U bent hier

‘Bestuur moet eerste stap zetten voor professionele ruimte leraren’

Wie zet de eerste stap voor meer professionele ruimte voor leraren? De besturen, zegt lector Professionele Onderwijsorganisaties Albert Weishaupt. “Ruimte creëren begint aan de top”. Hij reageert op het Onderwijsraad adviesrapport Een ander perspectief op professionele ruimte in het onderwijs. En heeft een positieve indruk.

Aanleiding voor het adviesrapport van de Onderwijsraad is de roep om meer professionele ruimte voor leraren door, tsja, door wie eigenlijk niet? De politiek, vakbonden, sectorraden, besturen en niet te vergeten leraren zelf willen meer van die ruimte. De Onderwijsraad doet daarvoor twee aanbevelingen:

  1. Verdere versterking van kennis en kunde leraar vanuit de kracht van het team. Betere samenwerking en peer review in de school en een actieve houding van leraren en teams.
  2. Professional governance als uitgangspunt voor structuren en cultuur. ‘Professional governance’ zet de leraar en zijn team centraal. En een cultuur waarin vertrouwen, respect en een lerende houding centraal staan.

Individuele competenties zijn geen oplossing

Weishaupt houdt zich met zijn lectoraat op Stenden Hogeschool met hetzelfde vraagstuk bezig: Hoe krijgt de leraar de leiding in het onderwijsproces? Hij is het helemaal met de raad eens dat de aandacht daarvoor er nog onvoldoende is. “De aandacht gaat vooral uit naar de individuele competenties van leraren. En dat is niet de oplossing.”

Geen professionalisering maar handelingsvermogen 

Maar wat is dan wel de oplossing? De lector gelooft wel in het ‘handelingsvermogen’, dat de Onderwijsraad introduceert:  

Handelingsvermogen ontstaat als mensen hun werk zelf mede vorm kunnen geven doordat drie dimensies op elkaar zijn afgestemd: competenties, structuur en cultuur. Handelingsvermogen gaat dus niet alleen over wat leraren zelf moeten meebrengen en doen (competenties), maar ook over de condities waaronder ze werken (structuur en cultuur). (uit: Een ander perspectief op professionele ruimte in het onderwijs).

“Waarom loopt de professionele ontwikkeling niet binnen een school?”, vraagt Weishaupt, zelf directeur/bestuurder bij het Roelof van Echten College in Hoogeveen, zich hardop af. “Omdat die veel verder gaat dan de individuele competenties van een docent.”

Pas je governance aan

Ook de tweede aanbeveling staat Weishaupt aan. “Ga in de governance eerst uit van wat noodzakelijk is in het onderwijs.” De governancestructuur moet dienstbaar zijn aan het onderwijs.  

Wie gaat het doen?

Nu ligt er een advies dat politiek, besturen en leraren aanspreekt. En een roep van leraren om tijd en ruimte. Dan is de vraag natuurlijk: wie moet de eerste stap zetten? “Het begint aan de top”, zegt Weishaupt beslist. “Die moeten eerst bewegen. Maar daarna moet de hele club in beweging komen. Twee promovendi vanuit het lectoraat verrichten onderzoek naar het vinden van een antwoord op de vraag op welke wijze we dat moeten gaan doen.”

Ter illustratie neemt hij zijn eigen Roelof van Echten College, dat clusters van docenten per vakgebied vormt en hen zo een hoge mate van autoriteit geeft, met daarnaast een afdeling die zich bekommert om het regelen van het onderwijs. Onderwijs en professionele ontwikkeling worden zo organisatorisch van elkaar losgekoppeld. “Want anders is het altijd het onderwijs dat vandaag en morgen verzorgd moet worden, dat de professionele ontwikkeling in het gedrang brengt.” 

De eerste stap is dus door de bestuurder gezet. “En ik zeg niet dat het hier rozengeur en maneschijn is, we komen allerlei problemen tegen, maar dit is de sleutel om tot verandering te komen.”

PO | VO | MBO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs