U bent hier

Dit is waarom scholen geld ‘oppotten’

Een op de zes Nederlandse basisschoolbesturen heeft te veel geld op de plank liggen, kopte de NOS gisteren. Aanleiding is een factcheck van de PO-Raad die constateert dat er in de sector zowel door schoolbestuurders als schoolleiders erg voorzichtig wordt begroot. Waarom doen ze dat? Onze bedrijfsvoeringsadviseurs geven je 5 oorzaken.

“Schoolbesturen zoeken steeds meer en weloverwogen naar een gezond evenwicht tussen exploitatie en de vermogenspositie van hun instelling”, reageert adviseur Frans van Ooijen op het bericht.

Maar er is wel een aantal aanwijsbare redenen die het scholen moeilijk maakt financieel het juiste evenwicht te bereiken:

  1. Na de doordecentralisatie van het buitenonderhoud van schoolgebouwen hebben steeds meer scholen grote moeite om hun schoolgebouwen te vernieuwen of te renoveren. Gemeenten vragen hierin steeds meer een eigen aandeel van de scholen. De huisvestingslasten van verouderde gebouwen slokken een steeds groter deel van de budgetten op en daarbij zoeken scholen naar ‘spaargeld’ om zelf te kunnen investeren in de kwaliteit van hun huisvesting. Hierbij spelen ook doelstellingen in duurzaamheid en het optimaliseren van het klimaat in schoolgebouwen een rol.
  2. Scholen begroten middelen voor een evenwichtige personele bezetting, maar door de personele krapte lukt het gewoonweg niet om leerkrachten en ziektevervangers te vinden, waardoor budgetten ongebruikt blijven.
  3. OCW is veelal laat met de vaststelling van de bekostiging voor de scholen. Scholen spelen op safe en bekostiging die niet bekend is gemaakt, wordt niet begroot en daardoor niet of pas later uitgegeven
  4. VO-instellingen verwachten een krimp van het aantal leerlingen en voorzien hierin problemen bij het lesaanbod (kleinere groepen). Om zich hierop voor te bereiden worden middelen gereserveerd voor de toekomst.
  5. Scholen zijn zich bewust van toenemende verantwoordelijkheden en risico’s voor de borging van de continuïteit van hun scholen. Voorbeelden hiervan zijn: toenemende werkdruk om aan alle eisen te voldoen, cybersecurity en AVG, incidenten op het gebied van sociale of fysieke veiligheid, maatschappelijke druk op innovatie en digitalisering, risico's die voortvloeien uit wijziging/vereenvoudiging van bekostigingssystematieken.

Van Ooijen: “Ik ken geen bestuur dat doelbewust stuurt op het ‘oppotten van geld’. Sterker nog: schoolbesturen zetten alles op alles om zoveel mogelijk geld beschikbaar te maken voor de personele inzet op de scholen. De bekende stokpaardjes als ‘stoppen met lumpsum’ en ‘leraren uit de lumpsum’ doe ik dan ook af als onzinnig en populistische oppositie.”

Vragen over uw eigen bedrijfsvoering? Neem contact op met onze adviseurs bedrijfsvoering Genno Wolthers of Frans van Ooijen.

PO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs