U bent hier

Amsterdam verrijkt woordenschat kleuters

De gemeente Amsterdam zet een nieuw instrument in om de taalachterstand van kinderen al op jonge leeftijd weg te werken. Alle kleuters krijgen een placemat waarop alle woorden staan die tot de basiswoordenschat worden gerekend. De leerkrachten kunnen de kinderen in de klas spelenderwijs de woordenschat aanleren.

De gemeente Amsterdam zet een nieuw instrument in om de taalachterstand van kinderen al op jonge leeftijd weg te werken. Alle kleuters krijgen een placemat waarop alle woorden staan die tot de basiswoordenschat worden gerekend. De leerkrachten kunnen de kinderen in de klas spelenderwijs de woordenschat aanleren.

Het initiatief is bekendgemaakt op de 5e Stedelijke Taalconferentie die op woensdag 28 januari 2009 plaatsvond in de Amsterdamse Meervaart. Wethouder Lodewijk Asscher (Onderwijs) is de bedenker van de placemats. Hij kwam op het idee toen hij hoorde dat leerkrachten zo weinig materiaal bij de hand hebben om kinderen woordjes te leren.

De basiswoordenlijst is samengesteld door het Instituut voor Taalonderzoek en Taalonderwijs Anderstaligen (ITTA).

Het streven van de gemeente Amsterdam is, dat alle kleuters in groep 1 en 2 een woordenschat opbouwen van minimaal 2000 tot 3000 woorden.  Nog te veel kleuters in Amsterdam hebben een taalachterstand terwijl leren lezen wel belangrijk is voor de verdere (lees-)ontwikkeling van het kind.

De meeste Nederlandstalige Amsterdamse kinderen beginnen in het basisonderwijs met een woordenschat van 1000 tot 3000 woorden. Maar er zijn ook kleuters die slechts 200 tot 300 Nederlandse woorden kennen, of helemaal geen Nederlands spreken.

Kinderen met een kleine woordenschat moeten verschillende dingen tegelijk doen: onbekende woorden begrijpen én het schrift leren en begrijpen. Het is de bedoeling de placemats ook voor andere scholen in het land beschikbaar te stellen.

>>Bekijk voorbeelden van de placemats

PO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs