U bent hier

Eerste Kamer wil duidelijkheid over uitvoering burgerschapswet

Leden van de Eerste Kamer hebben op een aantal punten van de burgerschapswet kritische vragen gesteld. Dat blijkt uit een schriftelijke ronde ter voorbereiding op het debat over het wetsvoorstel verduidelijking burgerschapsopdracht. De kritische vragen richten zich onder meer op de verhouding tussen de algemene burgerschapsopdracht en kerndoelen, de rol van de Onderwijsinspectie en de reikwijdte van de zorgplicht. Dit sluit aan bij de aandachtspunten, die eerder door Verus, VGS, VBS en ISBO in een brief aan de Eerste Kamer zijn gestuurd.

  1. Verhouding algemene burgerschapsopdracht en kerndoelen

Voor scholen is het van belang om te weten dat deze algemene burgerschapsopdracht niet samenvalt met de kerndoelen en eindtermen (die in het kader van Curriculum.nu op een later moment herzien worden). Volgens de minister creëert het wetsvoorstel geen nieuwe of aangepaste kerndoelen. Maar het is echter niet zo dat wanneer het onderwijs is vormgegeven conform alle kerndoelen die raken aan burgerschap, het bevoegd gezag daarmee per definitie aan de burgerschapsopdracht voldoet. Reden voor GroenLinks om te vragen of het niet logischer zou zijn geweest om deze wet te behandelen als het nieuwe curriculum bekend is.

  1. Rol Onderwijsinspectie

De burgerschapswet spreekt over basiswaarden van de democratische rechtstaat. Scholen zullen helder moeten maken op welke manier deze basiswaarden herkenbaar in het onderwijs vorm krijgen. Als kader wordt onder andere de Grondwet genoemd. Spannend is de rol van de Onderwijsinspectie hierbij. Hoe gaan zij hier straks mee om? Verschillende politieke partijen herkennen deze spanning. GroenLinks vindt bijvoorbeeld dat er nog veel onduidelijkheid is over ‘de uitvoeringsmodaliteit van het wetsvoorstel, en meer in het bijzonder over de aard en grenzen van het toezicht door de inspectie’. Als scholen en inspectie geen handvatten hebben om te bepalen wat de reikwijdte van de zorgplicht is, bestaat volgens de leden van de fractie van GroenLinks het gevaar dat er verschil van inzicht ontstaat over de wijze waarop de inspectie hierop toezicht moet houden. Ook de SGP wil van de minister weten hoe wordt voorkomen dat er conflicten ontstaan over de invulling van de taakopdracht van de inspectie.

  1. Ondersteuning van docenten

Eerder pleitte een brede coalitie van onderwijsorganisaties al voor ondersteuning en facilitering van de mensen in de klas die verantwoordelijk zijn voor burgerschapsonderwijs. Door een overladen lesprogramma (gebrek aan tijd) en door handelingsverlegenheid (behoefte aan professionalisering) is het lastig om op de goede manier controverses te behandelen. Eveneens de ChristenUnie fractie wijst op het belang van concrete versterking van ondersteuning van docenten.

GroenLinks wijst op de aangenomen motie die de regering verzoekt om het bestaande aanbod extra onder de aandacht te brengen bij leraren en in overleg met het onderwijsveld te bezien of dit aanbod afdoende is, zodat leraren optimaal ondersteund worden om omstreden onderwerpen te blijven behandelen. De fractie wil weten hoe de regering inhoud gaat geven aan deze motie: “De minister gaf in de Tweede Kamer aan dat de inzet is om structurele ondersteuning bij het uitvoeren van deze wet te regelen voor scholen om deze opdracht uit te voeren. Hoe zit het met die structurele ondersteuning en de inzet daarop?”

Het lerarentekort is funest voor burgerschapsonderwijs. Dat is de opvatting van de PvdA. Deze fractie vindt dat juist op scholen waar leerlingen van huis uit minder kennis over politiek meekrijgen en minder vertrouwen in zichzelf hebben, een lerarentekort heerst. Als dit niet wordt aangepakt, zal het voorliggende wetsvoorstel weinig betekenis hebben, en mogelijk zelfs ongelijkheid vergroten.

  1. Rol ouders

De senatoren van het CDA brengen ook de verantwoordelijkheid van ouders ter sprake. Zij vinden dat er het nodige van het onderwijs gevraagd mag worden, maar dat er dan wel sprake moet zijn van wederkerigheid: “Het is aan ouders – maar ook de leerlingen zelf – om te laten zien dat zij de verantwoordelijkheid die zij wel primair hebben, serieus nemen en er dus aan bijdragen dat de uitvoering van de burgerschapsopdracht door de school een succes wordt.” Het CDA wil dat de school moet kunnen optreden tegen leerlingen en hun ouders als zij die verantwoordelijkheid niet nemen, mogelijk zelfs door schorsing of verwijdering.

PO | VO | MBO | HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs