U bent hier

Bedrijfsleven mag meebepalen waar wetenschap zich op richt

Op 11 februari sprak de Tweede Kamercommissie voor Onderwijs met minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker over het Wetenschapsbeleid. In dat debat ging het onder meer over de (on)wenselijkheid van invloed van het bedrijfsleven op de wetenschap, de vele tijdelijke arbeidscontracten in de wetenschap en de reorganisatie van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Naar aanleiding van het debat dienden verschillende parlementariërs in totaal elf moties in. Afgelopen dinsdag werd er over de moties gestemd.

Bedrijfsleven in Nationale Onderwijsagenda

Alle vijf moties van Jasper van Dijk (SP) werden verworpen. Hij had zijn kritiek op de toenemende invloed van het bedrijfsleven op de wetenschap vertaald in een oproep aan de regering om vertegenwoordigers van het bedrijfsleven te weren uit de Nationale Wetenschapsagenda

In de Nationale Wetenschapsagenda, die op verzoek van OCW het initiatief is van de 'kenniscoalitie' (waarin o.a. VNO-NCW en MKB-Nederland zitten), moeten de thema's komen waar de wetenschap zich de komende jaren op gaat richten. Minister Bussemaker ontraadde de motie omdat de kenniscoalitie volgens haar van onderop is ontstaan en zeker niet alleen bevolkt wordt door het bedrijfsleven. 

De Kamer was kennelijk overtuigd, want naast de SP steunden alleen GroenLinks, de Partij voor de Dieren en 50Plus de motie. 

Tijdelijke aanstellingen

Eenzelfde lot was de andere moties van Van Dijk beschoren. Deze gingen onder meer over een gewenst plan van aanpak met het oog op een forse vermindering van het aantal tijdelijke aanstellingen aan universiteiten en het inzetten op een flinke korting van de uitgaven aan marketing en pr van de universiteiten. Alleen deze laatste motie kreeg noemenswaardige steun (o.a. van CDA en PVV), maar dat was niet voldoende om hem aangenomen te krijgen.

De andere zes moties verging het beter. Een ervan van Paul van Meenen (D66) en Mei Li Vos (PvdA) werd aangehouden. Deze vroeg om eerder toegezegd geld voor SURF (de ICT-organisatie van het hoger onderwijs) alsnog beschikbaar te stellen. 

Aangenomen werden onder meer de moties die de regering verzoeken

  • een krachtig signaal af te geven aan de universiteiten over de wenselijkheid van stabiele carrièrepaden en te kijken naar mogelijkheden voor het maken van afspraken over het herstellen van de balans tussen het aantal vaste en flexibele contracten (Vos)
  • bij de NWO het primaire mandaat bij de inhoudelijke afweging en beoordeling van onderzoeksvoorstellen bij wetenschappers te houden (Van Meenen)
  • bij de verdere uitwerking van de Wetenschapsvisie te kijken naar de mogelijkheden om de acquisitiedruk voor wetenschappers te verminderen of efficiënter in te richten (Van Meenen).

De laatste motie vond staatssecretaris Dekker overigens overbodig, omdat het verminderen van de acquisitiedruk volgens hem al ruim aan bod komt in de Wetenschapsvisie.

Emancipatie 

Dinsdag werd ook gestemd over de moties die Kamerleden hadden ingediend naar aanleiding van het debat over Emancipatie. In dat debat ging het onder meer over de mensenrechtenambassadeurs die in orthodox religieuze kringen het gesprek over lhbt-ers (lesbische, homo-, bi- en transseksuele personen) moeten gaan bevorderen en over Gay-Straight Alliances (GSA’s) die onder andere op veel scholen actief zijn. GSA’s zijn groepen lhbt- en niet-lhbt-leerlingen die seksuele diversiteit op hun school aan de orde stellen en het schoolklimaat veiliger willen maken. 

Subsidie voor GSA’s

Zowel Vera Bergkamp (D66), Keklik Yücel (PvdA), als Tamara van Ark (VVD) dienden een motie in waarin ze ieder in eigen bewoordingen vroegen om het continueren van de subsidie voor het COC ten behoeve van de GSA’s. Het geld daarvoor moet volgens de indieners komen uit het emancipatiebudget (Bergkamp en Yücel), van het COC (Yücel), of van het stopzetten van de mensenrechtenambassadeurs en "andere niet bewezen projecten" voor homoacceptatie (Van Ark). 

Minister Bussemaker was bereid om te bekijken hoe zij de financiering van GSA’s zou kunnen voortzetten en zegde toe daarbij de suggesties van de indieners mee te nemen. Binnen enkele weken komt zij met een reactie. Daarop besloten de indieners hun moties aan te houden.

Mensenrechtenambassadeurs

In reactie op de motie van Roelof Bisschop (SGP) en Joel Voordewind die verzochten af te zien van de training en inzet van mensenrechtenambassadeurs en genoemde motie van Van Ark zei de minister dat de ambassadeurs de verantwoordelijkheid zijn van minister Asscher van SZW. Hij levert ook de financiering. Want de ambassadeurs moeten het volgens de bewindsvrouw niet alleen over lhbt-ers gaan hebben maar “vooral” over integratie, waarbij thema's als huwelijksdwang en eerwraak aan de orde zijn. Omdat er nog een Kamerdebat over integratie aankomt, vond de bewindsvrouw het te vroeg om uitspraken te doen over de mensenrechtenambassadeurs. 

Bisschop toonde zich hier verrast over, omdat in de pers vooral de minister van OCW aan het woord is geweest over de mensenrechtenambassadeurs. Hij gaf aan behoefte te hebben aan een reactie van minister Asscher op het punt van integratie. Na beraad bleek Bisschop zijn motie aan te houden.

‘Boardready’ vrouwen

Omdat ook de motie van Bergkamp over geslachtsregistratie werd aangehouden werd uiteindelijk alleen over de  drie overgebleven moties gestemd. Twee daarvan waren van de hand van Jasper van Dijk (over doelstellingen voor arbeidsparticipatie en economische zelfstandigheid van vrouwen en over alleenstaande studerenden ouders). Hij had een vervelende middag, want ook deze moties werden met ruime meerderheid verworpen. 

Dat gold niet voor Tamara van Ark. Haar motie om het initiatief Topvrouwen.nl (een website op initiatief van OCW en VNO-NCW om vrouwen die ‘boardready’ zijn in beeld te brengen) te beëindigen werd aangenomen ondanks dat minister Bussemaker de motie ontraden had.

PO | VO | MBO | HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs