U bent hier

Arbeidsomstandighedenwet gewijzigd

Naar verwachting treedt op 1 juli 2017 de gewijzigde Arbeidsomstandighedenwet in werking. De aanpassingen hebben onder andere gevolgen voor het contract met de bedrijfsarts / arbodienst en de rol van de preventiemedewerker in de school.

Op het moment van het schrijven van dit artikel is het Staatsblad dat de datum van inwerking treden bekend maakt, nog niet verschenen.

Voorgeschiedenis

De veranderingen in de Arbowet vloeien voort uit het advies Betere zorg voor werkenden van de Sociaal Economische Raad (SER) in 2014. Doel van de veranderingen is: 

  • versterking van de positie van de medewerker met preventietaken en samenwerking met de arbodienstverleners
  • verduidelijking van de adviserende rol van de bedrijfsarts bij verzuimbegeleiding
  • het kunnen consulteren van de bedrijfsarts
  • ruimte voor professionele beroepsuitoefening door de bedrijfsarts
  • het verplichte basiscontract arbodienstverlening 
  • meer mogelijkheden voor handhaving op bovenstaande onderwerpen en toezicht

De wetswijzingen hebben ook gevolgen voor verschillende medezeggenschapsbevoegdheden.
Hieronder wordt op een aantal wijzigingen ingegaan.

Versterken positie medewerker met preventietaken (preventiemedewerker)

In het bovengenoemde SER-advies staat dat de preventiemedewerker onvoldoende uit de verf komt. (De term ‘preventiemedewerker’ staat overigens niet genoemd in de Arbowet. Het gaat om een werknemer met preventie taken. In dit artikel worden deze begrippen door elkaar gebruikt).

Om de rol van de preventiemedewerker te versterken wordt artikel 13 van de Arbowet aangevuld. 

  • de preventiemedewerker krijgt het recht om minimaal één keer per jaar overleg te voeren met de bedrijfsarts en arbodienstverlener. 
  • de ondernemingsraad krijgt een instemmingsrecht bij de keuze van de preventiemedewerker en zijn positionering in het bedrijf.

Personeelsgeleding (g)mr moet instemmen vóór benoeming preventiemedewerker

Voor de personeelsgeleding van de (g)mr heeft dit gevolgen. In het Arbobesluit staat dat in het onderwijs “de in de arbeidsomstandighedenwet en het -besluit toekomende rechten en bevoegdheden worden uitgeoefend door de leden van de medezeggenschapsraad”. 

Dit houdt in dat de personeelsgeleding van de (g)mr een instemmingsbevoegdheid krijgt over de keuze van de medewerker met preventietaken en over zijn rol in de organisatie van het bestuur. 

Instemming betekent niet alleen dat de preventiemedewerker draagvlak heeft, maar ook dat de personeelsgeleding medeverantwoordelijkheid draagt voor het functioneren van de preventiemedewerker. Alle werknemers hebben immers direct of indirect belang bij een goed functionerende preventiemedewerker die ook op een juiste wijze in de school/scholen is ingepast.
De preventiemedewerker behoort een centrale rol te spelen en kan dit alleen maar doen wanneer hij het vertrouwen van de werknemers geniet.

Een werkgever heeft straks dus eerst de instemming nodig van de personeelsgeleding van de (g)mr voordat hij een medewerker met preventietaken belast 

Minimumeisen basiscontracten: contracten aanpassen voor 1 juli 2018

Er is een grote diversiteit  geconstateerd aan contracten tussen arbodienstverleners en werkgevers.

De op dit moment demissionaire regering hechtte eraan dat de mogelijkheid voor maatwerk blijft. Contracten bevatten echter soms maar weinig voorzieningen. Dit kan leiden tot ontoereikende zorg.

Daarom worden in de Arbowet minimumeisen gesteld aan het contract tussen arbodienstverleners en werkgevers, het zogenoemde basiscontract. Het contract heeft aan de ene kant betrekking op de taken waarbij de werkgever zich in ieder geval moet laten ondersteunen door een arbodienst of een arbodienstverlener.

De huidige wettelijke taken zijn: 

  • het toetsen van de risico-inventarisatie en –evaluatie
  • de deskundige begeleiding bij ziekte
  • het aanbieden van (periodiek) arbeidsgezondheidskundig onderzoek 
  • het verrichten van wettelijk verplichte aanstellingskeuringen (indien relevant)

Deze taken worden aangevuld met de nieuwe wettelijke taak: 

  • het bieden van directe toegang voor de consultatie van de bedrijfsarts door de werknemer. 

Aan de andere kant gaat het over de eis dat arbodienstverleners op professionele wijze hun werk kunnen uitvoeren. Voor bedrijfsartsen worden in de nieuwe Arbowet rechten en verplichtingen opgenomen, zodat zij hun beroep goed kunnen uitoefenen. De bedrijfsarts kan een deel van zijn taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden in de verzuimbegeleiding delegeren aan een andere medewerker zoals een verzuimconsulent, inzetbaarheidscoach of casemanager. De bedrijfsarts blijft zelf altijd verantwoordelijk voor de medische aspecten van de verzuimbegeleiding.
De taken die een werkgever verplicht is af te nemen worden afgesproken in het basiscontract. Er zijn vanaf 1 juli 2017 een aantal specifieke punten in de Arbowet opgenomen om een goede beroepsuitoefening van de bedrijfsarts te borgen.

Alle basiscontracten tussen werkgevers en arbodiensten/zelfstandig werkende bedrijfsarts moeten daarom worden aangevuld met de volgende punten:

  1. doeltreffende toegang tot de bedrijfsarts ook al is geen sprake van ziekte.
  2. de bedrijfsarts is in de gelegenheid iedere arbeidsplaats in de school/scholen en (bestuurs)bureau van de werkgever te bezoeken.
  3. de bedrijfsarts honoreert een verzoek van de werknemer om in verband met een door hem gegeven advies zo spoedig mogelijk een andere bedrijfsarts te raadplegen (second opinion), tenzij zwaarwegende argumenten zich daartegen verzetten. In het contract moeten afspraken worden vastgelegd over de manier waarop de second opinion gestalte krijgt. De positie van de werknemer is in het Arbobesluit ook verstevigd door de werknemers het recht toe te kennen zelf de second opinion-bedrijfsarts te kiezen indien het contract meerdere bedrijfsartsen of arbodiensten bevat.
  4. de bedrijfsarts heeft een adequate procedure voor het afwikkelen van klachten.
  5. alle arbodienstverleners werken nauw samen met en adviseren en verlenen medewerking aan de preventiemedewerker en de p(g)mr. Vastgelegd moet worden hoe dit overleg geregeld wordt.
  6. de bedrijfsarts adviseert over preventieve maatregelen over het algemeen arbeidsomstandighedenbeleid. 

Aanpassen basiscontracten en p(g)mr

Ervan uitgaande dat de wet op 1 juli in werking treedt, krijgen werkgevers en arbodiensten tot 1 juli 2018 de tijd om te voldoen aan de nieuwe voorwaarden in het contract. Dit kan door middel van een addendum op het bestaande contract of door een nieuw contract af te sluiten

De personeelsgeleding van de (g)mr heeft op grond van artikel 12 lid 1 onder k Wms een instemmingsbevoegdheid waar het gaat over het wijzigen van het contract. Om straks te voldoen aan de nieuwe Arbowet is het raadzaam om het huidige basiscontract te checken op bovenstaande minimumeisen. 

Doeltreffende toegang tot de bedrijfsarts

In het kader van duurzame inzetbaarheid wordt van de werknemer verwacht dat deze zich actief opstelt voor de eigen gezondheid, ontwikkeling, scholing en mobiliteit. Hierbij past dat alle werknemers de gelegenheid krijgen de bedrijfsarts te consulteren over gezondheidsvragen in relatie tot het werk. 

Momenteel heeft driekwart van de werknemers toegang tot een bedrijfsarts. De mogelijkheid om een bedrijfsarts te consulteren wordt nu voor alle werknemers bij wet vastgelegd. Zij mogen bij hem langs gaan voor een persoonlijk consult, ook als ze (nog) niet ziek zijn. Dit maakt het mogelijk de bedrijfsarts te consulteren voordat klachten leiden tot verzuim. 

Het arbospreekuur, dat jaren geleden afgeschaft werd, is hiermee teruggekomen. Aan werknemers moet kenbaar worden gemaakt dat deze faciliteit er is, dat er zonder toestemming van de werkgever gebruik van kan worden gemaakt, er geen onnodige drempels zijn wat betreft plaats en tijdstip van het consult en dat de werkgever niet geïnformeerd wordt over het consult, de aanleiding of de uitkomsten van het consult op tot de persoon herleidbaar niveau. 

Handhaving en toezicht

De overheid heeft een toezichthoudende taak bij de naleving van de Arbowet. 
In de gewijzigde Arbowet is expliciet afgesproken dat Inspectie SZW de handhaving en sancties aanscherpt. Zij richten zich daarbij vooral op het bestaan van een contract met bedrijfsarts of arbodienst, de uitvoering van de RI&E de preventiemedewerker en het melden van beroepsziekten. Wanneer de inspectie SZW bij voorbeeld constateert dat er geen contract bestaat tussen de werkgever en een bedrijfsarts of arbodienst, volgt er direct boeteoplegging in plaats van het geven van een waarschuwing. 

Vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem contact op met onze juridische helpdesk

PO | VO | MBO | HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs