U bent hier

Antwoorden van het onderwijs op radicalisering. ‘Respect, vertrouwen en naastenliefde’

Verus besteedt de komende tijd met enige regelmaat aandacht aan radicalisering op scholen. De vraag die voorligt is: Hoe pakken scholen dit vraagstuk op vanuit hun christelijke inspiratie en onderwijsvisie? We spraken met Marlies van Dorp van cbs De Fontein in Den Haag.

Het jeugdjournaal geeft geregeld aanleiding om met de leerlingen te praten over hoe je eigenlijk met elkaar om gaat en hen te leren zich in een ander in te leven. En vergeet niet de ‘inspiratie’ dichter bij huis: “Het leed in de wijk: een opgerolde wietplantage, ouders die overlijden, misdrijven.” 

Radicalisme in alle doelgroepen

“Radicalisering merken wij hier op school in de breedste zin van het woord”, vertelt directeur Marlies van Dorp van cbs De Fontein in Den Haag. “Het wordt nu vaak gekoppeld aan de Islam, maar radicalisme zit natuurlijk ook in andere doelgroepen.” 

Ze legt uit waar ze op doelt: dat ze van ouders van haar school hoort die ’s avonds laat thuiskomen van hun werk en keer op keer hun identiteitsbewijs moeten laten zien, terwijl hun blonde buurman gewoon door mag lopen. Is er een misdrijf gepleegd, dan wordt ervan uitgegaan dat er ‘een buitenlander’ achter zit. De Fontein heeft een heel diverse populatie. “Echt een afspiegeling van de wijk. Ik zou nooit meer anders willen, diversiteit brengt ons zoveel.”

Met elkaar zoeken

Het gesprek over radicalisering voeren “dat is met elkaar zoeken”, ervaart Van Dorp. “Wij proberen daarin onze identiteit te laten spreken en zoeken naar overeenkomsten.”

Vorig jaar bijvoorbeeld, na Wilders ‘Marokkanenuitspraak’, schreef de directeur een stukje in de nieuwsbrief: “Respect, vertrouwen en naastenliefde zijn voor ons richtinggevend. (…) We willen benadrukken dat iedereen erbij hoort, niemand uitgezonderd. Samen zorgen we voor een fijne, veilige school.”

Grote impact

“Achteraf zijn we een beetje naïef geweest in die periode. Wij hebben ons meteen gedistantieerd van Wilders uitspraak en daarmee was de kous af. Dachten we.” Maar de negatieve impact van zo’n uitspraak was veel groter dan Van Dorp en haar collega’s zich realiseerden. Op het schoolplein zei een leerling tegen een Marokkaans klasgenootje: “Je bent wel een Marokkaan, maar ik denk dat ik wel vriendjes met je kan blijven.” Goed bedoeld…

Gelukkig namen Marokkaanse ouders de moeite om in gesprek te gaan met de directeur, het was fijn om met elkaar van gedachten te wisselen. Zo kon Van Dorp ook actie ondernemen door het onderwerp bespreekbaar te maken in de nieuwsbrief. “De Marokkaanse leerlingen en hun ouders voelden zich niet in onze schoolgemeenschap maar wel in het algemeen, tekortgedaan.”

Begrip voor elkaar

In de klassen leren de kinderen begrip op te brengen voor elkaar. “Als je weet wat iemands afkomst en gedachten zijn, dan weet je waarom diegene bang of boos is. Onlangs nog was de Auschwitz-herdenking aanleiding om te bespreken waarom mensen nog steeds bang of boos zijn. Ook nu ze verspreid over de wereld wonen en we iets herdenken dat 70 jaar geleden plaatsvond.”

Het schoolteam gaat dit jaar in gesprek over identiteit. “Wie ben je, wat drijft en bindt ons?” Maar naast de gesprekken is het belangrijkst: contact. “Met ouders, kinderen maar ook anderen die in jouw school zijn. Om elkaar heen staan als het nodig is, hart voor de zaak hebben. Overlijdt er een ouder, dan staan we om het kind en de nabestaanden heen. Niet alleen in de eerste weken, maar ook het jaar daarna en daarna en daarna. Aandacht voor elkaar, dat is essentieel.”

Wat hen het liefste is

Alles nauw verbonden met de christelijke identiteit van de school. “Respect, vertrouwen en naastenliefde. Een goede invulling van passend onderwijs bijvoorbeeld, een goede ondersteuning, heeft daar alles mee te maken. Ouders leveren hier op school in wat hen het liefste is. Ik pak je hand en houd je vast tot je een volgende stap kunt maken op weg naar zelfstandigheid.”

PO | VO | MBO | HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs