U bent hier

De School Draait Door: Verhalen van hoopvol onderwijs

Verus 2016 ging over ‘hope providers’, en dus over u. ‘Hoop voor onze kinderen’ – het waren de mensen uit de praktijk van het onderwijs die het thema van Verus 2016 tastbaar maakten. En daarmee lieten zien dat onderwijsmensen daadwerkelijk ‘hope providers’ zijn – een titel die Leo Bormans, samensteller van The World Book of Hope, ons gaf in zijn bijdrage aan De School Draait Door op VERUS 2016.

Onderwijsmensen zouden subiet de functieomschrijving op hun visitekaartje moeten veranderen, zei de Vlaamse publicist Bormans bij de aftrap van het jaarlijkse event van het katholiek en christelijk onderwijs. “Zet ‘hope provider’ op uw visitekaartje.” Vervolgens vertelde een aantal ‘hope providers’ in het onderdeel ‘De School Draait Door’ hun verhaal.

Verzoening en hoop

Evert van der Meer, directeur van de praktijkschool Mijnschool in Harderwijk, is zo iemand. Op zijn school, waar de vieringen in het slop geraakt waren, heeft hij maandvieringen in het leven geroepen waar zorgen en hoop gedeeld kunnen worden. Zoals na de aanslagen in Parijs in november 2015, die voor veel onrust onder de leerlingen zorgden. Samen met een jongerenwerker van Turkse komaf maakte hij toen van de maandviering een moment van “verzoening en hoop”, gevolgd door intensieve gesprekken tussen leerlingen.

‘Welkom bij ons op school’

Of neem Jochem Gerrits, directeur van de katholieke Josefschool in Overloon. Praktische problemen, weerstand en calamiteiten weerhielden hem er niet van om zijn school open te stellen voor kinderen uit het naburige asielzoekerscentrum. Toen de autochtone kinderen op een dag naar school kwamen met cakejes met het opschrift ‘Welkom bij ons op school’ voor hun nieuwe medeleerlingen, wist hij dat hij in zijn opzet was geslaagd. Inmiddels is er verbinding, constateert hij tevreden.

Hamertje-tik

Een ‘hope provider’ die daar in de klas gestalte aan geeft, is Carina Weis, leerkracht op een locatie voor vluchtelingenkinderen van CBS De Borg in Onnen. Veiligheid bieden, een band smeden met haar leerlingen – daarmee biedt ze hun de basisvoorwaarden voor een hoopvolle toekomst.

Ze vertelt hoe een onschuldig spelletje hamertje-tik bij een jongetje in haar klas een ervaring naar boven haalt die hij met de juf wil delen. Hij troont haar mee naar de huishoek, waar ze op de grond moet gaan liggen om dekking te zoeken tegen beschietingen. “Big humans, boem boem”, roept het jongetje in gebroken Engels. En daarna ‘gewoon’ weer verder met hamertje-tik.

Op de been gehouden

Ook de arts en schrijver/spreker Gor Khatchikyan, voormalig vluchteling uit Armenië, heeft zulke leraren gehad. Het waren vooral sommige leraren die, bij alle moeilijkheden die hij in Nederland ondervond, zijn hoop levend hebben gehouden. “Er waren docenten en rectoren die me met soms maar één zin op de been hebben gehouden en ervoor hebben gezorgd dat ik geworden ben wie ik nu ben. Een paar Nederlanders hadden het lef om in mij te geloven, en dat heeft het verschil gemaakt.”

Opgestroopte mouwen

Daarvoor is hoop nodig, en dat is niet hetzelfde als optimisme, benadrukt Bormans. Scholen kunnen kinderen volgens hem hoop geven door hen aan te spreken op hun droom. “Hoop is optimisme met opgestroopte mouwen.”

“De school is een gemeenschap waar hoop voelbaar en tastbaar is”, zei voorzitter Wim Kuiper van Verus bij de lancering van een campagne om in de samenleving een “positieve beweging” van hoop op gang te brengen. “Wij delen iets met elkaar dat verder uitgedragen zou moeten worden. Het begint in de 4000 katholieke en christelijke scholen, en wij willen het een stapje verder brengen in de samenleving.”

 

PO | VO | MBO | HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs