U bent hier

Efficiency in onderwijs schiet door

De nadruk op efficiency en rendement in de onderwijsloopbaan van leerlingen schiet door. Die conclusie trekt Verus uit het Onderwijsverslag 2013/2014 van de Onderwijsinspectie. Het is van groot belang dat leerlingen de ruimte krijgen om te stapelen en op- of af te stromen als dit past bij hun ontwikkeling. Daar is steeds minder ruimte voor. Leerlingen worden bovendien nog steeds te vroeg geselecteerd, het voorsorteren kan beter worden uitgesteld.

Keerzijde
In de vandaag verschenen ‘Staat van het onderwijs’ signaleert de Inspectie van het Onderwijs de trend van toegenomen efficiency in het onderwijs. De flexibiliteit van het onderwijssysteem neemt af. Schoolloopbanen worden korter en leerlingen halen sneller hun diploma’s. Dit is op zich positief, maar de keerzijde hiervan is dat basisscholen steeds minder gemengde adviezen geven voor vervolgonderwijs en dat middelbare scholen geneigd zijn tot risicomijding. Dit kan ten koste gaan van het gewenste maatwerk voor leerlingen. Verus vindt dat de nadruk op efficiency in het onderwijs doorschiet. 

Tweede kansen
Het doel van onderwijs moet zijn om de talenten van leerlingen zoveel mogelijk te ontwikkelen, perspectieven te bieden en breed te vormen. Om uiteindelijk een goed onderwijsresultaat te bereiken kan het verstandig zijn voor leerlingen om diploma’s te stapelen en op- of af te stromen  Dat moet dan door de school mogelijk gemaakt worden. Het is onwenselijk als scholen uit efficiencyoverwegingen en angst voor onvoldoende meetbare prestaties  kiezen voor bijvoorbeeld een vroegtijdige, lagere plaatsing van leerlingen dan ze eigenlijk aan zouden kunnen. In de onderwijsloopbaan van leerlingen zou ook ruimte moeten zijn voor ontdekken, proberen en het bieden van een tweede kans.

Voorsorteren uitstellen
Vroegselectie is kenmerkend voor het Nederlandse onderwijssysteem. Het is daarbij behoorlijk moeilijk nog van koers te veranderen als je eenmaal een richting bent ingeslagen. Een oplossingsrichting zou volgens Verus kunnen zijn om meer brede brugklassen met verschillende niveaus bij elkaar in te richten, zodat het voorsorteren kan worden uitgesteld tot jongeren zich meer hebben doorontwikkeld. De grote druk die nu op het basisschooladvies ligt kan daarmee ook worden verminderd. 

Weinig zicht op resultaten burgerschapsvorming
De Inspectie constateert ook in het Onderwijsverslag dat scholen in het primair en voortgezet onderwijs weinig doelgericht en planmatig aan ‘actief burgerschap en sociale integratie’ werken. Daardoor is er weinig zicht op de resultaten en de effectiviteit van de aanpak van de scholen. 

Waartoe
Verus onderschrijft het belang om als school doelen te stellen voor burgerschapsvorming. Dan gaat het om het beantwoorden van de ‘waartoe-vraag’: waartoe wil de school haar leerlingen of studenten vormen, wat wil ze hun daarvoor meegeven aan kennis, vaardigheden en attitudes, en door welk samenlevingsideaal laat de school zich daarbij leiden.

Grenzen aan meten
Wij zijn er echter niet voor om de sociale ontwikkeling van leerlingen vooral door middel van gestandaardiseerde gegevens in kaart te brengen. Dat geeft een beperkt beeld, en gaat teveel uit van een uniforme, vooral op kennis en vaardigheden gerichte meetcultuur. Dat de resultaten van burgerschapsvorming vaak niet maakbaar en moeilijk meetbaar zijn, ontslaat scholen natuurlijk niet van de plicht om op creatieve en uiteenlopende manieren te laten zien wat burgerschapsvorming met haar leerlingen doet.

In de Volkskrant van 16 april onderstreept Verus-voorzitter Wim Kuiper dat er een keerzijde zit aan toenemende efficieny in het onderwijs, 'stapelen lijkt te worden ontmoedigd'.

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs