U bent hier

De inspecteur: 'Alleen maar inspectieproof zijn leidt tot verschraling van het onderwijs'

Meten is weten, daar gelooft inspecteur Anne Bergsma niet in. Het gaat in het onderwijs namelijk niet alleen om cijfers, getallen en feiten, maar vooral ook over de verhalen daarachter. En hij wil ook geen papieren die speciaal voor hem gemaakt zijn. Wat hij wel wil: Een bestuurder die vertelt wat hij of zij nou wil met het onderwijs. Want er kan meer dan men denkt. Verus sprak Bergsma en schoolbestuurder Dick Bruinzeel over hoe zij het inspectieonderzoek bij het Scholengemeenschap Jan Arentsz ervoeren. Dit is deel 1: Over met de billen bloot gaan, de paradox van toezicht en zoeken naar een tussentaal.

Sinds 2017 werkt de onderwijsinspectie niet langer alleen met risicogericht toezicht, maar staat vooral het bestuur centraal. “We kwamen voor 2017 vooral langs als er wat aan de hand was, bij slechte resultaten en ernstige signalen”, blikt Bergsma terug. “Als mens, als toezichthouder, ga je er toch een beetje naar staan. Maar we willen niet alleen maar de zakelijke en steile toezichthouder zijn met de afvinklijstjes, we mogen ook stimuleren. Dat laatste kan zowel met stevig toezicht, als met richtinggevende suggesties.”

Onderzoek op maat

Dat ligt Bergsma wel: open een startgesprek ingaan, horen wat er speelt, wat de bestuurder doet. “En daarna gaan wij nadenken op welke wijze we onderzoek zullen doen. Zodat we optimaal recht doen aan de eigenheid en kenmerken van het bestuur. Dat is toch echt anders dan voorheen.”

Liefst wordt Bergsma nog eerder betrokken. Wordt hij door een bestuurder gebeld als die zelf twijfels of vragen heeft. Dingen bespreken zonder dat er een formeel toezichtmoment is.

Allemaal duimpjes omhoog

De vraag is natuurlijk of elke bestuurder dat durft. Of dat wil: met de billen bloot gaan. “Dat heeft alles met toezicht en met de menselijke relatie te maken”, weet Bergsma. “Er zijn bestuurders die zo min mogelijk met ons te maken hebben vanuit de gedachte: soevereiniteit in eigen kring. Zo sta ik er niet in, maar ik kan me er iets bij voorstellen. Van sommigen krijg je, gechargeerd gezegd, de Facebook-achtige presentatie: allemaal duimpjes omhoog.” Die blijft Bergsma liever bespaard. “Soms hoor ik achteraf: ‘Je weet niet half wat er allemaal gedaan wordt om jullie bezoek soepel te laten verlopen. Gedoe en gezweet en gemopper op de inspectie.’ Helemaal niet nodig. Ik wil geen paperassen die gemaakt zijn voor mij. Maar ik snap de aanvechting daartoe wel.”

Paradox van het toezicht

Dat noemt Bergsma de ‘paradox van het toezicht’. “Besturen willen goed voor de dag komen. Het is natuurlijk goed dat ze er bij scholen op aandringen dat het onderwijs tenminste inspectieproof is. Maar dat kan leiden tot een verschraling van onderwijs. De manier waarop toezicht, waarop het kader is ingericht, is voor een belangrijk deel gebaseerd op deugdelijkheidseisen, op wat er in de wet staat. Het stelt minimumeisen. Als scholen de wet of het onderzoekskader als handleiding voor schoolontwikkeling gaan hanteren, dan gaan scholen op elkaar lijken. Dat mogelijk conserverende effect van toezicht vind ik niet gunstig. Bestuurders moeten bedenken: Wat willen wij nou met ons onderwijs? Hoe willen we besturen? Wat willen wij binnen de randvoorwaarden realiseren? Die vrijheid wordt betrekkelijk weinig genomen. Er kan meer dan men denkt.”

Zoeken naar een tussentaal

Neem zijn bezoek aan Christelijke Scholengemeenschap Jan Arentsz in Alkmaar. Daar vertelde bestuurder Dick Bruinzeel dat hij met zijn team werkt aan een gezamenlijke trektocht, geen georganiseerde reis. “De kwaliteit is op orde, de resultaten ook. Maar het doel van de trektocht wordt achteraf bepaald”, hoorde Bergsma. “Dick Bruinzeel gelooft niet in geprotocolleerde veranderingsprocessen. En tussen haakjes: ik eigenlijk ook niet.

“Ik ga heel open zo’n startgesprek in. Want meten is weten, daar geloof ik niet in. Meten is alleen maar meten en vervolgens is er een verhaal of verklaring voor wat je gemeten hebt. Of er gebeurt iets goeds, maar ik kan het niet meten. Dan is het belangrijk dat we zien, proeven, ervaren, meemaken wat er gebeurt.” Bergsma heeft het over de ‘tussentaal’ waar hij samen met het bestuur naar zoekt. De taal tussen de intenties en bedoelingen van het bestuur en die van het onderzoekskader.

Bij Scholengemeenschap Jan Arentsz lukte dat. Bergsma: “Mijn collega en ik hadden zin in dat onderzoek: kijken hoever we kunnen meegaan met Dick. Werkt zijn aansturing en krijgt hij de mensen mee?”

Wederkerigheid

Voor het zoeken naar de ‘tussentaal’ is wederkerigheid nodig. “Zorg er als bestuur voor dat je de inspectie meeneemt. Want sommige dingen vallen niet vanzelf zo op, daar moet je goed voor kijken. Als iemand dan zegt: ‘Zet die bril eens op, en kijk eens daar, dan zie je het’, dat helpt. Het is soms lastig om als inspecteur over begrenzing van je toezichtkader heen te kijken.”

Volgende week het verhaal van Dick Bruinzeel. “Zo’n bezoek is een kans om te laten zien wat we doen. Maar er is ook altijd de basale angst dat je ontmaskerd wordt.”

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs