U bent hier

Opinie: Grenzen stellen, ruimte geven

De Onderwijsraad is eruit. Onderwijsvrijheid zoals die in Nederland is geregeld, past in onze vrije en open samenleving, maar is niet zonder grenzen en niet vrijblijvend. Baken daarom helder af wat in het onderwijs moet, wat mag en wat niet mag als het gaat om de vrijheid van onderwijs. Na een informerende notitie in 2019, komt de raad nu met een advies om de grenzen van de onderwijsvrijheid en de overheidszorg te bepalen. Kern van het advies Grenzen stellen, ruimte geven. Artikel 23 Grondwet in het licht van de democratische rechtsstaat is om de democratische rechtsstaat als normatief kader nadrukkelijker centraal te stellen. De raad acht het nodig om te komen tot een verplicht, gemeenschappelijk programma voor het democratisch burgerschap, een scherpe definiëring van de buitengrens van de onderwijsvrijheid en een richtsnoer voor de overheidszorg. 

Rechtsstatelijk is met het advies de toon gezet, onderwijs-pedagogisch zitten er serieus haken en ogen aan. Het advies ontkomt er namelijk niet aan dat het onderwijs speelbal is van een meervoudigheid aan belangen en agenda’s. Al decennia lang heeft het onderwijs deze meervoudigheid moeten ondergaan in over elkaar heen buitelende opgaven – segregatie, mediawijsheid, kansengelijkheid, genderdiversiteit, om er maar enkele te noemen. Maatschappelijke vraagstukken worden nog steeds met groot gemak als opgaven bij het onderwijs neergelegd. Onderwijsvrijheid wordt mede hierdoor versmald tot wie de agenda van het onderwijs mag bepalen. Wil onderwijsvrijheid in rechtsstatelijke zin kans van slagen hebben, dan is een onderwijs-pedagogisch verhaal noodzakelijk over het eigene van onderwijs. Het verhaal gaat in op vragen als: waar is onderwijs goed voor? Wat is het eigene van onderwijs? Hoe als school focus te houden op onderwijskwaliteit én open te staan voor vragen vanuit de samenleving? Binnen het normatief kader van de democratische rechtsstaat moet daarom ook de vraag naar de integriteit van het onderwijs gesteld worden. Aan dat wat van het onderwijs kan worden gevraagd, zitten immers grenzen. 

De vraag naar de integriteit van het onderwijs dringt bijzonder aan als het gaat om de plaatsbepaling van onderwijsvrijheid. Volgens de advies bestaat onderwijsvrijheid tussen een verplichte, gemeenschappelijke kern (dat wat moet) en een buitengrens (dat wat niet mag). Scholen mogen eigen keuzes maken in de bandbreedte van de ruimte daartussen. Op z’n zachtst gezegd is dit idee ambigu. Om twee redenen. Ten eerste, omdat er een tweedeling tussen eigen keuzes en het verplichte deel wordt gecreëerd die niet overeenkomt met de geleefde praktijk. De onderwijspraktijk laat namelijk zien dat verreweg de meeste bijzondere en openbare scholen onderwijskwaliteit integraal willen benaderen. Verplicht en eigen keuze staan niet naast en al helemaal niet tegenover elkaar.

Uitvoerders

Ten tweede, omdat scholen met deze plaatsbepaling ongewild in een spagaat worden geplaatst. Worden scholen in de vrije ruimte tot eigenaarschap opgevorderd, als het gaat om het verplichte deel worden ze bestempeld tot uitvoerders. Nieuw is het echter niet. Scholen zijn zich door het verlangen naar controle en beheersing van instanties die zelf niet actief zijn op de werkvloer al meer en meer gaan gedragen als uitvoerders. Wat scholen niet allemaal moeten registreren, vastleggen, en protocolleren. Het heeft – net als in de zorg – geleid tot een systeem waarbij de papieren leerling belangrijker lijkt dan de leerling van vlees en bloed. En dat steekt. Het doet enorm afbreuk aan het gevoel van eigenaarschap, professionaliteit en waardigheid van onderwijsprofessionals. 

Het onderwijs staat voor gigantische uitdagingen – het actuele lerarentekort is van deltaplanachtige proporties. Wil ons onderwijsstelsel daadwerkelijk toekomstbestendig zijn, dan is er meer nodig dan rechtsstatelijk grenzen stellen en ruimte bieden. Dan gaat het ook niet (alleen) om geld, maar meer nog om de integriteit van het onderwijs en de waardigheid van onderwijsprofessionals. Het duale stelsel van openbaar en bijzonder onderwijs biedt daartoe een stevige verankering, maar de agenda van het onderwijs moet verlost worden van de eenzijdigheid die het nu heeft – van overheid naar onderwijs. Draai het om: welke overheid heeft de school nodig? 
 

Nieuwe reactie inzenden

Theo van der Zee

coördinator en onderzoeker katholiek onderwijs
0348 74 44 28

Lees ook

Theo van der Zee
Theo van der Zee