U bent hier

Begroting 2022: hier moet je in het primair onderwijs alert op zijn

Per 1 januari 2023 wordt de vereenvoudigde bekostiging in het primair onderwijs ingevoerd. Zoals bij elke stelselwijziging gaan sommige besturen er op vooruit. Andere besturen gaan er iets op achteruit. Voor de meeste organisaties zijn de effecten van dien aard dat ze na een korte overgangsperiode inpasbaar zijn in de jaarexploitatie. Maar er zijn wel een paar zaken waar je rekening mee moet houden.

In 2022 eenmalig een grote impact op uw jaarbegroting

De stelselwijziging heeft echter wél grote financiële gevolgen voor uw jaarbegroting 2022: Tot en met het kalenderjaar 2022 volgt het ministerie het gebruikelijke betaalritme: Dit houdt in dat over de maanden augustus tot en met december niet het gehele (evenredige) bedrag wordt uitbetaald waarop een bestuur over die periode volgens beschikking recht heeft. Het verschil tussen waarop een schoolbestuur volgens beschikking recht heeft en de daadwerkelijke uitbetaling (ruim 7 %) wordt sinds de invoering van de lumpsum in 2006 als vordering op de balans opgenomen en in de maanden januari tot en met juli uitbetaald. Het ministerie acht het niet wenselijk dat deze vordering in het nieuwe stelsel (bekostiging op kalenderjaarbasis in plaats van op schooljaarbasis) blijft bestaan.

Daarom is bedacht dat er voor de laatste 5 maanden van 2022 een aparte  beschikkingen komt ter hoogte van het gebruikelijke uitbetalingsbedrag. Er wordt dus geen vordering opgebouwd en deze wordt in de eerste zeven maanden van 2023 ook niet uitbetaald. Want voor die maanden en de eerste vijf maanden van het schooljaar 2023-2024 geldt een nieuwe jaarbeschikking met het nieuwe betaalritme van 12 gelijke maandelijkse delen. Je hebt in het schooljaar 2022 – 2023 dus minder te besteden dan u wellicht verwacht. Voor een middelgroot schoolbestuur van pakweg 2.500 leerlingen betekent dit voor de exploitatie 2022 een eenmalige verlaging van de Rijksbijdragen van circa € 700.000,-. Voor een eenpitter toch ook al snel een bedrag van € 50.000,- tot € 100.000,-. Dit is iets om rekening mee te houden.

Impact

In de berichtgeving rond dit thema wordt het afboeken van de vordering vooral belicht als een administratieve handeling. In de brief van het ministerie van OCW van 4 oktober 2021 aan de schoolbesturen valt voor de geïnteresseerde lezer wel degelijk te lezen (3e blok pagina 1) dat dit jouw exploitatie 2022 hard zal raken.

Zie de uitsnede hieronder:

Het gaat hierbij om meer dan slechts een administratieve handeling; het gaat om reële euro's. Voor de hele sector gaat het om circa 480 miljoen euro wat het gekost zou hebben om dit voor het primair onderwijs af te financieren. OCW gaf echter begin 2021 aan niet te willen kiezen voor de optie affinancieren.

Betaalritme en liquiditeitsplanning

Door het gewijzigde betaalritme verandert de liquiditeitspositie van besturen door het jaar heen. Waar in de huidige bekostigingssystematiek besturen de eerste maanden van een kalenderjaar in aansluiting op hun betaalverplichtingen relatief meer geld overgemaakt krijgen, is dat in de nieuwe systematiek niet meer het geval. Dat betekent dat besturen hier in hun liquiditeitsplanning rekening mee moeten houden.

De adviseurs bedrijfsvoering van Verus zijn graag bereid om over bovenstaande zaken, of andere thema’s op het gebied van bedrijfsvoering en financieel beleid met jou te sparren. Heb je daar behoefte aan? Neem dan contact op met Genno Wolthers.

PO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs