U bent hier

De Lerareneed is een vraag om te werken vanuit vertrouwen

De pabo van de Christelijke Hogeschool Ede biedt studenten vanaf juli de mogelijkheid de Lerareneed af te leggen bij het afsluiten van de opleiding. Emile van Velsen, directeur Academie Educatie over wat de lerarenopleider verwacht van zo’n eed. En hoe die voor hemzelf zou klinken.

Hoe luidt de eed eigenlijk?

“Dat mag ik nog niet vertellen. Zaterdag wordt ‘ie gepresenteerd. Maar ik kan wel wat zeggen over de inhoud. Die gaat om professionaliteit en integriteit.” 

Er bestaan ook een advocateneed en artseneed. Maar inmiddels is wel duidelijk dat een eed niks garandeert.

“Ik verwacht dat mensen die deze eed hebben afgelegd in hun school bijdragen aan een klimaat waarin meer op basis van vertrouwen wordt gewerkt en minder op basis van standaardisering, handelingsplannen en afrekening op toetsen. Die laatsten hebben namelijk niets met professionaliteit te maken maar alles met indekgedrag en bureaucratie. Ik hoop dat het de mensen die deze eed afleggen om meer gaat dan resultaten.”

In het persbericht staat: “Wij zijn ervan overtuigd dat de beste leraren werken in een school waarin vertrouwen bestaat in hun professionaliteit en integriteit.” Dat klinkt meer alsof scholen een eed zouden moeten afleggen.

“Basisscholen zaten ook in het redactieteam van de eed, samen met lerarenopleiders en studenten. We zijn bezig de opleiding te vernieuwen en denken na over waar de leraar aan moet voldoen. Vanuit de overheid is er ontzettend veel regelgeving. Maar hoe ziet nu de leraar eruit waarvan de basisscholen zeggen: dat is de leraar van de toekomst, de betrokken professional? Want die willen we opleiden. Zo zijn we met de scholen een beeld gaan schetsen: wie is die leraar nu eigenlijk? Daarop is de Lerareneed gebaseerd.” 

Hoe kan de Lerareneed bijdragen aan de professionaliteit en integriteit van de leraar?

“Doordat de student hardop uitspreekt: dít wil ik zijn. Ik leg me toe op de ouders en kinderen en ik ben toetsbaar richting mijn collega’s. Tegelijkertijd is de eed een vraag aan de schoolleiding, bestuurders en politici om te werken vanuit vertrouwen.”

De laatste zin van de eed vormt een persoonlijke zin. Hoe zou die voor uzelf klinken?

“Je wordt uitgenodigd zelf één zin toe te voegen over de relatie tussen jouw levensbeschouwelijke identiteit en het vak. Het is geen geloofsverklaring, maar toont wel de wisselwerking, de impact van jouw levensbeschouwing op je vak. Bij mij zou die zin te maken hebben met mijn christelijke achtergrond. Dat ik de liefde zoals ik die heb ontvangen van mijn God, mijn Maker, wil doorgeven aan de mensen met die ik samenwerk. Zoiets.”

PO | HBO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs