U bent hier

De ervaringen van een pabodirecteur: ´Haagse bemoeienissen leiden niet tot kwaliteitsverbetering´

Dat Den Haag zó sterk zou voorschrijven wat er op zijn pabo moet gebeuren, dat had Emile van Velsen niet verwacht. “Ik ben ervan geschrokken, maar zie tegelijkertijd ook het wenkende alternatief voor beheersmatig denken: vertrouwen en kleinschalig organiseren.” Sinds een halfjaar is hij directeur Pabo van de CHE. Dit zijn zijn eerste ervaringen.

Meebewegen
De Pabo van de CHE behaalt al lange tijd goede resultaten. Dus wat dacht Van Velsen toen hij begon: vooral niet teveel veranderen? “Nou, een goede opleiding goed houden, is een kunst op zich”, weet de academiedirecteur. En dan is stilzitten geen optie. “Het basisonderwijs verandert zo snel en wij moeten meebewegen. We zijn constant in overleg met onze partnerscholen om de leraren af te leveren die zij nodig hebben.”

Bepaalt de politiek wat en hoe?
Het veld heeft het moeilijk, ziet Van Velsen. “Bijna overal wordt gereorganiseerd. Scholen hebben weinig geld en oudere werknemers werken langer door. Scholen zijn allang blij als het onderwijs goed doorgaat.”

Maar van ‘gewoon doorgaan’ is geen sprake. Dankzij Den Haag. Van Velsen ergert zich aan de incidentenpolitiek: “Is pesten in het nieuws, dan moeten scholen hun pestprotocol herzien. Groeit de aandacht voor techniek, dan moeten scholen daar meer tijd in steken… De actualiteit bepaalt wat belangrijk is op de scholen. En die nieuwe doelen zakken automatisch af naar de pabo’s.”

Die pabo’s lijken door de Rijksoverheid als een soort proefmodel voor het HBO te worden gebruikt. “De politiek kijkt bij ons hoe ver ze kan gaan met op te leggen wat wij moeten doen. Ik ben verbaasd over de manier waarop Den Haag voortschrijdend voorschrijft wat er op de pabo’s moet gebeuren. En meer: hóe het moet gebeuren.”

Alles hetzelfde is kiezen voor middelmatigheid
De verbazing is ook zo groot omdat de Haagse bemoeienissen volgens Van Velsen wel inhoudelijke gevolgen hebben, maar zeker niet tot kwaliteitsverbetering leiden. Integendeel. “Dat er op de pabo’s eisen worden gesteld aan het niveau van taal en rekenen is terecht. Maar als het aan de politiek ligt krijgen alle pabo’s hetzelfde curriculum omdat niet alle pabo’s een goede opleiding aanboden. Van natuurkunde tot godsdienst aan toe. Alles moet hetzelfde, terwijl onderwijs meer dan genoeg heeft aan globale kaders waarbinnen pabo’s samen met partnerscholen bepalen wat een gewenst opleidings- en onderwijsprofiel is. Momenteel wordt er zelfs een discussie gevoerd over voortgangstoetsen op de pabo.’’

“Die beheersdrang leidt niet tot meer kwaliteit, maar tot opleiden voor cijfermatige kwaliteit. Het Finse alternatief bevat wat mij betreft veel meer positieve elementen: alleen de allerbeste studenten worden toegelaten tot de opleiding. En daarna vertrouwt de politiek in deze vakmensen die toekomstige generaties mogen scholen.’’

“Ik zie dat als we in Nederland zo doorgaan, we stap voor stap richting staatsonderwijs gaan waardoor we allemaal middelmatig zullen worden. Terwijl het alternatief duidelijk is: vertrouwen, waardoor er ruimte is voor kwaliteit. Als je buurman een financieel probleem heeft wordt de hele straat toch ook niet onder curatele gesteld?’’

Het goud van de samenleving
Hoe bescherm je dan de eigenheid en kwaliteit van je opleiding? “Door met een zekere laconiekheid om te gaan met alle regeltjes. En intussen scherp voor ogen te hebben wat je zelf belangrijk vindt. Het verschil wordt uiteindelijk toch gemaakt door de docenten. Die zijn echt het goud van de samenleving. De aspirant leraren die wij mogen opleiden vormen vervolgens 40 jaar lang ieder jaar 25 kinderen. Wie heeft er meer impact in de samenleving?”

In dit verhaal gaat het dan alleen om de kwaliteit. “Identiteit speelt bij reken- en taaltoetsen niet zo’n rol, maar bij vakken die ook betrekking hebben op een maatschappij- of levensvisie uiteraard wel. Onze identiteit klinkt door in alles wat we doen omdat we geloven dat dit essentieel is voor een veilige en sociale samenleving.”

Hoop
Van Velsen heeft overigens wel hoop voor de toekomst. Hij gelooft in de professionaliteit van instellingen zoals die van hemzelf. En ook in die van de werkvloer. Er komt een moment dat daar gezegd wordt: zo gaat het niet meer. Mag ik al die tijd en geld die we nu kwijt zijn aan vergaderen en bureaucratie weer besteden aan het onderwijs? “Ik vertrouw op de passie van leerkrachten.”

En als hij over de politiek praat, is dat niet alleen met onbegrip en verbijstering. Er klinkt ook een soort begrip voor de politici door: “Ik zie ook hun onmacht hoor: de politiek weet gewoon niet hoe het anders kan terwijl men wel wil dat Nederland mee kan gaan in de mondiale kenniseconomie. Ze moet gewezen worden op de weg van het beheersdenken vandaan en vertrouwen op de mensen die in het onderwijs staan. Ik hoop op een verandering in Den Haag omdat al die medewerkers in de publieke sector en ouders ook stemmers zijn.”

WO | HBO | PO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs