U bent hier

‘De richting die we nu opgaan met inclusief onderwijs zal meer werk en uitvallers opleveren’

De onderwijscontext zo ruim maken, dat specifieke ondersteuningsbehoeften van individuele leerlingen wegvallen: dat is hoe psycholoog, onderwijswetenschapper en lector Bert Wienen inclusief onderwijs ziet. Doordat hij met een voet in de praktijk én een voet in de wetenschap staat, ziet hij de trend van het huidige inclusieve onderwijs: ‘‘Het is onmogelijk om te voldoen aan de continu nieuwe vormen en groepen die in het onderwijs ontstaan.’’

Wienen onderscheidt twee vormen van inclusief onderwijs. De ene vorm noemt hij de vorm van passend onderwijs waarbij het individuele kind met de bijbehorende ondersteuningsbehoefte als uitgangspunt wordt genomen. Maar, volgens hem is er ook een andere kant. De vorm waarbij je onderwijs als uitgangspunt neemt. ‘‘Als we de onderwijscontext zo ruim maken dat de ondersteuningsbehoeften van individuen wegvallen. Als je in de huidige lijn blijft werken, blijf je een apart aanbod voor aparte groepen kinderen creëren. Het is dan net voor iedereen een aparte gang, zoals in het ziekenhuis'', vertelt hij.

En dat baart hem zorgen. ‘’De richting die we nu opgaan zal denk ik meer werk en uitvallers opleveren. Het is onmogelijk om continu te voldoen aan de nieuwe vormen en groepen die ontstaan. Dus ik denk dat we niet anders kunnen dan bij te sturen’', zegt Wienen. Hij kaart bijvoorbeeld aan dat in de huidige tijd heel erg wordt gedacht dat kinderen zich eerst moete welbevinden en dan pas tot presteren of leren kunnen komen. Terwijl in de pedagogische literatuur we juist zien dat welbevinden een gevolg is van leren en onderwijs. ‘’Nu ligt heel erg het welbevinden als prioriteit in het onderwijs. Ik denk dat het goed is om dit ter discussie te stellen: is het wel zo dat wel welbevinden vóór het leren gaat?’’

Maakbaarheid

Wel drukt hij op het hart dat hij niet gelooft in een maakbare wereld. ‘’Maar als er binnen het onderwijs meer tijd, rust, kennis en opleiding is, zou er veel meer mogelijk zijn dan nu. De ene school zal dan bijvoorbeeld denken aan het loslaten van het leerstofjaarklassensysteem en een andere school zal zich dan meer kunnen focussen op meer verdiepend contact op school, terwijl een weer heel andere school het mogelijk zal maken om van 7.00 tot 19.00 uur ruimte te bieden aan kinderen. Dat is wat school-zijn is.’’

Om echt die verandering in te zetten om vanuit een brede onderwijscontext te werken, waarin individuele ondersteuningsbehoeften wegvallen, is behoorlijk wat nodig. Zo noemt Wienen als voorbeeld dat er middelen vanuit de jeugdhulp, waar hij zelf ook lange tijd in heeft gewerkt, moeten worden overgezet naar het onderwijs. Ook moet er volgens hem naar de opleiding van leraren worden gekeken, zodat inclusief onderwijs niet leidt tot kennis over allerlei specifieke kinderen met psychiatrische en psychologische beelden, maar vooral dat men leert hoe het onderwijs zich zo kan ontwikkelen dat aan alle kinderen onderwijs geboden kunnen worden.

Pedagogisch perspectief

‘’De grootste uitdagingen in het onderwijs van nu komen namelijk voort doordat we vanuit een psychologische en therapeutische bril naar kinderen kijken. Het psychologisch perspectief is een individueel perspectief, terwijl het pedagogisch perspectief context gericht is en focust op het handelen en de handelingsruime van de leerkracht als professional en deskundige. Inclusief onderwijs begint bij de herwaardering van het vak van leraar. Nu doen we soms alsof de leraar enkel voor onderwijs is en zodra het moeilijk wordt met een kind een ‘specialist’ moet worden ingevlogen. Als we daarmee doorgaan wordt inclusief onderwijs dus de optelsom van allerlei specialisten in de school en zien we niet meer dat inclusief onderwijs allereerst onderwijs is. We moeten leraren en docenten weer de ruimte geven en hen waarderen en ondersteunen bij het bouwen van onderwijs. Vroeger was de leerkracht specialist, maar dat wordt allang niet meer zo gezien. Als dit zo doorgaat, verpulvert het onderwijs en het vak van de leerkracht’’, meent Wienen.

Waar vroeger 1 op de 20 kinderen in een gemeente in de jeugdhulp zaten, is dat nu op sommige plekken zelfs 1 op de 6. Wienen wijt dat deels aan dat er een samenleving gecreëerd is waar kinderen geloven dat hun welbevinden een keuze is en dat falen er niet meer bij hoort. ‘’Er wordt gedacht dat het je eigen verantwoordelijkheid is of je slaagt en ook ouders voelen die druk om het optimale eruit te halen.’’ Met de prestatiedruk en de normen die verder omhoog gaan, worden volgens hem ook de kindkenmerken die we als afwijkend beschouwen steeds strenger. ‘’Ik denk dus niet dat er nu meer kinderen met problemen zijn dan vroeger, maar dat steeds meer kinderen niet meer aan die bepaalde beelden voldoen en we bovendien met elkaar hebben afgesproken steeds meer van deze kindkenmerken afwijkend of zelfs ziek te noemen.’’

Inspiratiesessie

Om jou als bestuurder en schoolleider aan de hand te nemen, spreekt Wienen op dinsdag 5 oktober van 16.00 tot 17.30 uur tijdens onze inspiratiesessie over inclusief onderwijs. ‘’Ik heb zelf jarenlang in de jeugdhulp gewerkt en vervolgens voor het onderwijs. Daarnaast houd ik mij als associate lector jeugd bezig met allerlei vormen van onderzoek, veelal ook samen met het onderwijs. Dit jaar werk ik in een zorgteam op een school om deze praktijk scherper te krijgen, te werken aan goed onderwijs voor alle kinderen en daarmee mijzelf en anderen een spiegel voor te houden om te kijken of de mindset kan worden veranderd.’’

Hij zal deelnemers van de inspiratiesessie eveneens een spiegel voorhouden. Zo gaat hij onder meer beelden laten zien van wat wij als samenleving een normaal kind vinden. Die vraag wordt ook aan de deelnemers los gesteld. ‘’Tot slot ga ik in op de eerder genoemde vormen van inclusiviteit, waarbij ik het meer wenkende perspectief van onderwijs als uitgangspunt neem.’’

Meld je aan voor de inspiratiesessie

Voor wie na deze inspiratiesessie nog graag wat verdieping wil, houdt Wienen op 18 november een lezing namens het Nederlands Jeugdinstituut en Defence for Children. Met de lezing ‘Nieuw kinderrecht: het recht om te falen’ gaat hij in op de huidige plicht van kinderen om de beste versie van zichzelf te worden en welke rol het onderwijs hierbij speelt. Aanmelden kan via NJI.nl.

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs