U bent hier

Burgerschapsvorming: wat is het en wie gaat erover?

‘Tobben met het thema burgerschap’ kopte Trouw afgelopen dinsdag. In het artikel vertelt een docent van het Erfgooiers College in Huizen hoe op zijn school burgerschapsvorming vorm krijgt. Onder meer door aandacht te besteden aan wereldburgerschap met behulp van Unesco. Maar, zo stelt dit artikel ook, veel scholen in Nederland worstelen met burgerschapsvorming.

Er zijn zorgen dat Nederlandse leerlingen minder goed presteren op dit gebied dan hun leeftijdsgenoten in andere landen, zorgen dat docenten moeilijke thema’s in de klas niet bespreekbaar maken en zorgen om participatie en integratie. Daarom werd besloten de wettelijke kaders van burgerschapsvorming aan te scherpen. In juni 2018 reageerden we op de internetconsultatie van het wetsvoorstel, omdat burgerschapsvorming hoog op onze agenda staat.

Advies Onderwijsraad

Onlangs reageerde de Onderwijsraad zeer kritisch op het wetsvoorstel. Deze raad vindt dat de regering de scholen te weinig richting geeft en presenteert een alternatieve wettekst, waarin is gekozen voor het begrip ‘democratisch burgerschap’. Lees hier de samenvatting van het advies. We zien dat op veel scholen burgerschapsvorming over veel meer dan alleen democratisch burgerschap gaat. Burgerschap, identiteit en pedagogiek zijn met elkaar verweven, al dan niet expliciet.

Burgerschapsvorming in de praktijk

Scholen vinden het aan de ene kant ingewikkeld om een uitgebalanceerde visie op burgerschapsvorming te formuleren. Aan de andere kant vertellen ze gepassioneerde verhalen om te vertellen waarom mensen in het onderwijs werken, wat ze hopen voor hun leerlingen en aan wat voor samenleving ze een bijdrage willen leveren. 

Verhalen over leerlingen tot bloei laten komen, hun plek in de samenleving laten vinden of hun talenten laten ontdekken en over omzien naar de leerlingen die het moeilijk hebben. Verhalen over een diepgevoelde verantwoordelijkheid om leerlingen zo te vormen dat ze er voor anderen willen zijn en met anderen van betekenis willen zijn voor de samenleving. 

Kortom: allemaal vormende en pedagogische doelen die uitgaan van een bepaald mensbeeld. En zo wordt de vraag naar de visie op burgerschap ook verbonden aan identiteit, want scholen brengen het antwoord op deze vragen bijna altijd in verband met hun katholieke op protestants-christelijke karakter. Soms impliciet, “Het zit ons in het DNA” of ‘Je voelt het aan alles’, soms door expliciet te verwijzen naar het christelijk geloof, de Bijbel. Het uit zich bijvoorbeeld in naastenliefde, gemeenschapsvorming en rentmeesterschap.

Onderwijsvrijheid

Burgerschapsvorming geeft dus bij uitstek vorm aan de identiteit van de school en is verbonden met de levensbeschouwelijke vorming van leerlingen. Het is aan de scholen om deze inrichting van het onderwijs zelf te bepalen. Daarbij mag de overheid natuurlijk zeker enige richting geven als het gaat om algemeen aanvaarde waarden van de Nederlandse samenleving. Maar het is juist de kern van ons onderwijsbestel dat scholen de vrijheid hebben om dat vooral ook zelf in te richten in goede samenspraak met dat deel van de samenleving waarin ze verankerd zijn.

Zelfbewuster

Uit onze ervaring blijkt dat hiertoe wel meer bewustwording nodig is bij scholen over bijvoorbeeld de vraag naar visie en planmatige aanpak van burgerschapsvorming.  Daarom werken we momenteel samen met onze wetenschappelijk adviseur Gert Biesta aan verdiepende visievorming en brengen we scholen bij elkaar om hen bij te staan om zelfbewuster een eigen visie op burgerschapsvorming te ontwikkelen en deze in de school handen en voeten te geven.

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs