U bent hier

Toezicht in transitie gaat te ver en te snel

Als school heb je als het goed is een hogere ambitie dan het voldoen aan de basiskwaliteit. Wat is er dan mooier als je op grond van een brede kwaliteitsmeting kunt groeien van ‘voldoende’ naar ‘goed’? Als je met het team kunt bouwen aan een verbetercultuur, gericht op hogere prestaties op doelen die passen bij je eigen visie. En als klap op de vuurpijl een onafhankelijke, kritische vriend in de vorm van de onderwijsinspectie die jou laat weten dat het predicaat ‘goed’ of zelfs ‘excellent’ bereikt is.

Met ‘Toezicht in transitie’ hebben de bewindslieden voor onderwijs aangekondigd dat ze deze droom willen realiseren. Het klinkt goed, maar het lukt me niet om er in te geloven. In de brief van de bewindslieden lees ik tussen de regels door wat de pogingen om dit te realiseren in het hoger onderwijs tot nu toe hebben opgeleverd. Grote administratieve lastendruk, teveel uniformering, onvoldoende onderbouwing van de predicaten, gebrek aan draagvlak en te weinig gevoel van eigenaarschap bij de betrokkenen. Dit is ook wat ik hoor van onze leden in die sector.

En nu gaan we starten met pilots in het funderend onderwijs. Maar dat niet alleen. Terwijl de pilots lopen gaan we de regelgeving rond het toezicht al vast veranderen, kennelijk ervan uitgaande dat het hoe dan ook moet gebeuren en dat het op een verantwoorde manier kan.

Dit is wat mij betreft een riskante onderneming. De overheid gaat wel heel diep in de keuken van het onderwijs kijken. Om de predicaten uit te kunnen delen worden meer en nieuwe normen ontwikkeld op het vlak van zaken als het onderwijsproces, het schoolklimaat en veiligheid. Dat daar ook op gestuurd gaat worden, blijkt uit het volgende citaat: ‘Om ‘voldoende’ scholen te stimuleren om hun kwaliteit verder te verbeteren… gaat de inspectie aangeven op welke gebieden het op de school beter zou kunnen en op welke termijn dit gerealiseerd zou kunnen zijn.’ Natuurlijk is het goed dat er niet alleen naar onderwijsresultaten wordt gekeken. Maar willen we wel in een overheidsmal geperst worden op al die andere gebieden?

Wat mij betreft zijn de bedoelingen van de overheid goed. Het kan wel degelijk interessant zijn om, bijvoorbeeld met een groep christelijke scholen, na te denken over een eigen invulling van kwaliteitsbeleid en het op een stimulerende manier zichtbaar maken van prestaties.Dat kan met gebruikmaking van de expertise van de inspectie en in het kader van de aangekondigde pilots. Maar dan moeten zowel de bewindslieden als de inspectie hun ambitie verlaten om naar een uniformerend toetsingskader voor alle scholen te streven. Dan kan de levensbeschouwelijke en pedagogische visie van scholen op een gedifferentieerde manier vertaald worden in een aantoonbare verbetercultuur.

Voor aanpassing van de regelgeving op het vlak van toezicht in deze richting is het echt veel te vroeg. Politieke dadendrang op dit gevoelige punt moet wijken voor zorgvuldigheid en het in stand houden van het eigenaarschap van de scholen.

Nieuwe reactie inzenden