U bent hier

Christelijke scholen in Nederland, neem de vrijheid niet ‘for granted’. Kijk ook eens naar het buitenland

“Don’t take it for granted, om maar even in goed Engels te zeggen, een oproep aan Nederlandse scholen om met andere ogen naar de vrijheid van onderwijs kijken.” Sinds dit weekend is Piet Jansen voorzitter van het Internationaal Verband: een organisatie die de ‘verussen van Europa’ verenigt. “Naar mijn stellige overtuiging moeten we ons voortdurend de vraag stellen wat christelijk onderwijs is, juist nu. Door ook over de grenzen te kijken kunnen we van anderen leren en daar inspiratie uit putten.”

Het Internationaal Verband (IV) ontstond na de Tweede Wereldoorlog omdat Nederlandse en Duitse christelijke scholen een stap naar verzoening wilden zetten. Intussen zijn 22 onderwijsorganisaties en vakbonden uit 12 landen aangesloten. De leden ontmoeten elkaar op de jaarvergadering, zoals afgelopen weekend in Tallinn (Estland). Daar hield onder meer dr. Jacomijn van der Kooij namens Verus een keynote over Burgerschapsvorming en solidariteit in het Nederlands onderwijs. En Jansen (bestuurder van SCOPE Scholengroep) werd er tot voorzitter gekozen.

Scherpte en begrip

“Zo’n vergadering is een ontmoetingsplaats”, schetst Jansen. “Het biedt inspiratie, we zoeken de scherpte en ook wederzijds begrip. Samen zoeken we naar antwoorden op de vraag waar het ons als christelijk onderwijs nu ten diepste om gaat.” Daarvoor worden ook schoolleiders uit de verschillende landen uitgenodigd, bijvoorbeeld om deel te nemen aan de studiereis naar Berlijn die het IV komend jaar september organiseert.

Waarom zitten de christelijke scholen vol?

Wat heeft het Nederlandse onderwijs eraan vertegenwoordigd te zijn in IV? “Veel, maar ik zou die vraag ook om willen draaien”, antwoord Jansen. “Wat kan ik voor anderen betekenen? Hoe kan ik anderen van dienst zijn? Want dat is ten diepste toch één van de opdrachten die wij in het leven hebben. Wij organiseren het goed in Nederland, maar dat betekent niet dat het niet heel anders zou kunnen. Waar kerken leeglopen zitten, wellicht tot onze verbazing, de christelijke scholen vol. Hoe kan dat? Wat is onze rol? Die vraag moeten wij onszelf stellen.”

Leer van het buitenland

En om een antwoord te vinden is het óók goed om over de grenzen te kijken. “Neem Oost-Europa, waar christelijk onderwijs helemaal niet zo vanzelfsprekend is”, vertelt Jansen. “Wat ik heel mooi vind is dat de betrokkenheid van ouders en de omgeving van de school zeer groot is. Er is een enorme gemeenschapszin. Ik maak me in Nederland zorgen over de manier waarop er soms naar scholen wordt gekeken als educational serviceproviders. Als er naast kennis ook nog wat normen en waarden worden overgedragen, nou ja, dan wordt een kind daar niet slechter van, zo lijkt men soms te denken. Hoe kan ik nou die betrokkenheid vergroten, inspiratie voeden en zelf ook geïnspireerd blijven?”

Niet prediken maar doen

Jansen geeft zelf het antwoord: “We bezochten in Tallinn een school in een economisch zeer zwakke wijk. Veel kinderen komen pas vanaf 6 jaar naar school en spreken dan nog geen woord Estisch, alleen Russisch. De school benadrukt bij elk kind: goed dat je er bent, je bent van waarde. Omdat ze ervan overtuigd is dat het christelijk geloof niet moet worden gepredikt, maar gedaan.”

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs