U bent hier

Elke student sluit een onderwijsovereenkomst met zijn mbo. Maar daar heeft alleen de instelling wat aan

In het mbo volgen jaarlijks bijna 500.000 studenten een beroepsopleiding. En sinds 1996 is deze sector als enige wettelijk verplicht met elke student een schriftelijke onderwijsovereenkomst op te stellen. 21 jaar later constateren onderwijsjuristen dat de overeenkomst zijn doel heeft gemist.

De Kenniskring onderwijsrecht beroepsonderwijs, waarin Verus participeert, onderzocht het afgelopen schooljaar waarom het mbo als enige dat voorschrift heeft, wat daar de achtergrond van is (in de zin van: wat heeft de wetgever beoogd) en hoe dat in de praktijk uitwerkt.

De onderwijsovereenkomst had onder meer tot doel de positie van de student te versterken, schrijft de Kenniskring in een deze week gepubliceerde verkenning. Maar de juristen constateren dat de schriftelijke onderwijsovereenkomst in het mbo niet direct heeft geleid tot versterking van de rechtspositie van de student ten opzichte van de instelling. Het document wordt bij inschrijving ondertekend en verdwijnt daarna in de kast van de instelling en in de tas van de student. 

Alleen voor de instelling heeft het document een belangrijke administratieve waarde: omdat de accountant er naar kijkt. 

Meer weten? Hier vindt u De waarde van de onderwijsovereenkomst in het mbo: Verkenning door de Kenniskring onderwijsrecht beroepsonderwijs


MBO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs