U bent hier

Nieuw onderwijstoezicht gaat te ver

De overheid gaat te diep in de keuken van het onderwijs kijken. Sterker: ze gaat in de pannen roeren. Minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker willen het onderwijstoezicht wijzigen: er komt een gedifferentieerd toezichtmodel. Voortaan is een school (zeer) zwak, voldoende, goed of excellent.

Het onderwijs vraagt al jaren om meer vertrouwen. Dat komt er in de vorm dat scholen die het goed doen, minder vaak bezocht worden door de onderwijsinspectie. Maar dat vertrouwen wordt te duur verkocht: voor de predicaten 'goed' en 'excellent' worden meer en nieuwe normen ontwikkeld op het vlak van onder meer het onderwijsproces, het schoolklimaat en veiligheid. De onderwijsinspectie gaat aangeven op welke gebieden een school kan verbeteren en op welke termijn dit gerealiseerd kan zijn.

Vlak voor het reces sprak de Tweede Kamer over deze plannen, 'Toezicht in transitie' . Een deel van de Kamer probeerde er via moties nog een stokje voor te steken, maar kreeg geen meerderheid. Voor taal en rekenen gelden er inmiddels uniforme toetsen. Bussemaker en Dekker vinden dat de onderwijsresultaten op andere gebieden ook waardevol zijn en willen die ook in een uniforme overheidsmal persen. Zo'n fijnmazige beoordeling door de Inspectie is ongewenst. Het is aan scholen zelf om vanuit hun visie te bepalen wat goed of excellent onderwijs is en zich daarover te verantwoorden. Daarvoor hebben we onze vrijheid van onderwijs. Het vertrouwen van de inspectie moet nu verdiend gaan worden dooreen systeem dat achterdocht ademt.

De overheid dient zich in haar toezicht te beperken tot de deugdelijkheidseisen. Ze neemt nu definitief afscheid van deze beperkte rol. Dit zal helaas ten koste gaan van de diversiteit van scholen, omdat scholen in een uniforme mal meer en meer op elkaar gaan lijken.

Bovenstaande tekst heeft op op zaterdag 16 augustus als ingezonden brief in NRC gestaan.

Reacties

Door dr. Henk van de... op 30 aug 2014 | 00:36

Met veel interesse en instemming heb ik Wim Kuiper's brief gelezen die in het NRC is geplaatst en nu dus ook op de site van Verus is vermeld. Inderdaad de rijksoverheid gaat veel te ver met haar bemoeienis met de inhoud van het onderwijs. Zo wordt door de onderwijsinspectie basisscholen de maat genomen over de onderwijskwaliteit allereerst en vooral op basis van slechts twee vakken (rekenen en taal; en voor het vak taal slechts dertig procent van het gehele taalcurriculum).
Het afrekenen van scholen op basis van leerresultaten van de leerlingen is wetenschappelijk onverantwoord en moreel verwerpelijk. Met het verplicht stellen van de (Cito) eindtoets, in de vorm van een eindexamen basisonderwijs, gaat de overheid haar boekje ook ver te buiten. Dat leidt tot perverse effecten: veel onderwijstijd besteden aan toetsen, opleiden voor het examen, inschakelen externe bureau's en wellicht tot fraudeuleuse handelingen. Wie weet.
En dan het nieuwe toezicht 'Toezicht in transitie', ofwel de 'onderwijsinspectie in de overgang'! Meestal gaat de overgang weer over en belandt de mens weer in rustiger vaarwater. Hopelijk gaat het met de inspectie ook zo. Mijn vurige wens is, dat de overheid de scholen weer vertrouwen schenkt en met rust laat en slechts moet inspecteren op hoofdlijnen en dan zonder eindexamen basisonderwijs, basisarrangementen en andere misplaatste kwalificaties (goed, excellent). Wantrouwen en achterdocht is helaas het devies van onze overheid (angelsaksisch denken) in onderwijszaken geworden, ingebed in een saus van goede bedoelingen en mooie woorden. Overheid: Bied leraren de gelegenheid hun professionaliteit waar te maken en stop met de zware bemoeienis over de inhoud van het onderwijs.

Nieuwe reactie inzenden