U bent hier

Doek valt voor projectorganisatie nieuwe onderbouw

Eind 2008 valt het doek voor de projectorganisatie Onderbouw-VO, die de invoering van de nieuwe onderbouw in het voortgezet onderwijs heeft begeleid. Dat was voorzien, omdat bij de start in 2005 al was vastgelegd dat de organisatie gedurende vier jaar aan de slag zou gaan. De nieuwe onderbouw is in de plaats gekomen van de basisvorming.

Eind 2008 valt het doek voor de projectorganisatie Onderbouw-VO, die de invoering van de nieuwe onderbouw in het voortgezet onderwijs heeft begeleid. Dat was voorzien, omdat bij de start in 2005 al was vastgelegd dat de organisatie gedurende vier jaar aan de slag zou gaan. De nieuwe onderbouw is in de plaats gekomen van de basisvorming.

De projectorganisatie heeft de afgelopen jaren onder meer scholen met raad en daad bijgestaan, tal van conferenties met het veld belegd en door middel van monitoring de implementatie van de nieuwe onderbouw op de voet gevolgd. De opheffing betekent overigens niet dat daarmee ook aan alle activiteiten een einde komt. Er zijn gesprekken gaande met verschillende instellingen en organisaties om te bekijken of zij een aantal producten en diensten kunnen overnemen.

De nieuwe onderbouw is ingevoerd in augustus 2006, als opvolger van de basisvorming. Er was binnen het voortgezet onderwijs een groeiende onvrede over de in 1993 ingevoerde basisvorming, die weer een politiek compromis was voor het idee van de middenschool. Met name de verplichting dat alle leerlingen, ongeacht het niveau, dezelfde zestien vakken moesten volgen, was voor veel scholen een keurslijf. Toenmalig minister van Onderwijs Van der Hoeven stelde daarop de Taakgroep Vernieuwde Basisvorming in, onder leiding van oud-hoofdinspecteur Heim Meijerink.

Op basis van het advies van de Taakgroep kwam er een aanpassing van de wet, waardoor scholen veel meer ruimte hebben gekregen om het onderwijs in de onderbouw af te stemmen op de eigen inzichten en de schoolspecifieke omstandigheden. Het aantal kerndoelen werd teruggebracht tot 58, af te stemmen op het niveau van de leerlingen.

Van der Hoeven indertijd in de Kamer: "In het voorgestelde nieuwe systeem wordt erkend dat leren op meer manieren kan. Daarbij worden de verschillen tussen leerlingen meer in het oog gehouden, bijvoorbeeld dat aan leerlingen van het vmbo, die anders leren dan leerlingen van het havo en het vwo, andere eisen gesteld mogen worden, omdat zij andere talenten hebben. De scholen moeten de ruimte hebben om hun eigen keuzes te maken. Die keuzes moeten passen bij de schoolsoort, bij de leerlingen en bij de diversiteiten binnen de school." Ze benadrukte dat de nieuwe onderbouw niet als een blauwdruk zou worden opgelegd, zoals met de basisvorming wel was gebeurd.

Minister Van der Hoeven besloot en passant om ook maar de besmet geraakte term basisvorming te schrappen en te vervangen door nieuwe onderbouw. Toch hechtte ze eraan dat twee belangrijke elementen uit de basisvorming overeind zouden blijven. Ze vond dat de gemeenschappelijke voorbereiding op maatschappelijk burgerschap en het uitstel van de studiekeuze tot 14 jaar in het nieuwe systeem behouden moesten blijven.

VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs