U bent hier

Aanslagen Brussel: op Belgische scholen regeert angst niet

Binnenblijven moesten ze. En aan het einde van de dag mochten Belgische leerlingen in kleine groepjes hun scholen verlaten. “Zo zijn ze minder een target dan wanneer ze in één groep gaan.” Maar hoewel de gevolgen van de aanslagen zichtbaar waren op hun scholen, regeert de angst er niet, vertellen onze zuiderburen. Verus belde met drie mensen uit het Belgische onderwijs. 

“Leraren zijn het niet verplicht, maar ze hebben carte blanche om over de gebeurtenissen in Brussel te praten”, vertelt Luc Verreyt. Hij is directeur van EDUGO campus De Toren in Gent, een gymnasium voor 14- tot 18-jarigen. Die zitten in een toetsweek. “En de leerlingen zijn hoofdzakelijk daarmee bezig.”

Dreigingsniveau 4

Toch was er in verschillende klassen behoefte de ervaringen en meningen over de aanslagen te ventileren, weet Verreyt van zijn docenten. En bij ouders leeft het. Morgen namelijk, hebben de derdejaars een excursie naar de stad Gent: ze bezoeken een theater en de historische binnenstad. “Die excursie staat nu ter discussie. Ik zal de Schepen onderwijs van de stad Gent om advies vragen, en ook de Gentse politie. Is er een negatief advies, dan nemen wij uiteraard geen enkel risico.” Het terreurdreigingsniveau staat immers nog steeds op 4. 

Geen paniekvoetbal

Dinsdag ging Verreyt zelf de klassen langs om de leerlingen op de hoogte te brengen van de aanslagen en hen te adviseren druppelsgewijs de campus te verlaten. “Ook hebben we gepost om te kijken wie er de campus in- en uitgaan. Er was dus wel verscherpt toezicht.” Maar angst? Nee. “De leerlingen weten de informatie goed te plaatsen. We doen er alles aan om geen paniekvoetbal te spelen. Laten we zo gauw als mogelijk het normale leven weer het gangetje laten gaan.”

Geruststellen 

Ook op de technische school in Deinze, waar Frederic De Mulder godsdienstleraar is, praatte de directeur de klassen dinsdag bij over de gebeurtenissen. Geen leerling mocht de school verlaten. Om 15.50 uur mochten de jongste vier leerjaren naar huis, een uur later de rest. In kleine groepjes.

Gisteren begon De Mulder elke les met het gedicht Laten we durven van Griet op de Beeck. “Ik geef godsdienst dus de aanslagen komen automatisch ter sprake. De leerlingen hebben veel vragen. Ik heb hen kort gevraagd wat ze weten. Maar ik ben ook van het principe om naast het verwoorden hoe erg het is, tegelijk gerust te stellen: de kans dat jou zoiets overkomt is heel klein.”

De Mulder noemt zijn leerlingen wel ‘wat zwart-wit in het denken’. “Je probeert ze genuanceerd te laten nadenken: religie, ras en huidskleur te laten overstijgen.” Hier en daar merkt hij ongerustheid. “Een ongemakkelijk gevoel, maar ’t is niet dat ze niet meer durven buitenkomen.”

Verantwoordelijkheid voor het onderwijs

Nogal wat Brusselse scholen hielden woensdag nog de deuren gesloten, vertelt Kris Vanspeybroeck. Hij is docent aan de Hogeschool-Universiteit Brussel en als adviseur verbonden aan Katholiek Onderwijs Vlaanderen (KOV). Vanspeybroeck noemt het lastig in te schatten waar onderwijsmensen behoefte aan hebben. In elke sector wordt het gesprek anders gevoerd. “Het is goed dat iedereen vanuit zijn eigen professionaliteit bijdraagt. Ik geloof dat onderwijs een eigen bijdrage kan hebben, vanuit haar eigen talent.”

De druk op het onderwijs om aan van alles en nog wat bij te dragen is al groot, weet de docent. “En ik merk zeker dat een opgroeiende generatie waar onderwijs mee te maken heeft, een enorme verantwoordelijkheid is. Welke samenleving willen we worden? Wat voor mensen willen we worden? Tijdens aanslagen als deze wordt een samenlevingsmodel onder druk gezet. En onderwijs kan en wil een verantwoordelijkheid nemen.”

Beeld: Kmeron

PO | VO | MBO | HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs