U bent hier

Kan het onderwijs niet zonder toezichtkaders?

Deze week bezocht ik een congres van de Nederlandse Vereniging voor Onderwijsrecht. De bijeenkomst had als thema ‘Bestuurlijk-juridische lijnen van het toekomstig onderwijsbestel’. Een van de thema’s die aan de orde kwamen was het toenemend belang van sturing in ketens en netwerken en de gevolgen daarvan. Het onderwijs werkt steeds vaker samen in samenwerkingsverbanden, soms door de overheid verplicht, soms vrijwillig. Samenwerking lijkt de (Nederlandse) oplossing te zijn voor problemen waarvoor men elders de markt haar werk laat doen. 

In een van de workshops sprak een medewerker van de Onderwijsinspectie over de eerste ervaringen met de samenwerkingsverbanden rond passend onderwijs. Hij gaf aan dat de Inspectie al een paar jaar geleden begonnen was met het ontwikkelen van een toezichtkader voor de samenwerkingsverbanden. De Inspectie was dat eerst helemaal niet van plan, maar op uitdrukkelijk verzoek van de samenwerkingsverbanden zelf is men er toch maar aan begonnen. De Inspectie wilde eigenlijk eerst de samenwerkingsverbanden de kans geven om zelf aan de slag te gaan en ervaringen op te doen en dan pas met het toezicht te beginnen. Maar het veld heeft blijkbaar de kaders van de overheid nodig om aan het werk te kunnen gaan. 

Wat zou daarvan de oorzaak zijn? Onzekerheid of de richting die je kiest later toch niet wordt afgestraft? Het gevoel dat je door de overheid in een richting wordt geduwd die je eigenlijk helemaal niet wilt en dat de overheid dan ook maar moet aangeven hoe het moet? 

Of is het inmiddels zo gewoon in onderwijsland dat bij nieuwe ontwikkelingen nieuwe kaders horen dat een alternatieve benadering niet eens meer in ons opkomt?
Wie het weet, mag het zeggen...

Nieuwe reactie inzenden

Wout Neutel

belangenbehartiger
0348 74 44 20