U bent hier

‘Financiële prikkels binnen kwaliteitsafspraken mbo zijn dr Bibber-experiment’

Gisteren sprak de Vaste Kamercommissie voor OCW met minister Jet Bussemaker over haar toekomstagenda voor het mbo. Het ging onder meer over bekostiging, burgerschap, de beloning van bestuurders en stages.

De toekomstagenda ontvouwde de bewindsvrouw in een brief die zij half september naar de Tweede Kamer stuurde, met als titel Een responsief mbo voor hoogwaardig vakmanschap

In de brief schetst Bussemaker haar ideeën over de ontwikkelingsrichting van het mbo en de bijbehorende maatregelen. Drie thema's staan centraal: 

  1. Sneller inspelen op de veranderende arbeidsmarkt
  2. Een herkenbaar beroepsonderwijs 
  3. De kwaliteit van het onderwijs

Veel van de genoemde maatregelen, zoals de herziening van de kwalificatiestructuur, de introductie van keuzedelen, het Regionaal Investeringsfonds, de kwaliteitsafspraken en de zorgplicht arbeidsmarktperspectief zijn al eerder in werking getreden. In het debat van gisteren passeerden vele onderwerpen revue. Bij de onderstaande werd langer stilgestaan.

Cascadebekostiging en financiële prikkels

In het mbo neemt de bekostiging per deelnemer af naarmate deze langer studeert, de zogenaamde cascade. 

Zowel Paul van Meenen (D66) als Tjitske Siderius (SP) leverden kritiek op deze in hun ogen perverse prikkel die bijvoorbeeld stapelen bemoeilijkt. Daarbij betrokken ze ook de financiële prikkels die instellingen krijgen voor thema's binnen de kwaliteitsafspraken: studiewaarde (een indicator voor studiesucces), voortijdig schoolverlaten en arbeidsmarktsucces. Wat Van Meenen betreft worden scholen zwaar overprikkeld. Hij sprak van een dr Bibber- of voodoo-experiment. 

Minister Bussemaker was het hier mee oneens. Het aantal financiële prikkels valt volgens haar mee en betreft slechts een zeer klein deel van de totale bekostiging. Verder is de cascade na eerdere kritiek minder steil geworden en is stapelen, bijvoorbeeld een traject van mbo 2 tot en met mbo 4, binnen de cascade mogelijk. Sterker: de gewraakte indicator studiewaarde is volgens de bewindsvrouw juist een stimulans voor het stapelen. 

Ook merkte ze op dat het kabinet na een negatief advies van het Centraal Plan Bureau vooralsnog afziet van een financiële prikkel op het thema arbeidsmarktsucces.

Kwaliteitsafspraken

Met name Van Meenen vroeg aandacht voor de kwaliteitsafspraken die dit jaar zijn gemaakt. Hij benadrukte dat deze afspraken regionaal gemaakt zouden moeten worden zonder Haagse bemoeienis. Den Haag zou vooral moeten toezien op de kwaliteit van de afspraken. 

Van Meenen verwees daarbij naar de hoorzittingen van afgelopen maandag over de Strategische Agenda voor het hoger onderwijs. Ook daar ging het over de vraag wie met wie kwaliteitsafspraken maakt. 

De minister gaf aan dat zij de afspraken met de individuele instellingen heeft gemaakt, maar dat deze de afspraken voorafgaand hebben afgestemd met hun (regionale) stakeholders en de medezeggenschap. MBO in Bedrijf, dat de minister heeft ingesteld om de instellingen te ondersteunen bij het uitvoeren van de kwaliteitsafspraken, controleert de afspraken.

Burgerschap

Vanuit de Kamer vroegen Michel Rog (CDA) en Tunahan Kuzu (Groep Kuzu/Öztürk) aandacht voor burgerschapsonderwijs in het mbo. De Kamer had daarover in juni een motie van Rog aangenomen waarin de regering werd verzocht om te onderzoeken of aan burgerschapsdocenten in het mbo bevoegdheidseisen zouden moeten worden gesteld en om een minder vrijblijvend karakter van  burgerschapsvorming in het mbo. 

Bussemaker gaf in een eerdere reactie hierop aan geen bevoegdheidseisen te gaan stellen en dat burgerschapsvorming van studenten zeker geen vrijblijvende inspanning vraagt. Ze wees daarbij op een aantal positieve ontwikkelingen en kondigde aan dat zij het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) zal vragen onderzoek te doen naar de invulling van burgerschapsonderwijs in het mbo en de kwaliteit daarvan. 

In het debat gaf Rog aan er toch niet helemaal gerust op te zijn. Hij vroeg om de kwaliteit van de docenten mee te nemen in het onderzoek en om een nadere uitwerking van een resultaatverplichting voor studenten. De minister zegde toe dat, wanneer uit het onderzoek van het NRO blijkt dat een resultaatverplichting nodig is, ze daarnaar zal kijken. Een financiële prikkel voor goed burgerschapsonderwijs waar Kuzu om vroeg zag ze helemaal niet zitten.

BOL/BBL

Anne-Wil Lucas (VVD), Siderius en Rog hadden vragen over de toekomst van en het onderscheid tussen de verschillende leerwegen in het mbo (bol en bbl). Aan de orde kwamen onder meer de status (student of werknemer) van en het loon voor een bbl-student, de bekostiging van de verschillende leerwegen en de daling van het aantal bbl-plekken. Rog vroeg om een langetermijnvisie op de bbl. 

Minister Bussemaker wees op het lopende experiment met de gecombineerde leerweg. Ze wil dat een kans geven alvorens eventueel verdere maatregelen te nemen. Als het onderscheid tussen bol en bbl zou verdwijnen levert dat op veel fronten discussie op. De bewindsvrouw kondigde aan twee adviezen te gaan vragen aan de SER: een over de toekomst van het praktijkleren en een over de toekomst van het mbo, met speciale aandacht voor niveau 2 en de daling van het aantal bbl-plaatsen. Bij dit laatste advies zal ook de Onderwijsraad betrokken worden.

Urban Act

Bijna alle Kamerleden stelden private initiatieven om jongeren in een kwetsbare positie een kans te geven aan de orde. Deze initiatieven bieden kleinschalig onderwijs en intensieve begeleiding. Als voorbeeld werd Urban Act veel genoemd. De Kamer vroegen de minister om steun voor dergelijke initiatieven. 

Bussemaker gaf aan welwillend te staan tegenover deze private projecten. Er is vaak meer ruimte in wet- en regelgeving dan men denkt. Het probleem zit eerder in de uitvoering. Zij adviseerde de initiatieven zich aan te sluiten bij ROC’s. 

Van Meenen vroeg of het Regionaal Investeringsfonds (RIF) door deze projecten gebruikt kan worden. Vanuit het RIF is tussen 2014 en 2017 in totaal 100 miljoen euro subsidie beschikbaar voor duurzame publiek-private samenwerking in het beroepsonderwijs. Wat de minister betreft is dit mogelijk, maar alleen onder de geldende voorwaarden. Dat wil zeggen dat er samengewerkt wordt met een onderwijsinstelling. 

Volgens de Kamer is dat nu juist het probleem, omdat ROC’s de initiatieven vaak als concurrenten ziet. Onterecht volgens de minister, als er een goed plan is willen scholen wel meewerken. Het levert ze ook nog extra geld op doordat het voortijdig schoolverlaten door dergelijke projecten omlaag gaat, aldus Bussemaker.

Beloning bestuurders

Siderus uitte naar aanleiding van onderzoek van de SP haar verontwaardiging over bestuurders "met grootheidswaanzin" die nog steeds ruim meer dan een ministersalaris verdienen. Zij wilde instemmingsrecht van de medezeggenschap op het salaris en de declaraties van bestuurders. 

Bussemaker wees op de wetten rond de normering van topinkomens (WNT I&II) en het geldende overgangsrecht. Bovendien gaan per 1 januari 2016 instellingskenmerken een rol spelen bij de maximale bezoldiging. Tenslotte noemde de bewindsvrouw het moreel appèl dat zij op de betrokken bestuurders gedaan en waarop veel positieve respons kwam.

Stages

In het mbo zijn de beschikbaarheid van voldoende stages een terugkerend punt van zorg. Ook in het debat van woensdag kwamen ze weer langs. Van Meenen stelde voor dat de stageplekken door de betrokken bedrijven aan de onderwijsinstelling zouden moeten worden aangeboden, waarop de school de leerling een stageplek toewijst. Dat zou mogelijke discriminatie moeten voorkomen waar sommige deelnemers tegenaanlopen wanneer zij zelf moeten solliciteren naar een stageplaats. 

Minister Bussemaker vond dit een aardig idee, maar zag wel de nodige haken en ogen, onder andere met betrekking tot de eigen verantwoordelijkheid die een student heeft voor het vinden van een stage. Zij wil die verantwoordelijkheid niet bij één partij leggen.

Aan het eind van het debat gaf een aantal Kamerleden aan nog niet tevreden te zijn met Bussemakers antwoorden. Zij wilden daarom een vervolg in een zogenaamd VAO. Daarin zullen in ieder geval Van Meenen en Siderius moties indienen.

MBO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs