U bent hier

Diagnostische tussentijdse toets: wel of niet via de Tweede Kamer?

Is een verplichte diagnostische tussentijdse voor vo-scholen gewenst of juist niet? Daarover ging gisteren het eerste plenaire debat over onderwijs in de vernieuwde Tweede Kamer. Nee, lijkt een meerderheid van de fracties te zeggen, maar helemaal zeker is dit nog niet.

Aanleiding voor het debat was het initiatiefwetsvoorstel van Roelof Bisschop (SGP) en Michel Rog (CDA) waarmee zij de wettelijke grondslag voor de diagnostische tussentijdse toets (dtt) willen schrappen. 

Deze grondslag biedt aan de minister de mogelijkheid om zonder tussenkomst van het parlement de dtt verplichtend aan de scholen op te leggen. Dit is enigszins verwarrend, want er bestaat ook een wetsvoorstel uit 2013 dat de dtt voor vo-scholen verplicht maakt. Destijds werd dit wetsvoorstel zeer kritisch onthaald door de Tweede Kamer. Vervolgens verdween het in de ijskast, waar het nu nog steeds ligt. Maar over de dtt werd nog wel gedebatteerd, onder meer in de eerste helft van 2016 naar aanleiding van berichten in de pers over de ontwikkeling van de toets. De conclusie leek toen dat de verplichte dtt van de baan is. Ook de regeringspartijen trokken die conclusie.

Discussie over dtt heropend

Gisteren leek bij de behandeling van het wetsvoorstel Bisschop/Rog echter de discussie opnieuw geopend te worden. Want hoewel Kamerlid Egbert Dijkgraaf namens de SGP benadrukte dat het wetsvoorstel in de basis alleen maar gaat over de vraag of de regering de dtt zonder instemming van het Parlement verplicht mag stellen, grepen de partijen de gelegenheid aan om in te gaan op de wenselijkheid van de dtt als zodanig. 

Wellicht had dit te maken met het feit dat maar liefst vijf nieuwe onderwijswoordvoerders hun maidenspeech hielden. De VVD wilde bij monde van Bente Becker de verplichte dtt als optie voor de toekomst nadrukkelijk openhouden. Becker betoonde zich een voorstander van het uniform meten van de vorderingen op het gebied van rekenen en taal, in het belang van de leerling. 

Harm Beertema (PVV) ging nog een stapje verder: hij vond de dtt op dit moment nodig gezien de in zijn ogen ondermaatse onderwijskwaliteit. Lisa Westerveld (GroenLinks), Peter Kwint (SP) en Paul van Meenen (D66) waren tegen de dtt en legden de nadruk op de professionaliteit van en vertrouwen in de docenten. 

Ook Harry van der Molen (CDA) benadrukte de rol van het docententeam bij de vraag wat en hoe er getoetst moet worden. Hij vond een verplichte dtt daarnaast net als Dijkgraaf in strijd met de vrijheid van inrichting. 

Kirsten van den Hul (PvdA) was het minst uitgesproken. Zij ageerde weliswaar tegen het doorgeschoten rendementsdenken en het afrekenen op toetsresultaten van een beperkt aantal vakken, maar hield toch de mogelijkheid open dat de dtt nuttig kan zijn bij het bevorderen van kansengelijkheid.

Het debat beperkte zich gisteren tot de eerste termijn van de Kamer. Op een later moment zullen de initiatiefnemers reageren.

Meerderheid is nog onzeker

Als we de rekenmachine erbij pakken en kijken naar de nieuwe zetelverdeling in de Tweede Kamer en naar eerdere standpunten van de partijen die gisteren niet meededen met het debat (maar dat biedt geen garantie, zo bleek gisteren maar weer…) kan het initiatiefwetsvoorstel van Bisschop en Rog rekenen op een meerderheid. Maar helemaal zeker is dit nog niet.

VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs