U bent hier

Evaluatie fusietoets: nader onderzoek gewenst

Minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker houden onverminderd vast aan behoud van de menselijke maat in het onderwijs, schrijven zij in een brief. Maar er is volgens hen alle reden om nog eens goed naar de regels te kijken. Deze week verscheen de evaluatie van de Wet fusietoets. Nader onderzoek is gewenst. 

Hoe zat het ook al weer?

Op 1 oktober 2011 is de Wet fusietoets in het onderwijs in werking getreden. De wet kwam tot stand na twee rapporten van de Onderwijsraad en een motie in de Tweede Kamer met als doel om de menselijke maat in het onderwijs te bevorderen. De Kamer keek daarbij vooral naar de schaalvergroting in het mbo en ho, maar de wet moest gaan gelden voor het hele onderwijs. 

De wet introduceert een Fusie Effect Rapportage (FER) met als doel om draagvlak (legitimiteit) bij alle belanghebbenden te creëren en een ministeriële fusietoets zodat er voldoende keuzevrijheid zou blijven. 

Meeste fusies in po en vo

De Wet fusietoets bevat de bepaling dat er binnen 4 jaar na invoering een evaluatie moet plaatsvinden. Uit die evaluatie komt naar voren dat de oproep tot behoud van de menselijke maat in het onderwijs kwam naar aanleiding van de schaalvergroting in het mbo en ho, maar dat het merendeel van de fusieaanvragen in de afgelopen jaren plaatsvond in de sectoren po en vo. Daar is volgens de onderzoekers de behoefte aan fusies en samenwerking gegroeid als gevolg van leerlingendaling en passend onderwijs. 

Op grond van hun ervaringen adviseren zij te komen tot een fundamentele heroverweging van de Wet fusietoets en de daarmee gepaard gaande regelingen. In het funderend onderwijs wordt een discrepantie gezien tussen de huidige toetsnormen en hoe de keuzevrijheid en de menselijke maat feitelijk worden ervaren. 

De onderzoekers vinden dat wet- en regelgeving zo ingericht moet worden dat partijen op lokaal en regionaal niveau optimaal kunnen samenwerken, en dat het toetskader meer focust op echte risicogevallen ten aanzien van menselijke maat en keuzevrijheid. Voor het mbo adviseren de onderzoekers om de fusietoets af te stemmen op de Wet macrodoelmatigheid. 

Elf verbeterpunten

Ook de Commissie Fusie Toets Onderwijs (CFTO) heeft haar ervaringen van de afgelopen jaren  geëvalueerd. De commissie komt tot elf voorstellen voor verbetering. 

Zo stelt de CFTO bijvoorbeeld voor om in alle gebieden, ook in ernstige krimpgebieden, te blijven toetsen op aspecten van keuzevrijheid en legitimiteit. Een ander voorstel is om de beoordeling van de diversiteit in richting en in pedagogisch-didactische aanpak plaats te laten vinden via een regionaal akkoord. Als een dergelijk akkoord aanwezig is, vindt geen landelijke toetsing meer plaats naar richting en pedagogisch-didactische aanpak. 

Ook stelt de commissie voor in de wet de bepaling op te nemen dat een toetsplichtige besturen- of scholenfusie tevens een significante belemmering kan opleveren, als op regionaal of lokaal niveau een bestuursconcentratie ontstaat. En de betrokken samenwerkingsverbanden passend onderwijs zouden een uitspraak moeten doen over de wenselijkheid van de voorgenomen fusie. 

Reactie Bussemaker en Dekker

In hun reactie schrijven de bewindspersonen dat het kabinet “onverminderd belang hecht aan het behoud van de menselijk maat in het onderwijs, zoals in het Regeerakkoord ook is aangegeven’”. Maar, zo schrijven zij, het onderzoeksrapport laat zien dat de huidige uitwerking van de fusietoets onvoldoende focus heeft en onvoldoende rekening houdt met de verschillen per sector. 

Het belangrijkste uitgangspunt – keuzevrijheid – kan onvoldoende getoetst worden met de huidige toetscriteria. Daarom zien zij aanleiding om te verkennen hoe de fusietoetsregels kunnen worden aangepast om het doel van de wet, namelijk bevorderen dat onderwijsinstellingen zich op de menselijk maat organiseren met als centrale elementen keuzevrijheid en legitimiteit, nog beter en meer sectorgericht te waarborgen. 

Zij zien hiervoor meerdere oplossingsrichtingen die zij graag willen bespreken met deskundigen en betrokkenen in het veld. Deze oplossingsrichtingen kunnen aan de hand van de volgende indeling worden besproken: 

  • samenwerking in krimpgebieden 
  • positie van de medezeggenschap
  • vermindering van onnodige bureaucratie en administratieve lasten 
  • borging van de menselijke maat in het onderwijs

Vervolg

De minister en de staatssecretaris willen aan de hand van bovengenoemde punten en de twee evaluatierapporten met deskundigen, ouders, leerkrachten en andere betrokkenen uit het veld komen tot een nadere uitwerking. Zij streven ernaar om op 1 maart 2016 de conclusies hiervan naar de Kamer te sturen.

PO | VO | MBO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs