U bent hier

Curriculumherziening gaat door in afgeslankte vorm

In een razend tempo besliste de Tweede Kamer donderdagmiddag over de voortgang van de curriculumherziening in het po en vo. Door aanname van een motie van CDA, D66, GL en VVD (de nieuwe coalitie?) is besloten om voor een beperkt aantal vakken en leergebieden door te gaan met het proces van curriculumherziening.

Voortvarend

De Tweede Kamer rondde dondermiddag 20 april het debat over de curriculumherziening af met het indienen van een groot aantal moties waarover ook direct werd gestemd. Daardoor is al voor het meireces van de Kamer duidelijk geworden hoe het verder gaat met de vernieuwing van het curriculum.

Eerder die middag besprak de commissie OCW in een Algemeen Overleg de voorstellen van staatssecretaris Dekker. Voordat de Tweede Kamer daarover sprak, lieten de Kamerleden zich eerst breed voorlichten door mensen uit wetenschap en onderwijspraktijk. Twee dagen hoorzitting in 7 blokken met in totaal 41 deskundigen. Dat leverde een divers beeld op.

Direct na afloop van het Algemeen Overleg volgde er een vervolg (VAO) in de plenaire zaal waarbij er gelegenheid was tot het indienen van moties. Dit was heel opmerkelijk. Meestal zit er een week tussen een AO en een VAO. Nog opmerkelijker was dat er meteen na het VAO ook al over de moties werd gestemd.  Een ongebruikelijke, maar wel voortvarende aanpak in politiek Den Haag.

Moties 

In totaal werden er 11 moties ingediend waarvan er maar liefst 9 werden aangenomen. Alleen een motie van het nieuwe SP-Kamerlid Peter Kwint om te stoppen met de huidige aanpak en overnieuw te beginnen haalde het niet. Een motie van het nieuwe GL-Kamerlid Lisa Westerveld  over meer aandacht voor duurzaamheid bij de curriculumherziening werd na een toezegging van de staatssecretaris aangehouden. Dekker was opmerkelijk mild in zijn reacties op de moties en liet in veel situaties het oordeel over aan de Kamer.

Opmerkelijke combinaties

In deze periode van kabinetsformatie ontstaan er combinaties van opmerkelijke samenstelling. Zo dienden Michel Rog (CDA) en Peter Kwint een motie in om bij de uitrol van de ontwikkelteams voor het voortgezet onderwijs, de inhoudelijke vakverenigingen en het vervolgonderwijs een eerstverantwoordelijke positie te geven.

De leden Eppo Bruins (CU), Roelof Bisschop (SGP), Michel Rog en Harm Beertema (PVV) dienden twee moties in. De eerste is erop gericht om in de curriculumherziening expliciet na te streven dat toekomstige kerndoelen helder maken wat leerlingen moeten kennen en kunnen, en zich daar strikt toe te beperken. Daarmee krijgen scholen meer houvast in welke kennis en vaardigheden de leerlingen moeten hebben.

Hun tweede motie bouwt voort op de eerste en roept de regering op om ook in de nadere uitwerking van die kerndoelen in leerlijnen te voorkómen dat leerstijlen, pedagogische visies of leermethoden worden voorgeschreven, in het bijzonder in het rekenonderwijs (daarbij verwijzend naar het rapport van de commissie Dijsselbloem). 

Ook PVV, CU, SGP, CDA en FvD dienden samen een motie in met het verzoek te voorkomen dat de kerntaak van het onderwijs om de uitgangspunten van correct Nederlands aan te leren verwatert en te voorkomen dat de eisen die door de taalgeschiedenis heen werden gehanteerd, worden gerelativeerd.

De nieuwe coalitie beperkt de omvang

De onderwijswoordvoerders van CDA, D66, GL en VVD vroegen om de curriculumherziening te beperken tot de in de motie genoemde vakken en leergebieden. Het gaat om een herziening van Nederlands, rekenen en wiskunde, Engels, burgerschap, digitale geletterdheid en techniek. Zij vroegen de regering samen met het onderwijsveld een proces in gang te zetten dat leidt tot concrete bouwstenen voor kerndoelen, eindtermen en referentieniveaus waarover eind 2018 politieke besluitvorming kan plaatsvinden. Als het gaat om de overige vakken (en/of leergebieden) moet de regering uitsluitend op verzoek van het onderwijsveld samen met de vakverenigingen te verkennen of kerndoelen, eindtermen en referentieniveaus aanpassing behoeven en ook daarover moet dan politieke besluitvorming plaatsvinden.

Geen ontwikkelteams voor persoonsvorming

Michel Rog, Eppo Bruins en Roelof Bisschop maakten via een motie succesvol bezwaar tegen het plan bij een eventuele curriculumherziening ook ontwikkelteams wil inrichten met betrekking tot persoonsvorming en vakoverstijgende vaardigheden. Volgens hen sterk raakt dat te veel aan de vrijheid van inrichting van scholen en daarmee aan de pedagogische en didactische keuzes die bepaald worden op bestuurs- en schoolniveau.

Grenzen aan curriculumherziening

De curriculumherziening gaat door, maar in afgeslankte vorm. De Kamer heeft zich op basis van de hoorzitting goed laten informeren over nut en noodzaak van een curriculumherziening. Die is soms gewenst en zelfs noodzakelijk, maar lang niet in alle gevallen. Ook heeft de Kamer nog eens duidelijk gewezen op de grenzen die hier aan gesteld moeten worden. Pedagogisch-didactische keuzes, leerstijlen en leermethoden blijven aan de scholen. En als het gaat om persoonsvorming, is dat een taak voor de school zelf. Voor Verus is dat duidelijk winst ten opzichte van de oude voorstellen. 

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs