oplossing in de Regeling 2015: de fusiecompensatieregeling. Om schoolbesturen in staat te stellen na de fusie hun organisatie stapsgewijs aan te passen aan de nieuwe situatie, wordt een aanvullende bijzondere bekostiging bij fusie toegekend. Zo wordt langzaam afgebouwd naar de reguliere bekostiging per leerling.

Maar wat is ‘samenvoeging’?

Het begrip ‘samenvoeging’ in de Regeling 2015 moet, aldus de rechtbank Gelderland, worden uitgelegd als het verenigen van twee zelfstandige scholen tot een geheel, zonder dat daaraan nadere eisen worden gesteld.

Het samengaan van de scholen leidt tot een personeelsprobleem (boventallig personeel), ook (of beter: juist) als er geen leerlingen overgaan van de opgeheven school naar de fusieschool en de afnemende reguliere bekostiging ontoereikend is om deze kosten te dekken. De bijzondere bekostiging is niet voor niets bedoeld om schoolbesturen in staat te stellen na de fusie hun organisatie stapsgewijs aan te passen aan de nieuwe situatie, het personeelsprobleem op te lossen en kwalitatief en bereikbaar onderwijs in stand te houden.

Als de minister aan een aanspraak op de bijzondere bekostiging wegens samenvoeging de eis had willen verbinden dat een substantieel aantal leerlingen overgaat naar de fusieschool, dan had hij dat in de tekst van de Regeling 2015 moeten doen. Dat is niet gebeurd. De minister is door de rechtbank Gelderland in het ongelijk gesteld.

Let op: 50% leerlingen moet overgaan

De fusiecompensatieregeling is in 2017 overigens aangepast. Wil een schoolbestuur voor het schooljaar 2017-2018 of later een beroep kunnen doen op deze regeling dan zal minstens 50% van de leerlingen van de op te heffen school moeten overgaan naar de fusieschool. Voor fusies tot 1 augustus 2017 geldt dat niet. Mochten er nog schoolbesturen zijn, die scholen hebben gefuseerd en die mogelijk nog geld terug moeten betalen, dan adviseren wij contact op te nemen met de advocaten en juristen van Verus.

PO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs