U bent hier

Curriculumherziening: minister Slob neemt de tijd

Onderwijsminister Arie slob neemt de tijd om de opbrengsten van de ontwikkelteams voor de curriculumherziening met het veld te bespreken. Daarmee wil hij de bekendheid en betrokkenheid van het veld met het proces van curriculumherziening vergroten. Opmerkelijk is dat de SER en OESO worden gevraagd op de opbrengsten te reageren.

Brede consultatieronde, ook langs OESO en SER

Slob beschrijft in een brief aan de Tweede Kamer de voortgang van de curriculumherziening en reageert op een advies van de Onderwijsraad hierover.

De opbrengsten van de ontwikkelteams worden begin 2019 verwacht. Daarna wordt er echter ruimschoots de tijd genomen om deze opbrengsten met het veld te bespreken. In een brede consultatieronde kunnen alle belanghebbenden hun mening geven over de opbrengsten van de 9 leergebieden. Dit om de bekendheid en betrokkenheid te vergroten. In deze periode kan er ook nog meer samenhang en consistentie worden aangebracht tussen de opbrengsten van de ontwikkelteams.

Daarnaast wordt aan de SER en de OESO gevraagd om te reflecteren op de opbrengsten. Hoewel dit niet de bedoeling zal zijn, lijken deze opbrengsten daarmee in eerste instantie in dienst te staan van  het economisch belang.

Het definitieve advies van Curriculum.nu wordt vlak na de zomer 2019 opgeleverd.

Onderwijsraad adviseert permanente curriculumcommissie

Medio december publiceerde de Onderwijsraad een briefadvies over de curriculumvernieuwing. Volgens de raad moet er een onafhankelijke, permanente commissie komen die curriculumontwikkeling kan monitoren. Ook moet deze commissie adviseren over herijking van de kerndoelen en de eindtermen in het primair en voortgezet onderwijs. Die commissie moet er bovendien snel komen, voordat er vervolgstappen in het huidige proces van curriculumherziening worden gezet.

Het advies kwam tot stond op verzoek van minister Slob en geeft antwoord op de vraag: Hoe kan curriculumvernieuwing zo worden georganiseerd dat het een duurzame bijdrage levert aan onderwijskwaliteit?

Processen lopen door elkaar

Volgens de Onderwijsraad omvat curriculumvernieuwing drie verschillende processen:

  1. het herijken van kerndoelen en eindtermen
  2. curriculumontwikkeling
  3. onderwijsontwikkeling

Deze drie processen lopen bij de huidige curriculumherziening te veel door elkaar heen. Curriculum.nu, zo schrijft de raad, is zowel bezig met het toewerken naar kerndoelen en eindtermen (het aanleveren van bouwstenen voor de actualisatie van kerndoelen en eindtermen) als met curriculumontwikkeling (het gezamenlijk nadenken over doelen en inhouden) en met onderwijsontwikkeling (het uitwerken van de bouwstenen in concrete lesvoorbeelden).

Scherpte en richting ontbreken bij curriculumherziening

Daardoor heeft de huidige curriculumherziening volgens de Onderwijsraad te weinig scherpte en richting om tot een herijking van de kerndoelen en eindtermen te komen, om curriculumontwikkeling te bewerkstelligen en om onderwijsontwikkeling binnen scholen te stimuleren.

De raad denkt dan ook dat met de bouwstenen alleen de kerndoelen en eindtermen niet geactualiseerd kunnen worden. Daarvoor moet je namelijk ook rekening houden met de spanning tussen overheidssturing en de autonomie van scholen. Om dit te bereiken is een andersoortig proces nodig waarbij het volgens de raad gewenst is dat er een permanente commissie komt die hierbij betrokken is. De commissie zou zich bezig moeten houden met de bovengenoemde processen 1 en 2, maar nadrukkelijk niet met 3. De politiek past in dit proces terughoudendheid vanwege de vrijheid die scholen hebben om het onderwijs aan te bieden op de door hen gewenste manier.

Slob wil nu nog geen curriculumcommissie

Slob ziet wel een ‘mogelijke meerwaarde’ in een curriculumcommissie, maar volgt het advies van de Onderwijsraad niet om die nu al in te stellen. De drie processen die de Onderwijsraad beschrijft, worden ook bij de huidige curriculumvernieuwing onderscheiden. Maar er is bewust voor gekozen om die niet van elkaar te scheiden vanuit de visie dat de ontwikkeling van landelijke onderwijsdoelen, meer dan in het verleden, wordt gevoed door de dagelijkse praktijk in de scholen.

Letten op de autonomie van scholen

In de verdere uitwerking van de opbrengsten tot concrete doelen wordt rekening gehouden met een groot aantal wensen van de Tweede Kamer. Een van die wensen is neergelegd in moties van de Kamerleden Bruins (CU) en Becker (VVD). Zij pleiten voor een helderder formulering van de onderwijsdoelen, zodat duidelijker is wat van leerlingen en leraren wordt verwacht. De minister schrijft dat, conform het advies van de Onderwijsraad, daarbij een goede balans wordt gezocht tussen sturing vanuit de overheid en de autonomie van scholen.

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs