U bent hier

Afwijzing nieuwbouw jaagt school op kosten

Een schoolbestuur vraagt een voorziening voor vervangende nieuwbouw. B&W wijzen het verzoek af. De Raad van State stelt het college in het gelijk. De school draait daardoor op voor de kosten van onderhoud en aanpassingen. De moraal: zorg voor een eigen bouwkundig rapport en ga in gesprek met de gemeente.

B&W hebben de aanvraag voor vervangende nieuwbouw afgewezen omdat ze die niet nodig vonden. Dit besluit heeft het college gebaseerd op twee quickscans en op een extern bouwkundig onderzoek, waarin de bouwkundige staat als respectievelijk ‘goed’ en ‘redelijk’ was beoordeeld. 

De school vindt nieuwbouw wel nodig, omdat ze anders binnen vijf jaar voor onderhoud en aanpassingen een bedrag zou moeten neertellen dat bijna gelijk is aan de kosten voor de gevraagde nieuwbouw. 

De Raad van State, die de kwestie onlangs behandelde, oordeelt dat uit dit argument van de school niet kan worden afgeleid dat de bouwkundige staat van de betreffende schoolgebouwen zodanig is, dat onderhoud en aanpassingen in relatie tot de levensduurverlenging geen redelijk resultaat opleveren. 

Hoe kan het dat de opvattingen van B&W en de school over de bouwkundige staat van de gebouwen zo ver uiteen liggen? Dit wordt niet helemaal duidelijk uit de uitspraak, maar vermoedelijk is er volgens de school een ingrijpende functionele aanpassing nodig. De school voerde namelijk aan dat daar in de quickscans ten onrechte geen rekening mee is gehouden. De school heeft dit punt volgens de Raad van State bij gebrek aan een bouwkundig rapport niet aannemelijk gemaakt.

De school had wel vraagtekens bij de deskundigheid van beide onderzoeksbureaus geplaatst maar die niet met een eigen deskundigenrapportage onderbouwd. De Raad van State acht het dan ook redelijk dat het college, gelet op de quickscans en het onderzoek en het ontbreken van bouwkundige rapporten ter bestrijding daarvan, tot het standpunt is gekomen dat geen noodzaak tot vervangende nieuwbouw bestaat. Een bouwkundig rapport in opdracht van de school had wellicht de noodzaak van nieuwbouw wél kunnen aantonen. 

Als we ervan uitgaan dat de school voor het huisvestingprogramma 2014 behalve vervangende nieuwbouw niet ook onderhoudsvoorzieningen heeft aangevraagd, heeft deze uitspraak tot gevolg dat de school alle kosten zelf zal moeten dragen. Met de Wet doordecentralisatie komen vanaf volgend jaar immers alle kosten voor onderhoud en aanpassingen voor rekening van de scholen. 

Is dit wel rechtvaardig? Immers, ook de gemeente heeft baat bij de investeringen door de school, omdat vervangende nieuwbouw hierdoor veel verder in de toekomst zal komen te liggen. Juist om deze reden heeft staatssecretaris Dekker eerder dit jaar gezegd dat VNG en sectorraden samen afspraken moeten maken over de verdeling van de kosten van renovatie. Helaas zijn de VNG en de sectorraden hierover nog steeds in overleg. 

Heeft u met een soortgelijke casus te maken, dan is het zaak om met de gemeente in gesprek te gaan om tot een afspraak over verdeling van de kosten van renovatie te komen.

Vragen?

Met vragen kunt u terecht bij onze juridische helpdesk.

PO | VO | MBO | HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs